Archief voor de ‘Alles draait om de inhoud!’ Categorie

Een gespreksgroep heeft het over “de hemel”. Waar is die? En wat gebeurt er? Elke exacte, natuurwetenschappelijke poging breekt stuk. Is “hemel”daarom onzin?

Een andere poging, over een andere boeg: een filmpje van Pixar. Natuurwetenschappelijk gezien is het onzin. Het is fantasie. Animatie. De makers hebben waarschijnlijk gemaakt om te entertainen. Juist daarom is het filmpje vrij voor interpretatie. Het is vrij om er betekenis in te zien. Of niet. Ik stel voor van wel. Zie dit filmpje als verhaal over wat de hemel met je doet. In bijbelse zin.

Dat de grote vogel komt, laat zien wat er gebeurt als je iets met hemel kunt. De grote blauwe vogel komt en het geruzie stopt. Een hemelse vrede daalt over de kwetterende vogeltjes neer. Er is iets wat groter isd an hun gewketter. er is een macht omgeven dor wolken, groter dan zij allemaal bij ekaar. Maar niet onvriendelijk. Eerder onbekend.

Als de grote vogel dichtbij komt, willen de vogeltjes van hem af. Hij komt hun té dichtbij. Ze hakken hem weg van hun kabel. Als ze van hem af zijn ontsteekt de grote blauwe vogel in een bevrijdende schaterlach. De kleine kwettervogels komen stuk voor stuk bij hem. Ze kunnen er niks aan doen. Overbodige ballast, mooie veren en loos gekwetter hebben ze afgelegd. Ze zijn puur wie ze zijn.

Is dit al te vaag misschien? Als ik dit teruglees, denk ik van wel. Maar ja, dan moet je een andere keer maar eens meedoen met zo’n gespreksgroep.

Advertenties

fighting sheepWaar mensen zijn, zijn op z’n tijd conflicten. We zijn het nu eenmaal niet altijd met elkaar eens. We zien ieder op onze eigen manier de werkelijkheid. We hebben soms verschillende belangen en posities. Dan krijg je dat. Dat conflicten in kerken voorkomen is daarom ook onvermijdelijk. Kerken zijn mensenwerk. Dus ook in kerken zijn op z’n tijd conflicten. Toch is het vaak jammer als zo’n conflict er is. Het liefst zou je allemaal in vrede met elkaar samenleven. Het ideaal is: vergeven, elkaar in wijsheid terechtwijzen, mezelf minder achten dan de ander. Maar dat ideaal wordt soms niet gehaald. Dan staan mensen met kille harten en hete hoofden tegenover elkaar. Ook in de kerk. Rottig. “Dit is toch niet christelijk”, hoor je dan zeggen. Maar als het niet christelijk is, wat is het dan wel?

De amerikaanse theologe Penny Becker bestudeerde conflicten in 23 kerken rond Chicago. Wat zij ontdekte was dat in het rottige van het conflict misschien ook iets nuttigs steekt. Wat zij namelijk zag is dat ieder conflict te maken heeft met de manier waarop een kerk in elkaar steekt. Elke kerk vindt dat er een bepaalde kerntaak is. En die kerntaak, die is nauw verbonden met het soort conflict dat typisch in die ene kerk kan ontstaan. Er zijn er vier. Vier soorten conflicten. Elke soort conflict heeft direct te maken met een soort opvatting over “dit is onze kerntaak”.fighting church

Zij zag bijvoorbeeld kerken die zeiden “wij zijn er voor de aanbidding, en we willen onze mensen helpen om zich geestelijk te ontwikkelen”. Als er in zulke kerken conflicten ontstonden, dan gingen die over geld, of over veranderingen in de eredienst en liturgische muziek. Iedereen die wat van kerken weet, weet ook hoe heftig zoiets kan zijn.

Ze zag ook kerken die hun familie-achtige verbondenheid met elkaar voorop stellen. Alle leden horen bij elkaar en beslissen samen over hoe “we” het doen. Ruzie in dat type kerk gaat vooral over buitenstaanders. Dat kan de predikant of pastor zijn. Dat kunnen nieuwe leden zijn. Mensen die zomaar met een nieuw idee komen. Dan ontstaat bonje.

Daarnaast zag ze kerken die open en uitnodigend willen zijn. Er wordt aan gemeenschapszin gewerkt. Geloof moet betekenisvol zijn voor individuele leden. Veranderingen worden normaal gevonden. Toch komen ook hier ruzies voor. Die gaan meestal over hoe de kerk z’n aanpak betekenisvoller en relevanter moet maken. Of er is onenigheid over maatschappelijke kwesties.

Tot slot zijn er de kerken die zichtbaar willen zijn in de lokale samenleving, die een predikant of pastor hebben die “naar buiten treedt”. Ruzies gaan in dat soort kerken vaak over de “juiste” positie van een kerk in de woonplaats, of over de beste aanpak waarmee de kerk invloed houdt.

Het bovenstaande betekent niet dat “iedere kerk het conflict krijgt dat ze verdient”. Dat hoor je wel eens. Maar is weer zo fatalistisch. Er is wel degelijk iets aan te doen. Dat een conflict er is, is jammer. Misschien zelfs rottig. Maar het kan ook nuttig zijn. Want het type conflict kan een kerk helpen om zichzelf te vraag te stellen: welk idee over een kerntaak hebben we? Zijn we daar misschien wat te eenzijdig, of te krampachtig mee bezig? Zo kan een conflict nuttig zijn, want het is een spiegel. De spiegel helpt je om te zien of je misschien een beetje doorgeschoten bent in je opvattingen. Is er niks belangrijker dan die ene soort muziek in de eredienst? Waarom? Is die maatschappelijke kwestie werkelijk de moeite waard om verwijderd te raken van elkaar? Misschien wordt het tijd om de bakens wat te verzetten. Of misschien kun je de stress wat opzij zetten en eerst eens aandachtig luisteren naar wat die “buitenstaander” te vertellen heeft.

Ruzie is rottig. Maar soms is ruzie ook nuttig. Want met het inzicht van Becker kan ruzie helpen om opnieuw te ontdekken wat de kerntaak van een kerk is. En daarmee komt weer boven tafel wat dat is in de kerkelijke praktijk: kunnen vergeven, elkaar in wijsheid terecht wijzen, jezelf minder durven achten dan de ander.fighting church peace

Kortom, ruzie in de kerk? Begin er niet aan, zou ik zeggen. Maar als het er is: geen paniek, je komt er verder mee.

Pieter van Winden

In een kerk wordt een kindje gedoopt. De naam van het kindje wordt genoemd. De ouders noemen die naam en doen een belofte. Maar wie het kindje later zal zijn, dat weet niemand. Toch wordt het gedoopt. In het lied “The good life” van Anouk, zie ik waarom. De doop geeft je een overschot aan licht en liefde mee. In het filmpje van Anouk zie je hoe een jongen dat overschot aanspreekt: zijn doop! Het leven kan tegenvallen. Je kunt je soms enorm in de nesten werken. Maar terugkijken, naar wat je meekreeg, dat opent je ogen voor “The good life”. De jongen vlucht uit de handen van criminelen. En passant citeert Anouk nog Prediker 3. Maar de film eindigt anders dan de song zelf. De film laat de vraag open: is het echt, of een droom? De film en dit lied vragen: waarin geloof jij? Noodlot of bevrijding? Wat is echt voor jou?

http://fitformissions.wordpress.com/2013/05/01/stamhoofd/

Je kunt ook op z’n Afrikaans naar koningen en kroningen kijken: Nederland heeft een nieuw stamhoofd.

Koninginnedag is voorbij. Alles is goed verlopen. Er waren nauwelijks incidenten, geen rampen, geen grote missers.

De laatste koning?

De laatste koning?

Het enige dat miste was religie. Hoewel, het ontbrak niet helemaal.  Twee rabbijnen kwamen in beeld: gasten bij de plechtigheid namens de joodse gemeenschap. God werd genoemd in couplet 6 van het Wilhelmus. God werd genoemd bij de eed. Dat was het. In zijn toespraak had Willem-Alexander het over zijn taak en betekenis voor het land. Bij de tocht over het IJ was het allemaal mooi en creatief. Maar geen religie, geen geloof, geen kerk, moskee of synagoge.

Het is terecht. De koning heeft als hoogste ideaal dit land te verbinden en te versterken. Hij gaat zijn functie uitoefenen om dat te regelen. Hij gaat dat goed doen, belooft hij. Geloof kan er dan inderdaad maar beter buiten blijven.

Maar voor het koningschap  is het riskant. Erfelijk koningschap bestaat nu eenmaal op grond van het besef van bestemd zijn door een lot, of geroepen zijn door Iets of Iemand, of deze taak opgelegd kríjgen. Het is principieel verbonden met religie: met het accepteren namelijk van een hoger of groter iets. Met (een) God dus. Als je religie weg laat, houd je een functie over die in principe door iedereen kan worden uitgeoefend. Hoe lang is het land enthousiast over Willem-Alexander? Waarom kiest men na hem niet een leukere koning? Iemand die de functie beter en goedkoper kan uitoefenen? Ik zie het al voor me: een verkiezing via het programma The King Factor! Leuk toch? Nu nog sprookjesachtiger!

Niets is wispelturiger dan de volkswil. Dus als je alleen daar je koningschap op bouwt, zou Willem-Alexander wel eens de laatste koning van Nederland kunnen zijn. We zullen zien.

Een goed spreekwoord luidt: beter goed gejat dan slecht bedacht. Op die manier kwam ik aan het onderstaande verhaal. Maar een beter gezegde luidt: “Kill your darlings.” En dus sneuvelde dit verhaal, en zal het zondag niet door mij verteld worden. De kroning, Bram Moszkowicz en de terreurdreiging in Leiden krijgen voorrang. En bovenal natuuurlijk de lokale geloofsgemeenschap, deze week lieve mensen van de Maranathakerk in Ermelo, die op een schitterende manier hun weg zoeken met God.   

Het verhaal over de blustrommel. Een boer uit Polen, 18e eeuw, was altijd in zijn ene dorpje geweest. Hij was er geboren, hij was er opgegroeid, en hij werkte en leefde er. Op een dag moet hij naar Wenen, naar de rechter, voor een erfenis kwestie. Enfin, hij loopt door de grote stad. En opeens beginnen er mensen te hollen. En ook hoort hij trommelslagen. In verwarring vraagt hij wat die trommels betekenen. “Weet je dat dan niet”, antwoordt de man, “als er brand uitbreekt, dan slaan we hier op trommels, zodat het vuur snel geblust kan worden.” De boer vond dit een grandioze uitvinding. Voor hij naar huis terugkeerde, kocht hij een trommel. Hij was nog niet lang thuis, of er brak brand uit. In zijn eigen huis. Snel zocht hij zijn trommel op en begon er krachtig op te slaan. Hij trommelde als een bezetene zonder ook maar iets te ondernemen om de brand te blussen. Het vuur doofde pas toen zijn huis in de as was gelegd en de boer uitgeput van het trommelen op de grond lag. 

Een tijd later kwam er een handelaar uit Wenen voorbij. De boer vertelde hem zijn verhaal. Toen moest de handelaar lachen: “Dacht je nou echt dat de brand alleen door trommelslagen geblust kan worden? Het is slechts een signaal, voor mensen om water te gaan halen en het vuur te doven!”

Rabbi Mendel, die dit verhaal vertelde, was even stil. Toen zei hij: “Het vuur, mijn kinderen, is de zonde, het lijden van deze wereld. De trommel is onze eredienst, waar de oproep tot omkeer en heiliging van uitgaat. Onze toewijding aan de Eeuwige die op deze oproep volgt, is als het water waardoor het vuur geblust wordt.”blustrommel

wounded church

Een kerk kan gewond raken.

Bij een fusie ontstaat een conflict over kerkgebouwen. Tot bij de rechter vechten ze het uit. Dat slaat diepe wonden. Persoonlijk tast het mensen aan. Maar ook zo’n kerk raakt gewond. Want er komt twijfel aan de geloofwaardigheid van dit geloof. Sommigen  vragen zich af, wat vergeving of de liefde van Christus nog betekenen in zo’n kerk.

Of als een geestelijke of leider seksueel misbruik pleegt. Ook dat slaat wonden. In de eerste plaats bij de slachtoffers. Is er oprechte zorg voor slachtoffers? Is er passende aanpak en begeleiding van de dader? Ook de betreffende kerk is gewond. Ook bij hen die niets met het misbruik te maken hebben is het vertrouwen in kerk en geloof beschadigd.

Soms kan een interim predikant in zo’n situatie werken aan genezing. Juist als buitenstaander. Hoe gaat dat?

Het begint en eindigt met integriteit. Dat is secuur werk. Het gaat eenvoudig om betrouwbaarheid in afspraken. Om dagelijkse toewijding in aandacht voor mensen. Om helderheid in procedures. Om correcte communicatie. Want kleine fouten, zwakheden, of alledaagse tekortkomingen, die zouden worden aanvaard in een omgeving van vertrouwen, roepen noodsignalen en zelfs pijn op in een gewonde kerk. Hoge doelen of strategische overwegingen helpen een gewonde kerk niet verder.

Die integriteit haalt een interim predikant niet alleen uit zichzelf. Het kan alleen gebaseerd zijn op een integer geloofsleven. Voor mijzelf staat hierin het geloof in Jezus Christus centraal, die na zijn lijden en na zijn dood, opgewekt wordt uit de dood en zegt: vrede zij met jullie. Die vrede kan de interimpredikant inspireren tot integriteit. Eén van de valkuilen waar een interim predikant in kan vallen is het problematiseren van een kerk, of van het overreageren of de gevoeligheden in een gewonde kerk. Een houding van niet-angstige betrokkenheid, van vrede dus, is geboden. De vrede die Christus belichaamt.

Op die manier is integriteit de lange weg van het herstel van geloofwaardigheid in een gewonde kerk. Dit herstel kan leiden tot een versterking van een kerk. Genezing kan immers groei van geloofwaardigheid betekenen. Juist wie vanuit integriteit de verwondingen doorstaat, laat zien hoe genezend het geloof kan zijn in de opgestane Heer.

Pieter van Winden

John Mayer zingt: “Love ain’t a thing, love is a verb”. Liefde is niet een ding. Je kunt liefde niet beetpakken. Liefde is een werkwoord.

Het liedje klinkt dichtbij, alsof hij het in je oor fluistert. Goed gedaan, John! Want er is veel dat je van een afstand kunt bekijken. Je kunt van een afstand kijken naar wat je eet, naar apparaten, naar mensen en zelfs naar God. Van een afstand kun je daar dan afstandelijke dingen over zeggen. Dat het eten gezond is of niet, bijvoorbeeld. Of dat je die ene telefoon beter vindt dan de andere. Of dat God bestaat of niet.

Maar liefde is een werkwoord, en dat komt dus dichtbij. Als je kunt ook met liefde omgaan met eten, met apparaten, met mensen of met God. Dan gebeurt er iets anders. Dan kom je niet met algemene uitspraken. Dan vertel je hoe je genoten hebt van eten, of wat er voor bijzonders aan is. Dan ga je voorzichtig om met je telefoon, en behandel je die met respect, en zorg je aan het einde van het functioneren voor recycling. En als je met liefde omgaat met God, dan volsta je niet met “bestaat” of “bestaat niet”. Dan is het eerder: “ik zoek”, of “ik ben blij”, of “ik ben teleurgesteld”.

Liefde is een werkwoord. Dat is waar. Als je met liefde in het leven staat, dan gebeurt er iets, met jou, en met alles waarmee je in aanraking komt. Dan is er geen eindconclusie van een afstand. Nee, dan is er beweging en toekomst.

Waarom zou je dat doen? Waarom is er liefde? Volgens iemand in de bijbel krijg je liefde. Je hoeft het niet te bedenken. Het wordt je gegeven. De vraag is alleen of je dat oppakt. Maak je van liefde een werkwoord? Als je dat doet, dan volgt de rest vanzelf. Eén van de eerste christenen zei: “Ons kennen schiet te kort. Maar straks zal ik volledig kennen zoals ik zelf gekend ben. Ons resten dan geloof, hoop en liefde. Maar de grootste daarvan is de liefde.”

Racoon is Nederlandstalig gegaan! Het typsiche Racoongeluid in je eigen taal. Op internet staat: ““Oceaan” is een mooi liedje geworden met een aardse tekst zoals frontman Bart het zelf noemt” Kan een Oceaan aards zijn? Het is recht voor z’n raap. Het is een schreeuw, tegen de losse eindjes. Tegen de versnippering van wat je meemaakt. Het zou troost zijn als alles op zijn plaats valt. Als er een oceaan zou zijn, waarin alles samenkomt? Want je kunt stomme dingen doen. Je kunt jaloers zijn. Je kunt verliefd zijn. Maar waar is een oceaan, die niet oordeelt, waarin alles één is?

Er is verrekte veel te zeggen

en te liegen nog veel meer,

heel veel bagger bloot te leggen

al doet het graven nog zo’n zeer

Ik ben een eikel maar ik leer.

Een oceaan om in te vluchten,

nooit jaloers te hoeven zijn,

liefde om mijn hart te luchten,

een oceaan: hoe lekker zou dat zijn

“Oceaan” lijkt op een oud lied. Een lied uit de bijbel. Racoons oceaan heet in dat lied “U”: “U hebt de mensen bijna goddelijk gemaakt en alles aan zijn voeten gelegd: de dieren van het veld, de vogels aan de hemel, de vissen in de zee en alles wat trekt over de wegen der zeeën.”

Een oceaan vol tranen is van mij

alleen van mij.

Racoon laat de “U”/”Oceaan” buiten zich en binnen zich stromen: een oceaan om te verzuipen; een oceaan alleen van mij. Precies zo is God. Iedereen kan alles over Hem fantaseren. Onzin, bagger en waarheid. Wat je maar wil fantaseren over Hem. Tegelijk geeft God uit liefde het talent van de fantasie. “Wat is de sterveling dat U aan hem denkt?” Met fantasie zingt Racoon een lied over troost, thuis zijn in je leven. Over God? Aards inderdaad. En spiritueel.

De nieuwe James Bond is in aantocht: “Skyfall”. De titelsong is al uit. Een schitterende, bombastische song. Vakvrouw Adele heeft er iets moois van gemaakt. Op internet staat:

Skyfall is een krachtige en betoverende ballad die Adele zingt als de hemel! “Skyfall” is ongetwijfeld voorbestemd om over heel de wereld een tophit te worden. 

Een wereldhit dus. Dat is inderdaad waarschijnlijk. De song gaat over niets minder dan het einde van de wereld. De diepste menselijke angst: dat de zon dooft, de hemel instort en alles over is. Soms maken mensen dingen mee waarvan ze zeggen: “Het was alsof mijn wereld instortte”. Dat dus. Skyfall. Maar de song gaat ook over het hoogste, wereldwijde verlangen: dat er iemand is die je beschermt. Sterke armen die je dragen als alles instort. In de song klinkt het zo:

For this is the end
I’ve drowned and dreamed this moment
So overdue, I owe them
Swept away, I’m stolen

Let the sky fall, when it crumbles
We will stand tall
Face it all together

Dat lijkt sprekend op een stuk uit de bijbel. In Matteüs 24 zegt Jezus: meteen na de verschrikkingen van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan geen licht meer geven, de sterren zullen uit de hemel vallen en de hemelse machten zullen wankelen. Hijzelf troost je als je dat gevoel van angst herkent. Want hij belooft dat hij zijn engelen dan stuurt, en die zullen zijn mensen uit de vier windstreken bijeenbrengen, van het ene uiteinde van de hemelkoepel tot het andere.

Skyfall zegt niets over Jezus. Het is gewoon Adele die een dagdroom zingt. Ze scoort er een wereldhit mee, die over een paar jaar weer vergeten is. Maar je zou dit lied ook als een  religieus lied kunnen meezingen.  Het sluit naadloos aan bij de beloften van Jezus. Voor Hem is het geen dagdroom. Hij kent de angst. Hij kent de dood. Hij belooft dat Hij er voor je is, als je het gevoel hebt dat de wereld instort. Skyfall dus, maar dan écht.