Archief voor de ‘Alles draait om de inhoud!’ Categorie

VOOR DE LIEFSTE ONBEKENDE

Geplaatst: 22 september 2012 in Alles draait om de inhoud!

De Utrechtse stadsdichter Ingmar Heytze staat niet bekend als religieus. Maar toch. Kan een dichter niet-gelovig zijn? Hij of zij verwijst met woorden naar wat nog niet gezien wordt en ons toch omvat, en tegemoet komt. Ik kan de essays van Willem Jan Otten goed volgen, als hij juist als dichter tot geloof gekomen is, en als gelovig mens tot dichten komt.

Dit is geen poging om Heytze stiekem een kerk of religie in te praten. Het is alleen een opzetje om een gedicht van hem te citeren. Het is in zijn geheel te vinden op http://www.poezie-leestafel.info/ingmar-heytze Daar dan doorbladeren naar beneden, links onderaan.

Het heet Voor de liefste onbekende

Heytze slaagt erin om de verwachting van iets nieuws uit te drukken. Ik vind dat de fundamentele houding van het geloof: dat je open staat voor kennismaking met Hem die bje nog niet kent. En tegelijk spreek je Hem al aan, omdat je weet dat Hij jou al wel kent:

Wat ben ik blij dat ik je nog niet ken.

Ik dank de sterren en de maan
dat iedereen die komt en gaat
de diepste sporen achterlaat, behalve jij,
dat jij mijn deuren, dicht of open,
steeds voorbijgelopen bent.

Een aantal verzen laat ik weg. Hoe zit dit met auteursrecht? Maar klik vooral op de link en lees het gedicht in zijn geheel! Ik denk aan Bijbelse parabels, over de Bruidegom die voorbij trekt, over het kloppen aan de deur die open zal gaan, en over de overweldigend goede tijd die komen zal. Brieven in de Bijbel die wijzen op het belang van gastvrijheid, “want zonder het te weten hebben mensen engelen gehuisvest”. Over wachters die uitzien naar de morgen. Het verlangen naar d geliefde in Hooglied. In allerlei toonaarden wordt verlangen, verwachting, en aarzeling om te kennen of om te kunnen kennen überhaupt als geloofshouding getekend in de bijbelse teksten, tegelijk in de zekerheid dat het overweldigend zál zijn, en dat er een Heer is die mijn denken en voelen en zijn omvat met zijn liefde. Dat herken ik op een seculiere manier in dit gedicht, dat eindigt:

Wacht een maand, een jaar,
de eeuwigheid en één seconde meer –
maar kom, voor ik mijn ogen sluit.

Mario Draghi

Dear sir M.Draghi,

with great admiration I read about your governance of ECB. A highly responsible task in these turbulent times. One of your main tasks seems to me to fight the economic crisis in Europe. The wisdom of your policy is beyond doubt.

Nevertheless, I would like to point out that economics as a science originates from moral philosophy. Exactly morality or moral considerations, I miss within the approach that we apply in Europe. Our fight for more and more consumerism as basics for recovery has something desperate. Consumption itself cannot possibly be a basis for more consumption. Because of the lack of a basis of trust and faith the financial markets show, like many citizens, a frantic and erratic behavior. This behavior needs a more solid foundation.

Based on the Christian-humanistic tradition which we share as Europeans, I want a text from the Bible to present. It is a phrase of the apostle Paul. In his letter to the church in Philippi in chapter 4 verse 19 he writes: “My God will supply every need of yours according to his riches in glory in Christ Jesus.”

Do you see opportunities from the faith and confidence that is expressed herein, to work towards increasing confidence among the inhabitants of our continent? Would it not be beneficial for us Europeans when we would work on trust and faith?

As a pastor in Utrecht, one of the major cities in the Netherlands, I try to live with the trust and faith that are expressed in Paul’s text. It is a testimony of the economy of grace, and points to a future that doesn’t need te be fought for, but will be given.

With the greatest esteem,   Rev.Pieter van Winden

Op zaterdag 3 november is de landelijke dag voor Social Media en kerken: de missionaire (on)mogelijkheden van Social Media. De deelnemers aan die dag kunnen kiezen uit meerdere “routes”: voor de sceptische beginner is er veel te vinden, maar ook voor de gevorderde gebruiker en ieder daar tussenin. Voor de diverse niveau’s is er praktische informatie, ontmoeitng met technici, met mensen van je eigen niveau, en nieuwe toepassingen over gebruik en strategische aanpak.  

Maar Kerk2012 is er zeker ook voor beginners. Daarover gaat deze blog. Als je beginner bent, en je wilt heel misschien wat met Social Media, waar begin je dan? Lees eens door, en laat me weten of je hiermee verder komt.

Het logo van 3 november: kom je ook?Social Media zijn veel in het nieuws. De namen komen voorbij in kranten, op TV en op internet: Twitter, Facebook, Myspace, Hyves enzovoorts. Is dat iets voor professionals en freaks? Of kan een eenvoudige kerk of verenging er ook wat mee? Dit artikel gaat daarover: je bent betrokken bij een non profit organisaties als een kerk. Of een vereniging. Wat kun je dan met Social Media bereiken? En waar begin je?

Zelf ben ik sinds een paar jaar gebruiker van Social Media. Als predikant van een gemeente in Utrecht heb ik het leren kennen. Het kost in het begin veel tijd. Maar het levert mij zoveel op, dat het me tijd bespaart. Hoe dat kan, en hoe je als vrijwilliger of predikant of internetenthousiasteling met social media start, leg ik je graag uit.

Wat kun je ermee bereiken?

Social media kun je goed inzetten bij de opbouw van een gemeenschap, bij het communiceren van je missie, en bij het betrekken van geïnteresseerden bij je werk. In de praktijk betekent dat voor mij dat ik contact houd met mensen die ik ken maar die ik niet vaak zie. Als part time predikant in twee stedelijke kerken ontmoet ik veel mensen op verschillende plekken. Het werkt voor mij goed om van hen te horen wat er in hun persoonlijke of werkzame leven gebeurt. Maar hoe vaak kom je elkaar tegen? En hoeveel bezoeken kan ik afleggen? Social Media ondersteunen het contact met honderden mensen die ik ken. Als we elkaar dan weer “live” tegen komen, dan kan ik er als pastor op aansluiten. Of ik neem tussentijds contact op. In een dorp zul je hier misschien niet veel behoefte aan hebben, omdat de gemeenschap van zichzelf al hecht is. In een stad maken social media van de wereld een dorp. Maar het werkt ook andersom. Via social media kan ik mensen laten delen in mijn werkzaamheden. Mijn privé leven zet ik er nooit op. Maar wat ik als predikant doe, daarin laat ik ieder die geïnteresseerd is graag delen. Het is voor velen schimmig wat een predikant feitelijk doet. Veel mensen denken dat je op zondag wat staat te preken, en dat dat het wel zo’n beetje is. Door op social media te delen waar ik mee bezig ben, vergroot ik kennis van wat er in een kerk speelt, betrokkenheid en bereidheid om mee te doen. Ik kan via social media ook mensen op elkaars pad brengen. Mensen leren elkaar kennen via social media, en kunnen dat live verder uitbouwen. Dat is bijvoorbeeld effectief bij de samenstelling van commissies of werkgroepen. Ook laat ik mensen soms meedenken over een dienst die ik aan het voorbereiden ben, of over een jaarthema of bepaalde activiteit. De input die dan komt is eigenlijk altijd erg goed, en vergroot ook de betrokkenheid.

Ik heb meegemaakt dat een pop concert in de wijkkerk –altijd lastig om te communiceren- 100 mensen trok, puur en alleen door bekendmaking ervan via social media door twee gemeenteleden. Want de één die het interessant vindt, deelt het met anderen van wie hij of zij denkt dat het interessant is, en al snel bereikt je bericht veel mensen wereldwijd.

Dat “wereldwijd” zet ik er express bij. Niet om social media belangrijker te maken dan het is. Maar social media hebben geen geografische grens. De voertaal kan beperkend werken. Maar in geen geval zijn er grenzen naar denominatie, lidmaatschap van kerk of vereniging, woonplaats, regio en dergelijke. Iedereen kan meelezen, tenzij je bewust bepaalde berichten afschermt.

Iemand stelde eens: een bericht op social media moet je zien als een billboard langs de snelweg. Dat vind ik herkenbaar. Beangstigend voor de één misschien? Maar als je weet wat je wilt, en wat je te bieden hebt, dan is dat toch een fantastische kans, dat je een billboard langs de snelweg tot je beschikking hebt! Zorg alleen voor een afslag en een goed parkeerterrein waar je te vinden bent, en je kunt je bereik enorm vergroten.

Wat is nodig?

Wat je nodig hebt is een computer en een internetverbinding. Een telefoon met internetverbinding is erg handig, maar niet noodzakelijk.

Wat je ook nodig hebt is een positieve instelling. Want met een negatieve of klagerige mentaliteit stoot je alleen maar mensen af. Tenzij je een protestbeweging wilt starten.
Tot slot heb je tijd nodig voor gewoon één op één contact met mensen. Want social media zijn zoals de naam als zegt sociaal. Het gaat niet om Hyves of Facebook op zich. Het gaat ook niet om een snelle internetverbinding. Het gaat bij non-profit-gebruik uiteindelijk om het gebruik van de techniek in combinatie met het ontmoeten van mensen.

Waar begin je?

Begin met een eigen website. Die heb je misschien al. Of je kerk of vereniging heeft die al. Mijn tip: doe het met WordPress. Dat is niet een vereiste. Maar via wordpress.com kun je je website op een ideale manier combineren met het gebruik van social media. Je hoeft geen kennis te hebben van computertalen. Je kunt met wat proberen gratis een prima interactieve en dynamische website maken.

Vervolgens zorg je ervoor dat die website te vinden is via Google.  Dat doe je onder andere door je berichten te voorzien van steekwoorden, “tags”.

En probeer geregeld iets nieuws op je website te zetten. Dat zorgt ervoor dat mensen terug komen op je site. Vertel wat er lukt. Laat horen hoeveel geld je binnen hebt gekregen. Zet eens een vrijwilliger in het zonnetje. Bedenk een thema waarover je af en toe een bericht schrijft. Er zijn voorbeelden van predikanten die elke week een uittreksel van hun preek plaatsen. Dat is een methode. Een andere gemeente heeft per dag een thema, variërend van een cartoon, tot een popsong of een diaconaal bericht. Je doet waar je als persoon, kerk of vereniging goed in bent. Wat kun je aan? Het gaat niet om veel tekst. Liever niet! Liever weinig tekst (300 woorden per bericht) en een plaatje. Denk visueel. Dan is je website de plek waar vanuit je met social media gaat werken.

En dus naar Facebook?
Facebook is bekend. Bijna een miljard mensen maakt er gebruik van. Zij zijn naar www.facebook.com gegaan en hebben hun gegevens ingetypt. Veel aanmelders hebben het daarbij gelaten. Maar de meeste aanmelders doen meer.  Want inderdaad is Facebook een interessant social medium, juist ook voor kerken en verenigingen. Van de social media die er momenteel zijn, zou ik deze al eerste aanbevelen.

Een account maken op Facebook is eenvoudig. Zorg vooraf dat je wat foto’s op je computer hebt, die je op je Facebook account plaatst. Zonder foto’s werkt het niet. En bedenk vooraf goed hoe je jezelf presenteert. Ga je als persoon op Facebook je organisatie vertegenwoordigen? Of zet je de organisatie voorop? De beslissing daarover neem je op grond van de praktijk. Een kerk die een team van meerdere mensen heeft, die het account gaan bijhouden, kan zich goed als kerk aanmelden. Alle leden van het Facebook team kunnen bijvoorbeeld zonder onderscheid des persoons berichten plaatsen. Maar een vereniging met één persoon die het hele internet gebeuren “doet”, zou ik aanbevelen om het persoonlijk te houden. Die ene persoon kan zichzelf bekend maken als het gezicht van de vereniging, ook op de naam van de vereniging, maar met zijn of haar eigen foto en naam erbij.

Facebook is goed geschikt om je berichten op je website te delen. Je kunt eenvoudig een link van je website naar je Facebook-account maken. En andersom. Degenen die zich aanmelden op jouw account krijgen dan vanzelf de nieuwe inhoud van je website te zien. En misschien geven ze het door aan anderen. Kijk, en dan wordt het interessant. Of, ook interessant, ze geven commentaar en tips. Daar kun je altijd je voordeel mee doen!

Ook nog Twitter?
Zelf vind ik Twitter een erg prettig social medium. Maar je moet er mee om, weten te gaan. Tieners doen er niet veel mee. Het is iets voor volwassenen, blijkt in de praktijk. Ik heb zelf mijn Twitter account zo ingericht dat wat ik op Twitter zet, dat dat automatisch op mijn Facebook account komt. Dus “ook nog Twitter” is niet aan de orde. Het verwijst allemaal naar elkaar, als je dat wilt. Je kunt van social media gebruik één vorm van communiceren maken, die alle media bestrijkt.

Ik vind zelf Twitter echt iets voor personen. En niet echt iets voor organisaties. Dit is niet helemaal waar, maar zoek zelf maar: in de non profit sector kom je weinig organisaties, maar vooral veel personen tegen die een groot bereik hebben met hun Twitter berichten.

Twitter houdt in dat je berichten van maximaal 140 tekens op je account zet. Als je eraan begint zorg er dan voor dat je met regelmaat berichten twittert. Je krijgt vanzelf mensen die je gaan volgen, zeker als je zelf ook anderen gaat volgen.  Bij twitter gaat het niet in de eerste plaats om plaatjes, maar om tekst. Die tekst kan ook een verwijzing zijn naar je website, een bladzijde op je website, of naar een foto of filmpje van een gebeurtenis in je kerk, verenging of bij je thuis. Dat laatste –thuis- zou ik nooit doen, overigens.

De kracht van Twitter is bijvoorbeeld bewezen in het Midden Oosten waar protestbewegingen ontstonden omdat mensen via Twitter hun idealen en plannen deelden, ook zonder elkaar vooraf te kennen. Ook instellingen in de Openbare Orde en nieuwsredacties volgen twitter als belangrijke bron van informatie.

Twitter is tekst. Twitter is “nu”. Meer dan Facebook, waarop berichten veel langer op blijven staan, is Twitter een moment opname. Het komt en het gaat. Twitter is dus geschikt ook voor gebruik in de communicatie tijdens een bepaalde gebeurtenis, zoals een kerkdienst. Ook personen en groepen die niet fysiek aanwezig zijn, kunnen op dat moment mee communiceren. Anderzijds heb ik ook goede ervaring met een kerkdienst waarin Facebook het toegevoegde medium is. In een dienst die simultaan in Utrecht en in Accra-Ghana gehouden werd, bleek Facebook geschikt, alleen al omdat voor en na de dienst de contacten via Facebook doorgingen. Ook maanden later blijkt er via Facebook nog medeleven en communicatie te zien, die gestart is in die dienst. Bij twitter zul je dat minder snel zien.

Bijzonder bij het gebruik van twitter is nog het gebruik van hashtags. Hashtags zijn woorden met een hekje (#) ervoor. Zo’n gemerkt woord kan iedereen in een tweet opnemen die over datzelfde onderwerp of over diezelfde gebeurtenis wil communiceren. In november is er een landelijke dag voor kerken en social media, en daarvoor is nu al #kerk2012 de hashtag. Met dat woord kun je op twitter eenvoudig alle berichten terugvinden die daarover gaan.

Hyves?

Hyves is ook een interessant social medium. Maar ik zou het niet als eerste aanbevelen. Hyves is uitsluitend Nederlands. Het is een soort facebook voor nederlandse tieners. Het wordt immers vooral door jonge tieners gebruikt. Als je dus als kerk of vereniging specifiek met jonge tieners wilt communiceren, dan kun je goed terecht op hyves. Beter vaak dan met email of sms. Maar hyves is  nogal doelgroep-specifiek.

Let even op Pinterest
Pinterest is één van de nieuwste loten aan de social media boom. Pinterest is een soort foto plakboek. Je zet er herinneringen, foto’s, interessante platjes en artikelen op. Zeer visueel gericht. Gericht op inspiratie doorgeven, en het delen van inkijkjes in wat je aan het doen bent.  Ook bij interest is het weer vooral interessant om het te laten verwijzen naar je website. Websites krijgen meer bezoek van een pin op Pinterest dan van een tweet. Pinterest toont foto’s. Dat is leuk om te zien voor anderen. Een leuke foto wordt al snel ge-repinned. Als je aan je foto een fragment van een tekst of website zet, dan gaan mensen dat graag lezen, en delen met anderen. Of Pinterest een blijvend medium is, moet nog blijken. Maar dat geldt voor de andere media ook.

Niet vergeten: Google + en LinkedIn

Zelf vind ik Google+ het interessantste en makkelijkste social medium van dit moment. Maar het heeft één groot nadeel: er zijn te weinig gebruikers, in verhouding tot Facebook en Twitter. Dus ik beveel een beginner niet aan om in Google+ te stappen. Dat geldt ook voor Linkedin, maar om een andere reden. Linkedin is eenvoudig in te richten. Maar het is voorla gericht op professioneel gebruik. Het is geschikt om zakelijke contacten te leggen, je netwerk uit te breiden of om werk te zoeken of vacatures te  plaatsen. Het is minder sociaal, en meer op de zakelijke kant toegespitst. Interessant zeker voor de gevorderde. Maar een beginnende kerk of vereniging of vrijwilliger of predikant beveel ik het niet bij voorbaat aan. Misschien zit je al wel op Linkedin. Dan moet je daar natuurlijk vooral mee doorgaan. Mijn voorstel zou dan zijn om ook op twitter te gaan en je tweets op je linkedin account te laten verschijnen.

De moed kwijt?

Raak de moed vooral niet kwijt. Je hoeft het hele internet niet te veroveren. Je begint gewoon en probeert op een prettige en positieve manier wat aanhang op te bouwen. Wees daarbij vooral positief: tel je zegeningen, tweet ze één voor één. Volg ook anderen. De goede ideeën en successen en mislukkingen van anderen zijn erg goed om zelf van te leren. Stuur berichten van anderen ook door.

Bedenk vooraf wel of je hier plezier in kunt gaan krijgen. Want alle tijd erin steken, om dan na een paar maanden geen berichten meer te maken of bij te houden, dat is jammer van je tijd. Besteed aandacht aan opmerkingen over jouw site, of over je Facebook pagina. Want die interactie is de manier om een netwerk op te bouwen! Aan de techniek, aan de strategieën en vooral aan de interactie besteden we aandacht op 3 november: kerk2012.

“God weet wat er wordt verborgen in die zwakke en diepliggende ogen. Een vurige menigte van stomme engelen, die liefde geven en niets terug krijgen.” Dat zingt Birdy in haar top 40- song. Ze zingt het met gevoelige uithalen: People help the people. Het is een simpel liedje van dertien in een dozijn. En toch. Toch blijft de melodie hangen. En: het is weer zo’n song met spirituele lading. Birdy zingt over redding. Over eenzaamheid. Over God die weet. Over engelen, als metafoor voor goedbedoelende mensen. En over mensen die helpen. Het zijn stuk voor stuk spirituele categorieën. Omdat God weet: “God weet wat er wordt verborgen in de zwakke en dronken harten. Ik denk dat de eenzaamheid komt aankloppen. Niemand hoeft alleen te zijn, oh red me. Mensen helpen mensen.” Ik vind het niet raar om hierbij aan Handelingen 15:8 te denken: “God, die weet wat er in de mensen omgaat, heeft blijk gegeven van zijn vertrouwen in de heidenen door hun de heilige Geest te schenken”. Vind ik dit niet raar? Ja vind ik dit wel raar. Want het is raar in deze tijd dat iemand aan een bijbeltekst denkt bij een top 40 liedje. Dat krijg je in een tijd dat bijbelkennis verdwenen. Maar als ik Birdy beluister vermoed ik de Heilige Geest die via Youtube spirituele waarden in de harten van mensen blaast. God weet immers? Birdy zingt het zelf! Mensen helpen mensen.

 

Kerken moeten missionair zijn, vinden veel kerken en instanties. Daar is wel wat voor te zeggen, maar het is lang niet zo geweest. Op dit moment wordt er van kerken verwacht dat ze doen aan contact, PR, uitstraling, communicatie met de buitenwereld. Prima zaak natuurlijk. Want zonder dat is het al gauw wat duf en stoffig. Maar het is lang anders geweest.

Zendingsgenootschappen en zendingsordes hebben het grote zendingswerk gedaan. Wereldwijd. En in Utrecht bijvoorbeeld had je in de vorige eeuw de Stadszending. Dat was een uitgebreid netwerk van evangelisten, inloophuizen, activiteiten voor contact over geloof. Dat gebeurde allemaal buiten de kerk. Heel bewust. Het doel van de stadszending was om niet-christenen én de kerken tot geloof te brengen. Op een gegeven moment werd de financiering en de structuur van de Stadzending wat wankel. Maar men heeft zich tot het uiterste verzet tegen opname in de kerkelijke structuur. Men wist dat het missioniaire elan zou verschrompelen als men onderdeel van de kerk zou worden. En zo is het gegaan. In het voortreffelijke “80 jaar stadszending te Utrecht” van G.Siebert en J.Zeilstra wordt hierover verteld.

Moeten kerken nu missionair zijn? Er zit een vreemde knoop in die gedachte, immers, hoe kun je missionair zijn en tegelijk zelf al je structuur en aanpak klaar hebben liggen? Hebben de mensen die je bereikt daar dan zelf geen stem in? Paulus deed dat beslist anders. Hij scrheef een brief aan de mensen in Rome. in die brief vroeg hij niet of zij even missionair wilden gaan doen. Nee, hij vroeg of ze hem wilden steunen om door te reizen naar Spanje. Hij vertelde, waar hij maar kwam, over geloof. De gemeenten die daaruit ontstonden vonden zelf uit in welke structuur en aanpak ze verder gingen.

Die oude tijden herleven met Social Media. Eén van de effecten van oprukkend Social Media gebruik is dat vaste structuren en centrale leiding onderuit gaan. Ervoor in de plaats komt een diffuus soort lidmaatschap, dat meer een netwerk karakter heeft, dan een vaste organisatie. Klanten, leveranciers, leidingegevenden, passanten en meewerkers staan communicatief op hetzelfde niveau. Als je als kerk werkelijk social media integreert dan vindt missionair werk plaats door wie dat maar oppakt, maar niet door de organisatie of het instituut. Want persoonlijke stijl, authenticiteit, doorzichtigheid van aanpak, en helderheid van boodschap en bedoelingen  kenmerken de communicatie via Social Media. Het instituut doet een stap terug. De gedrevenheid van personen doet een staop naar voren. Kerken kunnen zo haarden van missionair verzet zijn tegen secularisatie zijn, maar geen missionaire instituten als zodanig.

Welkom Facebook, voor een nieuw hoofdstuk in de zendingsgeschiedenis.

Een middelbare scholiere moet een werkstuk maken voor het vak Godsdienst. Ze moet iets doen over protestantisme. Ze vindt mijn naam via internet en vraagt of ze wat vragen mag stellen. Altijd goed, natuurlijk! Ik ken haar verder niet, dus wat moet je schrijven? Dus nu is mijn vraag aan mijn lezers: wat vind jij van deze vragen en antwoorden? Kan dit beter? Hoe zou jij dit doen?

Hieronder de letterlijke tekst.

“Oké, dit zijn mijn vragen:

1. Wat zijn de drie basiselementen van het protestantisme?

Zijn het er drie? Ik zie de volgende:

–       Als je wilt weten wie God is, dan ontdek je dat compleet door te doen en te geloven zoals Jezus dat doet. Hij is de weg de waarheid en het leven. De bijbel geeft over Hem een compleet beeld, en met je geloof en gebed en manier van leven maak je daar wat van.

–       Ieder mens is voor God gelijk, en Hij houdt van alle mensen evenveel. Zelfs als je denkt dat je een loser bent, geeft God je zijn kracht en liefde. En als je denkt dat je de baas bent over anderen, dan zal Hij je een toontje lager laten zingen, op zo’n manier dat je dat beslist merkt.

–       God heeft een plan met deze wereld. De wereld mag best wel mooier worden dan die nu is, vind je niet? God is bezig met een betere wereld. Hij heeft jou daarbij nodig. En andersom: mensen hebben God (en dus Jezus) erbij nodig en zonder Hem gaat dat echt niet lukken (anders was dat toch allang gebeurd?).   

2. Wat zijn de knelpunten in de huidige tijd van het protestantisme?

Ik vind het vooral heel erg, dat er zoveel mensen zijn die pijn hebben, ziek zijn, lijden onder onrecht en gebrek. We komen in onze wijk veel mensen tegen die geen paspoort hebben. Ze bestaan dus niet, volgens de regering. Maar ze zijn wel ziek en hebben trek en willen werken. Daar doen we als kerk iets aan, maar het is nooit genoeg. Dat is een knelpunt, en dat wordt alleen maar erger.

3. Waarom wilde u dominee worden?

Omdat God dat wilde.

4. Wat spreekt u in de bijbel het meeste aan?

In de bijbel lees ik hoe mensen met God leven, op een ontroerende manier. Ik las laats iets, dat ik opeens zo ontzettend mooi vond, dat ik er de rillingen van kreeg. Dat ging dan over Jezus die zijn leven geeft voor de mensen, gewoon uit liefde. Dan denk ik: wow wat is dat mooi! Het is radicaal. Het is intens goed. Het geeft me spirit en energie!

5. Hoe zorgt u ervoor dat u de mensen aanspreekt?

Ik wil vooral naar anderen luisteren, en met hen bekijken waar God bezig is met hen. Want daar wordt iedereen beter van, en de wereld ook. Vaak zijn mensen hoop kwijt. Ze leven dan op de automatische piloot en willen vooral geen moeilijke vragen stellen. Dan eten ze te veel of roken en zuipen. Ik denk dat je dan niet gelukkig bent, ook al weet je dan niet waarom. Ik wil met mensen zoeken naar een levensstijl die goed is voor jezelf, en die ook iets goeds betekent voor anderen. God helpt daar bij.

6. Bent u tegen andere religies dan het protestantisme

Ik heb een diep respect voor ieder mens. Ik heb de mensen toch niet gemaakt? Dat heeft God gedaan. Dus Hij zal ook wel de verschillende geloven hebben gegeven. En hun geloof vind ik dan ook prima. Ik wil iedereen helpen om zo te geloven dat ie er zelf en dat de anderen om hem of haar heen er allemaal een beetje gelukkiger van worden. Maar voor mij kan dat niet zonder Jezus.  

7. Wat voor gevoel krijgt u wanneer u een kerkdienst geeft?

Ik krijg een soort rust en energie tegelijk. Ontzettend leuk dat er zoveel mensen zijn die zomaar hun tijd en aandacht geven om samen met elkaar en met God een goed uur te hebben.

8. Heeft u het gevoel dat u een speciale band met God heeft?

Nee, niet speciaal. Dat zou trouwens ook niet erg protestants zijn, om dat te vinden J

Ik denk dat er mensen zijn die een veel specialere band met God hebben. Daarom luister ik ook zo graag naar andere mensen, en naar wat zij vertellen over wat ze met God meemaken. Daar leer ik altijd enorm veel van.  Superinteressant.

9. Wat voor gevoel krijgt u wanneer u een kerkdienst geeft?

Zie vraag 7!

 

Leuke vragen! Sterkte en veel plezier met je school, en maak er wat moois van!

Hartelijke groeten.

 

De tijd van uniforme, machtige kerken is voorbij in West Europa. Hier en daar zijn er nog wel die er op lijken. Maar pluriformiteit is een kenmerk van het leven van mensen in deze tijd. Zeker in een stad. Het is geen probleem van kerken alleen. Inherent aan individualisme en een nadruk op persoonlijke authenticiteit is pluriformiteit. Als kerk bewust aan pluriformiteit werken is een vorm van het serieus nemen van de authentieke geloofsbeleving van mensen van nu. Maar hoe doe je dat als kerk? Hoe werk je aan pluriformiteit?

Ik stel de paradox voor als model. Kan het zinnig zijn om als kerk of gemeente paradoxaal te willen zijn? Het is een verdienste van de postmoderniteit dat een organisatie niet meer gedomineerd hoeft te worden door één idee, of één eensluidende belijdenis. Pluriformiteit kan dan nog iets passiefs hebben: verschillen worden getolereerd. Maar paradoxaal kerk-zijn houdt mijns inziens in dat bewust verschillen worden gezocht en bij elkaar geplaatst. Zowel in de inrichting van de vieringen, als in groepswerk en pastoraat, houdt de paradox de spanning en daarmee het religieus gesprek en daarmee de actualiteit in het kerkelijke spel.

In een stad is dit so wie so een basisgegeven: pluriformiteit is één van de definities die een stad tot stad maakt.[i] Een kerk in een stad hoeft daar uiteraard niet aan mee te doen. Er zijn kerken in de stad die bewust kiezen voor uniformiteit. Mijn stelling is echter: een kerk die haar roeping serieus neemt en mensen wil dienen in onze/hun/de toekomst met God door Jezus Christus, zal bewust pluriformiteit als gegeven hanteren, en wel door als paradoxale kerk bij, door en voor de mensen uit de directe omgeving te zijn.

Paradoxaal kerk-zijn houdt niet in dat alles dan maar moet kunnen. Want natuurlijk mag een kerk ook de pretentie hebben ‘hoeder’ van traditie te zijn. Maar het is oppassen daarmee. Want helaas blijkt deze rol in de praktijk vaak eerder te zijn dat gewoontes en nestgeur angstvallig bewaakt worden, dan dat de ‘hoeder’ blijmoedig en vertrouwend voortbouwt aan de traditie. Traditie is nooit een eindpunt, maar altijd een tussentijd, gegeven om op verder te gaan. Wie met de God van Israël leeft, blijft nooit op het zelfde punt. Zoals een kudde met een herder ook op weg blijft. Of een volk in de woestijn. Of een adelaar in de lucht. Ik vind daarom dat het begrip “identiteit” zowel een leeg midden mag omvatten[ii], maar misschien nog wel meer dat het paradoxale spanning in zich heeft. Dit is een complex onderwerp, waar ik hier niet dieper op inga. Maar praktisch gezien doet een kerk er goed aan om in haar besef van identiteit zowel de kooi als de weidse heide(nen) op te nemen, zowel haar belijden, als ook alles wat met dat belijden in samenklank en tegenstem kan bestaan. Dus laat een kerk vooral kiezen voor het centraal stellen van Bijbel vanuit een degelijke en onderbouwde christelijke Godsleer, én daarbij ruimte bieden aan allen die in deze tijd religieus zeggen te zijn, of areligieus. Juist in die spanning ontstaat geloof dat leeft omdat het tegenspraak oproept en biedt.

Het is ook de realiteit van veel gezinnen: één of enkelen geloven, vaak zonder het eens te zijn met elkaar. Een religieuze groep moet dat niet tot probleem maar tot kracht als uitgangspunt nemen.

De samenkomst of kerk of gemeenschap of groep sluit bij dat gegeven aan. Paradoxaal kerk-zijn houdt in dat bijvoorbeeld een viering een vast, maar open patroon vertoont, met een minimum én een paradox als identiteit. Dus: vieren volgens een vaste en doordachte opvolging van elementen en stemmingen, met een doordachte plek voor Bijbel en Godsleer, maar met bewust ruimte voor verschillende groepen in en rond en buiten de gemeente, en met altijd een paradoxaal element. Dat laatste kan zijn dat er gebruik wordt gemaakt van verschillende stijlen liederen, maar ook dat de ene zondagmorgendienst een geheel andere benadering kiest dan de andere zondagmorgendienst. Identiteit immers is niet eenvormig maar in een globaliserende en door conflict bedreigde wereld per definitie pluriform[iii]. Paradoxaal is het bijvoorbeeld door in een viering zowel wezenlijk Christocentrisch te zijn, als ook ruimte te geven aan meer breed-spirituele uitingen van individuele leden. Niet vooraf en rationeel moet identiteit vastgelegd zijn in “hoe we de dingen hier nu eenmaal doen”, maar identiteit kan juist een open begrip zijn dat ontstaat via experiment, ontmoeting en betrokkenheid op de inhoud.

Paradoxaal kerk zijn houdt dan per definitie ook een grote nadruk op pastoraat in. Zonder ontmoeting waarin plaats is voor zorg voor de ander en de vraag “en God dan?”, zakt een open identiteit weg in vormloosheid, of in de machtgreep van enkelen of een verleden. Nadruk op pastoraat dus, op nieuwe vormen van pastoraat, op de ondersteuning van hen die pastoraat doen, in combinatie met een groter openheid naar veelvormige groepen en vormen van vieren. Dit betekent niet dat alles op zondagmorgen anders moet, wel dat er meer ruimte komt voor groepen en personen, die vanuit hun religieuze praktijk inbreng hebben in het vieren van het geheel van de gemeente.

Dit kan ondersteund worden door de bestaande groepen consequent ook meer te laten “vieren”. Niet alleen de zondagmorgen is liturgische tijd, maar ook gespreksgroepen of actiegroepen of werkgroepen kunnen vierend samenkomen. Liturgie dan in de zin van een min of meer gestructureerde vorm van niet door de ratio bestuurde aandacht met symbolische en verwijzende elementen, gericht op het concreet en deelbaar maken van religieus besef en religieuze realiteit.

Paradoxaliteit houdt tot slot in dat meer groepen ontstaan in en rond een kerk. In die groepen hebben religie, christendom, in veelvoud en veelvormigheid plaats. Het groepsaanbod is tot op heden vooral gericht op gesprek en leren en gebed. Maar waarom zouden er niet bewuster meer groepen komen op het gebied van vieren en dienen en inkeer en expressie? Recente ontwikkelingen laten groepen zien die terugkeren naar de monnikstradities. Eeuwenoude liturgische vormen worden opgepakt, afgestoft hertaald en hergebruikt. Dit wordt gecombineerd met een op eenvoud, en milieubehoud gerichte levensstijl.[iv] Een avond over vasten blijkt bij een jongere generatie goed aan te spreken. Ook zijn er veelvouden aan migrantenkerken of –ministries. Ieder met eigen stijlen van vieren en handelen. Churchplant is gaande, ook in Utrecht. In Engeland is er ervaring met Fresh Expressions, waarbij kunstenaars en creativiteit worden ingezet bij vieringen op onverwachte plaatsen, vanuit de Engelse kerk! In Amerika zijn de megakerken als Willow Creek en Saddleback bezig zich door te ontwikkelen naar Multi-site-kerken. Kerken dus, met meerdere plekken, die ieder een eigen stijl en aanpak hebben. Ook vanuit Amerika zijn concepten als Deepchurch en Organic Church in ontwikkeling. Via internet is het eenvoudig om met theorieën, maar ook met groepen en individuele deelnemers van dit soort vernieuwingen contact te onderhouden. Kunnen ze ons helpen, als kerk in de stad? De PGU zou er goed aan doen om beleidsmatig bewust aan sociale networks deel te nemen rond die onderwerpen. Ik sta daar positief en vol vertrouwen in, en pleit ervoor dat we doelbewust in die lijn nieuwe (en soms dus opgerakelde oeroude) vormen van vieren introduceren voor kleinere groepen.

De mogelijkheden om via sociale netwerken op internet met geïnteresseerden in contact te komen en/of te blijven zijn zeker niet onuitputtelijk, maar even zeker nog grotendeels onontgonnen door kerken. Het is dé communicatievorm bij uitstek die past bij paradoxale religieuze groepen. Je ziet dat ook: religie leeft op het web, ook zonder de kerken. Facebook en Hyves vragen naar je religieuze identiteit[v]. Via Twitter zijn er de meest interessante groepen te vinden op het gebied van de ontwikkeling van theologie, kerk en liturgie[vi]. Volgens sommigen is Twitter spiritueel[vii]. Er was een aantal Linkedin-diensten in Amsterdam. elders waren Twitter-diensten. Lokaal was er recent een Facebook dienst. Interessante ontwikkelingen, die nog verdere ontwikkeling nodig hebben. Uitnodigingen voor gespreksgroepen verspreiden zich prima via Facebook of Hyves. De vele sociale netwerken zijn voor de actieve gebruiker uitstekend aan elkaar te koppelen, waardoor met een minimum aan inspanning een maximum aan contact te bereiken is. En niet alleen contact. Ook moet het mogelijk zijn om via die netwerken invloed uit te oefenen op aanbod en vormgeving van groepen en vieringen in een kerk. Mensen moeten in staat zijn om via de netwerken invloed uit te oefenen op hoe een kerk zich ontwikkelt. Op het aanbod. Dat kan heel concreet bij de voorbereiding van diensten. Maar ook tussen twee avonden in. Een gespreksonderwerp kan circuleren en voorzien worden van commentaar voordat het ‘live’ ter sprake komt. Er zijn genoeg mensen in de wijkgemeente te vinden met hart voor de kerk en de deskundigheid om netwerksites als deze te beheren. Mijn concrete voorstel is om hier een pastoraal ambtsdrager voor te zoeken. Want het gaat hier of het moet hier in wezen gaan om een pastorale inzet. Het communicatiemiddel is redelijk nieuw als middel, maar als kerk doen we al eeuwen aan religieuze communicatie. En kerkelijke communicatie moet gelegenheid geven aan ontmoeting waarin de vraag “en God dan?” gesteld kan worden. Consequentie van dt alles is dat bestaande vormen van lidmaatschap en betrokkenheid op de helling gaan. Niet-leden zijn door social media evenzeer aanwezig in een kerk al leden. En niet-leden hebben dan dus evenzeer toegang tot de kerkelijke beslissingen als leden. En wat is lidmaatschap feitelijk, als ik in mijn kaartenbak kijk? Ik zie 3500 leden, waarvan er zo’n 500 aanspreekbaar zijn op hun lidmaatschap. Daarnaast zijn er misschien zo’n 50 medewerkenden en bezoekers van gespreksgroepen, en van diensten, die niet lid zijn. Betrokkenhed telt meer dan formele stroomlijning, in een paradoxale kerk.


[i]  (Kamp 2003) p.230 definieert de stad als gekenmerkt door massaliteit, mobiliteit en complexiteit, en heterogeniteit. Op het onderscheid tussen heterogeniteit en pluriformiteit als termen en kenmerken ga ik hier niet in.

[ii] Zoals doordacht en wijs voorgesteld door (Witvliet 2003)

[iii] Het gaat misschien te ver om hierbij te verwijzen naar het werk van de duitse filosoof Peter Sloterdijk. Niettemin vind ik zijn kritische observaties over de betekenis van de globalisering voor de monotheïstische godsdiensten steekhoudend met het oog op de veranderde voorwaarden voor vrede. (Sloterdijk 2003)

[iv]  (Gibbs 2005) behandelt één element van deze ontwikkeling, namelijk die van de Emerging Churches. Deze term omvat een veelvoud aan kerkachtige initiatieven in de westerse wereld.

[v] Meld je maar aan op http://www.facebook.com en vul je profiel in. En ga eens naar “Pniel Utrecht” of via mijn account naar “Triumfator Utrecht”

[vi] De Twitteraar “@liturgy”meldt: “De belangstelling voor liturgie en spiritualiteit op twitter groeit. Meer dan 18,000 mensen volgen @liturgie, en maken mijn twitter profiel nummer zes van de meest gevolgde Kiwitwitters! … Twitter is ideaal om een deel van de liturgie, een bijbel citaat, of een positieve verstandige tekst door te geven, naast ook het verspreiden van handige koppelingen naar websites, gebeurtenissen en programma’s.”

[vii] De Twitteraar “@Liturgy” meldt: “25 redenen waarom Twitter een vorm van spiritualiteit is”. Daaruit enkele: “1.) Twitter daagt uit om aandacht te besteden aan wat wij doen, om wakker en zeer alert te blijven. 2.) Twitter vraagt ons om ons te richten op dit moment, en te beseffen wat we zijn op dit moment. 3.) Twitter biedt mogelijkheden in de hele wereld met anderen verbinding maken zodat we beseffen hoe we zelf en de wereld zijn gekoppeld in steeds groter wordende verbanden. […] 24.) Twitter leert ons, net als koans, mantras en korte gebeden, dat de beknoptheid een pad van rijke zegen kan zijn.”

Soms ga ik uit vissen op de zee van berichten. Vandaag vond ik dit in mijn net:

http://www.missionalchallenge.com/2011/02/12-thoughts-for-church-planters-how-not.html?m=0

Hierin staan inzichten die te denken geve, ook vor de situatie van kerken in Utrecht.

“Recently, I asked Pen Cook (Paradox) to consider how he was going to prevent the acquiring of a building for their church plant from consuming all the energy, resources, activity, and focus of his new church. He became quite animated as we discussed this concern. He recognized how easily having a building of their own could result in “every single night or day I could do something at the church.”
As his coach, I felt that it was critical for Pen to consider how they would address the situation before they found a building for their own use. I hope you’ll consider how these might influence you in your  church planting context:

12 Practical Ways to Keep a
Church Building from Consuming a Church Plant

1. Be absolutely clear on what your church is about!      Know God’s mission. Align with that mission! The mission is to make disciples who make disciples. Talk about it often. Do it well. Keep the main thing the main thing. Evaluate everything you do by how it helps you to fulfill the mission of Jesus.
2. Fight against Consumer Christianity and for Missional Christianity.      Be anti-consumer. Consider how your church ministries and programs are catering to the needs, wants and desires of Christians. Stop doing that! Instead, equip everyone to engage those in the culture around with the gospel together in community.
3. Use the building less frequently by being “the church” in local neighborhoods.      It is so easy when you lease or purchase a building to move all activity that previously happened throughout your mission field in homes and public spaces to now take place in the “church building.” This often hinders mission by extracting believers away from contact with unbelievers.
4. Let groups and organizations in your community use your building – for free!      The church has been blessed to be a blessing. Allowing people and groups to benefit from using your building will increase good will and may open opportunities to partner together. Creatively explore ways to offer your building to others.
5. Watch carefully that your financial resources are not consumed by building expenses.      Like owning a home, once you acquire a space to meet there is a tendency to spend more and more on furnishing, decorating and improving the space: sound equipment, lighting, video projectors and screens, chairs, etc. It all adds up! And it’s quite easy to borrow money to accomplish all of this – restricting budget dollars for years to come.
6. Use language that prevents the building from becoming known as the church.      According to the New Testament, the “church” is the missionary people of God – not a physical structure or building. Reserve “church” to describe God’s people and refer to the building as the campus, meeting place, or other culturally appropriate term.
7. Create a multi-use feel to the space so that no one identifies it for exclusive groups or purposes.      Expand your building’s functionality. It’s natural to “brand” your space and quickly identify the space as only suitable for certain spiritual activities. This often results in a building that is unused most of the week. That’s not good stewardship. Be intentional about designing a multi-purpose building that is utilized for various gatherings and functions.
8. Teach everyone that the Church is the “people of God” and the building is a tool.      Make this a frequent topic of teaching from sermons to membership classes, from small groups to newsletters, and any other opportunities. We are the Church; the building is not the church. (I Peter 2:9, 10)
9. Be the visible presence of Christ’s Church in your community.      Look for ways for your church to serve others in your community. Seeks ways to meet genuine needs in each neighborhood. Visibly demonstrate and declare the gospel in tangible ways all over your town or city.
10. Sponsor community events in your building.      Use the building for the good of others! Whether it’s opening your doors to host a community concert, seminar or benefit OR offering Celebrate Recovery, Alpha courses, or other outreach focused activities. Open the doors. Invite others to come in often – and not just to come on Sundays to worship with believers.
11. Don’t use the building for Bible studies, small groups, or missional communities.      Keep your “church” gathering in off-campus locations. Don’t assume that because you have a building – everything needs to happen in the building. (That’s stupid!) Keep the church gathering in neighborhoods (homes and public places) that are easily accessible to neighbors, friends and co-workers.
12. Don’t make everything about the “Sunday Show.”      It’s common to emphasize the Sunday worship gathering of believers as the primary activity of your church. However, this is only one way that the Church fulfills its mission. (And although it’s really important – it’s not the most important thing that Christians do). Believers will worship God for eternity; we don’t get to make disciples who make disciples eternally. Overemphasizing what happens when we worship in the “church building” can hinder the commitment of church members to live a life of worship and witness all week long.
Which of these twelve practical ways resonates with you?”

Geknipt en geplakt uit: http://m.relevantmagazine.com/god/deeper-walk/blog/28423-the-forgotten-half-of-fasting

“In the family that is spiritual disciplines, fasting plays the role of quirky second cousin. Unlike its more consistent counterparts—prayer, worship, Scripture reading, church participation and so forth—fasting has a way of showing up sporadically, and then often it arrives obnoxiously, dressed like a fad diet. The other disciplines have their obvious functions and significance: they focus our attention on God, they help us commune with Him, they imprint His story in our hearts, they unite us with other believers. But what does fasting do, anyway?

Fasting belongs—if we’ve missed seeing this, it’s because we’ve seen only half of what the discipline is. There’s the obvious part, which is the denying of self and the giving-up of things. This is fasting from, as in, “What are you fasting from for Lent this year?” But the second half of fasting is where the meaning happens. This is fasting to—it’s a purpose, an opportunity. “To” is a space reserved so God can use and fill it, and the miracle of fasting is that He does. In the process, He transforms our simple discipline into something not only spiritual but deeply desirable too.

How can you experience this? Try these simple tips for fasting to something this Lenten season:

To Meet Your Weakness: A basic principle of the Gospel is that we are made righteous only by Christ’s righteousness and strong only in Christ’s strength. Fasting provides a tangible picture of this reality. Abstain from a regular part of your life for a while, and you’ll likely feel meager and inept in no time. Let this be a reminder of your need for God and a celebration of His total availability to you.

To Give Away: Some friends of mine once spent a month cleaning out their cupboards by giving up food purchases. Wherever possible, they cooked meals using pantry items they had on hand. At the end of the month, they calculated the difference in their grocery budget and donated that amount, a couple hundred dollars, to a local food kitchen. The process kept them aware of how self-focused they could be, and it converted that focus into something selfless—a great thing to fast to.

To Strain Culture from Faith: The big problem with our culture is that it’s ours: the one so pervasive and subtle and obvious around us that we often participate in it without noticing the ramifications. For instance, have you settled for cyber church in place of belonging to an actual, local body of believing people? Do you give too much weight to what fans and followers might think of you? Are your most meaningful conversations limited to 140 characters or less? You’d probably find out if you spent a few weeks away from mindless Internet surfing, Facebook or Twitter.

To Connect with Community: You’re just one part of the body of Christ, reliant on the rest of the members to accomplish or become anything meaningful. But do you believe that? If you have a habit of emphasizing independence or tend to go rogue, it’s a valuable practice to tie yourself to others by participating in something shared. Fasting gives this opportunity especially during Lent, when Christians the world over practice fasting together. It’s a valuable thing, being linked with them.

To Let God Surprise You: A few years ago, during a time of spiritual bitterness, I was allured by Bible references that say God is sweet like honey (Psalm 119:103, among others). I didn’t know how to believe them, but since honey is food, I figured fasting might give me a decent shot. So for six months I cut out sweets, with zero ideas about what if anything might result. Half a year later, God had begun showing me the depth of my sinfulness—not at all what I would’ve expected, but it made His love and grace newly captivating—sweet like honey. Could God have taught me that without the fast? Absolutely. Would I have been paying attention enough to taste the sweetness so distinctly? Likely not.

To Better Focus Time: Most fasts involve an elimination of sorts: pausing an activity, changing a habit, temporarily getting rid of something in your life. So most fasts also free up a few spare hours in the week, and there are plenty of ways to reallocate the time: a little more solitude, a little more prayer, a little more sleep. Read a novel. Organize your closet. Host a dinner. Make some art. Go outside and stay there for a while. Study a less-familiar book of the Bible. Call your folks.

To Learn Liturgy: There are ebbs and flows in every walk of faith, and we learn different ways of relating to God in different seasons. The traditional Church calendar highlights particular rhythms of faith each year on a regular schedule. Lent, for instance, is set aside as a time for being mindful of Christ’s death and remembering the deadness of our sin. Fasting during Lent is a physical expression of this: We carry in our bodies a palpable reminder of our need for redemption.

To Break the Fast: A family I know kicks off Easter by eating all the foods they’ve been fasting from over Lent. For the kids, the promise of that decadence is a primary motivator for going 40 days without candy, for instance, or soda or pizza. They know their parents will encourage them, one day out of the year, to have a plate full of junk food when they wake up. This underlines a central part of fasting: the break-fast. Difficulties to be found in the discipline are lit always by a celebration that is to come. Denying ourselves something helps us better appreciate that in Christ we have already been given everything.

Lisa Velthouse”

Wat is je ideale kerk? Mooie stenen torens en galmende klokken? Volle zalen met duizenden eenstemmige kelen geopend in massaal gezang? Een kleine actieve kern die naastenliefde doet? Of is het wat Openbaring laat zien: je leeft met God van aangezicht tot aangezicht, en hebt de zon niet eens meer nodig om warm te worden of in het licht te leven? Misschien is dat het waar een kerk naar toewerkt en leeft. Dat kan zowel doormiddel van massaal galmende klokken, als met kleine dienstbare groepjes. Er zijn zoveel wegen die naar die toekomst leiden. In Openbaring zijn er twaalf poorten en evenzoveel toegangswegen. Poorten van parels gemaakt. Dat kan helemaal niet. Ik kan dat in elk geval niet maken. Dus dat scheelt dan weer: die toekomst hoef ik niet zelf van de grond af op te bouwen. De weg volgen, of zo’n weg zijn. Dat is genoeg. Ook lastig genoeg trouwens. Willem Barnard schreef er op zijn manier een gedicht over. Oxfordstreet heet het:

Alles kan veranderen in een dag
als de auto’s gaan grazen in de straten,
mooie glanzende koeien en schapen
en de verkeerslichten staan groen op gras.

Engelen als cowboys ertussendoor
houden zich bezig met paardekrachten,
want God, God in het diepst van zijn gedachten,
dat is een boer, dat is gewoon een boer.

Hij scheurt het asfalt als een grasland open,
in de riolen schieten vissen kuit,
wat dood is doet hij ademen en lopen,
maakt van metaal een zachtkloppende huid.

Het zal ontroerend zijn om te aanschouwen
als al die auto’s ook kunnen herkauwen.

Als dit waar is, dan laat ik graag het ploegen over aan God. En dan werk ik persoonlijk graag mee aan dat “veranderen in een dag” en aan het “ontroerend om te aanschouwen”. Persoonlijk vind ik het ontroerend om te aanschouwen hoe open en medemenselijk de kerkenraad momenteel bezig is. Of de ongelofelijk positieve gespreksgroepen. Zowel rond de Pniëlkerk als rond de Triumfatorkerk kom ik zoveel positieve mensen tegen, die mee willen werken, die een poort of een weg zoeken om betrokken te zijn, mee te bouwen, gevoed te worden en te voeden. Kerk? Ik denk dat we maar niet teveel “de kerk” moeten willen zijn. Want voor je het weet lopen we mensen en God eerder voor de voeten. Voor je het weet staat “de kerk”het visioen van Openbaring in de weg. De hoop en de beslistheid die uit Openbaring spreekt, vind ik ondertussen terug, in de kerk en rond de kerk en buiten de kerk. Alleen dat asfalt niet. Dat scheurt niet. Dat verandert niet. Nog niet althans. Daarvan komt alleen maar meer in Nederland. En toch zag ik het vandaag op de fiets. Ik zag een klein polletje gras midden op de weg uit het asfalt steken. Hoe het kan, weet ik niet. Het gras was zacht. Het asfalt hard. En toch: het asfalt is er iets opgekruld. Het komt enigszins omhoog. En daar komt gras doorheen. Zou dat de kerk zijn nu? Voorbode van het visioen dat waar wordt? Onaanzienlijk teken van een nieuwe weg, een poort als een parel? Ik vermoed het. Ik hoop het. En ik zie hoe het werkt. Rond beide kerkgebouwen zie ik hoe bij elk op een eigen manier nieuwe initiatieven opbloeien. Nieuwe mensen komen nieuwsgierig kijken. De één kiest voor een gedragen orgel. De ander pakt een scheurende saxofoon. En het past! Ik denk “ontroerend om te aanschouwen”. Ik zie hoe social media een nieuwe communicatie op gang brengen. En tegelijk hebben zoveel mensen behoefte, een diepe behoefte aan een inmiddels haast ouderwets, grondig gesprek over geloof. Ik zie hoe de diakenen met hulp van zoveel mensen echt en tegendraads hulp bieden aan de papierlozen. We houden er zelfs een congres over in maart en april. Er staat ons nog heel wat te wachten. Maar ik geloof dat we als gemeente een goede weg zijn ingeslagen door te kiezen voor een toekomst met ruimte voor nieuwe mensen en een nieuwe inbreng.

Openbaring 21:21 De twaalf stadspoorten waren twaalf parels, elke poort een parel op zich. De straten van de stad waren van zuiver goud en schitterden als glas. 22 Maar een tempel zag ik niet in de stad, want God, de Heer, de Almachtige, is haar tempel, met het lam. 23 De stad heeft het licht van de zon en de maan niet nodig: over haar schijnt Gods luister, en het lam is haar licht.