Archief voor de ‘Nieuwe Initiatieven’ Categorie

kerk als netwerk500 deelnemers gaven zich op voor het landelijk missionair festival in Utrecht. Knap georganiseerd! De deelnemers zoeken hun weg in een stortvloed aan interessante workshops. De powerpoint die ik gebruik vind je hier: CONCREET & HAALBAAR Het wordt werken, werkvormen, interactie en creativiteit in drie kwartier. Is dit nou missionair? Het is zenden én ontvangen. Van verkondigen naar netwerken. Enkele gemeentes zijn gevraagd om deze aanpak te testen en erop te reageren. Zij doen mee in de workshops en laten hun reactie horen in de presentatie. Zo wordt het een mix van kritische noten, praktische tips, hoopgevende ideeën, en realistische checks. Op weg naar een social-media-vaardige kerk.

Advertenties

http://fitformissions.wordpress.com/2013/05/01/stamhoofd/

Je kunt ook op z’n Afrikaans naar koningen en kroningen kijken: Nederland heeft een nieuw stamhoofd.

KERK2012: missionaire (on)mogelijkheden van Social Media

Op zaterdag 3 november is de landelijke congresdag over social media voor plaatselijke kerken. De dag vindt plaats op twee plekken in de stad Utrecht, en is bedoeld voor zowel beginners als gevorderden. Ieder maakt bij aanmelding vooraf een keuze uit het aanbod aan workshops.

Denk je dat social media een gevaar voor de privacy vormen? Daar is een workshop over. We nemen de bezwaren en aarzeling serieus.

Wil je wel aan de slag met social media maar weet je niet met welke en hoe? Meerdere workshops gaan op deze vraag in. Ook voor beroepsgroepen als voorgangers of gemeenteadviseurs.

Wil je weten hoe je social media in de liturgie integreert? Denk je dat social media gebruik ingrijpend invloed heeft op de kerkelijke structuur? Wil je weten waar je tekst en onderwerpen vandaan haalt om over te schrijven? Weet je met welk doel je er al dan niet aan begint? Over dit alles zijn workshops, gegeven door mensen met praktijkervaring.

De gevorderde kan praktijkervaring uitwisselen, of doorleren over organisatie, strategie en toepassingen.  De beginner komt thuis met een account en een helder idee over aanpak en doel. Bovendien lopen er technici rond die graag uw computervragen beantwoorden. Als u wilt, maakt u kennis met een kerkelijke jongere, die uw persoonlijke social-media-helpdesk wil zijn.

Toch wordt het geen dag over alles en dus over niets. De initiatiefgroep richt zich in samenspraak met de PKN op de missionaire toepassing. Bij alle workshops gaat het om de geloofsgemeenschap die met social media nieuwe contacten aangaat of bestaande contacten nieuw leven geeft. De dag staat open voor groepen uit alle denominaties. Want dat is één van de kenmerken van social media: vastgelegde kerkelijke grenzen worden voortdurend overschreden. Lastig? Wij als voorbereidingsgroep denken dat het missionaire mogelijkheden geeft.

Ds.Pieter van Winden, één van de initiatiefnemers: “In de praktijk merk ik hoe invloedrijk social media zijn voor de betrokkenheid van met name jongere generaties. Of ik dat nu wil of niet, het past precies bij de mentaliteit van vandaag. Daarom vind ik het van belang dat ook kerken bewust en vernieuwend met dit communicatiemiddel omgaan.”

De Kerk2012 dag begint om 10 uur met een korte social media viering in de Pniëlkerk in Utrecht, vlakbij het Landelijk Dienstencentrum. Daarop volgt een presentatie door trendwatcher en dagvoorzitter Richard Lamb. Er wordt een nieuwe boekuitgave getoond, en zijn er korte presentaties van initiatieven uit het land. Daarna kunt u op eigen gelegenheid of per aangeboden vervoer de 700 meter overbruggen naar het Landelijk Diensten Centrum. Daar wordt u een lunch aangeboden. Tijdens de lunch kan er genetwerkt worden, is er ontspanning en allerhande informatie, waarna de workshops in twee ronden plaatsvinden.

De dag wordt afgesloten met een forum 3.0. Denk niet aan een tafel met gewichtige heren. Deskundige mannen en vrouwen zullen er zijn. Maar de aanpak zal Kerk2012 zijn. Wie van ver komt en dat wil kan bij opgave een Indonesische  een maaltijd bestellen, die in de Pniëlkerk geserveerd zal worden.

Er is ruimte voor maximaal 150 deelnemers. Opgave vooraf kan tegen gereduceerd tarief voor €30. Aan de deur betaalt u €40. Voor de avondmaaltijd wordt een nog nader te bepalen gering bedrag in rekening gebracht.

Het overzicht van het complete programma, opgave en betaling starten over twee weken via de website www.kerk2012.nl

Op Twitter @kerk2012 en #kerk2012

Op Facebook te vinden als Kerk2012

Op zaterdag 3 november is de landelijke dag voor Social Media en kerken: de missionaire (on)mogelijkheden van Social Media. De deelnemers aan die dag kunnen kiezen uit meerdere “routes”: voor de sceptische beginner is er veel te vinden, maar ook voor de gevorderde gebruiker en ieder daar tussenin. Voor de diverse niveau’s is er praktische informatie, ontmoeitng met technici, met mensen van je eigen niveau, en nieuwe toepassingen over gebruik en strategische aanpak.  

Maar Kerk2012 is er zeker ook voor beginners. Daarover gaat deze blog. Als je beginner bent, en je wilt heel misschien wat met Social Media, waar begin je dan? Lees eens door, en laat me weten of je hiermee verder komt.

Het logo van 3 november: kom je ook?Social Media zijn veel in het nieuws. De namen komen voorbij in kranten, op TV en op internet: Twitter, Facebook, Myspace, Hyves enzovoorts. Is dat iets voor professionals en freaks? Of kan een eenvoudige kerk of verenging er ook wat mee? Dit artikel gaat daarover: je bent betrokken bij een non profit organisaties als een kerk. Of een vereniging. Wat kun je dan met Social Media bereiken? En waar begin je?

Zelf ben ik sinds een paar jaar gebruiker van Social Media. Als predikant van een gemeente in Utrecht heb ik het leren kennen. Het kost in het begin veel tijd. Maar het levert mij zoveel op, dat het me tijd bespaart. Hoe dat kan, en hoe je als vrijwilliger of predikant of internetenthousiasteling met social media start, leg ik je graag uit.

Wat kun je ermee bereiken?

Social media kun je goed inzetten bij de opbouw van een gemeenschap, bij het communiceren van je missie, en bij het betrekken van geïnteresseerden bij je werk. In de praktijk betekent dat voor mij dat ik contact houd met mensen die ik ken maar die ik niet vaak zie. Als part time predikant in twee stedelijke kerken ontmoet ik veel mensen op verschillende plekken. Het werkt voor mij goed om van hen te horen wat er in hun persoonlijke of werkzame leven gebeurt. Maar hoe vaak kom je elkaar tegen? En hoeveel bezoeken kan ik afleggen? Social Media ondersteunen het contact met honderden mensen die ik ken. Als we elkaar dan weer “live” tegen komen, dan kan ik er als pastor op aansluiten. Of ik neem tussentijds contact op. In een dorp zul je hier misschien niet veel behoefte aan hebben, omdat de gemeenschap van zichzelf al hecht is. In een stad maken social media van de wereld een dorp. Maar het werkt ook andersom. Via social media kan ik mensen laten delen in mijn werkzaamheden. Mijn privé leven zet ik er nooit op. Maar wat ik als predikant doe, daarin laat ik ieder die geïnteresseerd is graag delen. Het is voor velen schimmig wat een predikant feitelijk doet. Veel mensen denken dat je op zondag wat staat te preken, en dat dat het wel zo’n beetje is. Door op social media te delen waar ik mee bezig ben, vergroot ik kennis van wat er in een kerk speelt, betrokkenheid en bereidheid om mee te doen. Ik kan via social media ook mensen op elkaars pad brengen. Mensen leren elkaar kennen via social media, en kunnen dat live verder uitbouwen. Dat is bijvoorbeeld effectief bij de samenstelling van commissies of werkgroepen. Ook laat ik mensen soms meedenken over een dienst die ik aan het voorbereiden ben, of over een jaarthema of bepaalde activiteit. De input die dan komt is eigenlijk altijd erg goed, en vergroot ook de betrokkenheid.

Ik heb meegemaakt dat een pop concert in de wijkkerk –altijd lastig om te communiceren- 100 mensen trok, puur en alleen door bekendmaking ervan via social media door twee gemeenteleden. Want de één die het interessant vindt, deelt het met anderen van wie hij of zij denkt dat het interessant is, en al snel bereikt je bericht veel mensen wereldwijd.

Dat “wereldwijd” zet ik er express bij. Niet om social media belangrijker te maken dan het is. Maar social media hebben geen geografische grens. De voertaal kan beperkend werken. Maar in geen geval zijn er grenzen naar denominatie, lidmaatschap van kerk of vereniging, woonplaats, regio en dergelijke. Iedereen kan meelezen, tenzij je bewust bepaalde berichten afschermt.

Iemand stelde eens: een bericht op social media moet je zien als een billboard langs de snelweg. Dat vind ik herkenbaar. Beangstigend voor de één misschien? Maar als je weet wat je wilt, en wat je te bieden hebt, dan is dat toch een fantastische kans, dat je een billboard langs de snelweg tot je beschikking hebt! Zorg alleen voor een afslag en een goed parkeerterrein waar je te vinden bent, en je kunt je bereik enorm vergroten.

Wat is nodig?

Wat je nodig hebt is een computer en een internetverbinding. Een telefoon met internetverbinding is erg handig, maar niet noodzakelijk.

Wat je ook nodig hebt is een positieve instelling. Want met een negatieve of klagerige mentaliteit stoot je alleen maar mensen af. Tenzij je een protestbeweging wilt starten.
Tot slot heb je tijd nodig voor gewoon één op één contact met mensen. Want social media zijn zoals de naam als zegt sociaal. Het gaat niet om Hyves of Facebook op zich. Het gaat ook niet om een snelle internetverbinding. Het gaat bij non-profit-gebruik uiteindelijk om het gebruik van de techniek in combinatie met het ontmoeten van mensen.

Waar begin je?

Begin met een eigen website. Die heb je misschien al. Of je kerk of vereniging heeft die al. Mijn tip: doe het met WordPress. Dat is niet een vereiste. Maar via wordpress.com kun je je website op een ideale manier combineren met het gebruik van social media. Je hoeft geen kennis te hebben van computertalen. Je kunt met wat proberen gratis een prima interactieve en dynamische website maken.

Vervolgens zorg je ervoor dat die website te vinden is via Google.  Dat doe je onder andere door je berichten te voorzien van steekwoorden, “tags”.

En probeer geregeld iets nieuws op je website te zetten. Dat zorgt ervoor dat mensen terug komen op je site. Vertel wat er lukt. Laat horen hoeveel geld je binnen hebt gekregen. Zet eens een vrijwilliger in het zonnetje. Bedenk een thema waarover je af en toe een bericht schrijft. Er zijn voorbeelden van predikanten die elke week een uittreksel van hun preek plaatsen. Dat is een methode. Een andere gemeente heeft per dag een thema, variërend van een cartoon, tot een popsong of een diaconaal bericht. Je doet waar je als persoon, kerk of vereniging goed in bent. Wat kun je aan? Het gaat niet om veel tekst. Liever niet! Liever weinig tekst (300 woorden per bericht) en een plaatje. Denk visueel. Dan is je website de plek waar vanuit je met social media gaat werken.

En dus naar Facebook?
Facebook is bekend. Bijna een miljard mensen maakt er gebruik van. Zij zijn naar www.facebook.com gegaan en hebben hun gegevens ingetypt. Veel aanmelders hebben het daarbij gelaten. Maar de meeste aanmelders doen meer.  Want inderdaad is Facebook een interessant social medium, juist ook voor kerken en verenigingen. Van de social media die er momenteel zijn, zou ik deze al eerste aanbevelen.

Een account maken op Facebook is eenvoudig. Zorg vooraf dat je wat foto’s op je computer hebt, die je op je Facebook account plaatst. Zonder foto’s werkt het niet. En bedenk vooraf goed hoe je jezelf presenteert. Ga je als persoon op Facebook je organisatie vertegenwoordigen? Of zet je de organisatie voorop? De beslissing daarover neem je op grond van de praktijk. Een kerk die een team van meerdere mensen heeft, die het account gaan bijhouden, kan zich goed als kerk aanmelden. Alle leden van het Facebook team kunnen bijvoorbeeld zonder onderscheid des persoons berichten plaatsen. Maar een vereniging met één persoon die het hele internet gebeuren “doet”, zou ik aanbevelen om het persoonlijk te houden. Die ene persoon kan zichzelf bekend maken als het gezicht van de vereniging, ook op de naam van de vereniging, maar met zijn of haar eigen foto en naam erbij.

Facebook is goed geschikt om je berichten op je website te delen. Je kunt eenvoudig een link van je website naar je Facebook-account maken. En andersom. Degenen die zich aanmelden op jouw account krijgen dan vanzelf de nieuwe inhoud van je website te zien. En misschien geven ze het door aan anderen. Kijk, en dan wordt het interessant. Of, ook interessant, ze geven commentaar en tips. Daar kun je altijd je voordeel mee doen!

Ook nog Twitter?
Zelf vind ik Twitter een erg prettig social medium. Maar je moet er mee om, weten te gaan. Tieners doen er niet veel mee. Het is iets voor volwassenen, blijkt in de praktijk. Ik heb zelf mijn Twitter account zo ingericht dat wat ik op Twitter zet, dat dat automatisch op mijn Facebook account komt. Dus “ook nog Twitter” is niet aan de orde. Het verwijst allemaal naar elkaar, als je dat wilt. Je kunt van social media gebruik één vorm van communiceren maken, die alle media bestrijkt.

Ik vind zelf Twitter echt iets voor personen. En niet echt iets voor organisaties. Dit is niet helemaal waar, maar zoek zelf maar: in de non profit sector kom je weinig organisaties, maar vooral veel personen tegen die een groot bereik hebben met hun Twitter berichten.

Twitter houdt in dat je berichten van maximaal 140 tekens op je account zet. Als je eraan begint zorg er dan voor dat je met regelmaat berichten twittert. Je krijgt vanzelf mensen die je gaan volgen, zeker als je zelf ook anderen gaat volgen.  Bij twitter gaat het niet in de eerste plaats om plaatjes, maar om tekst. Die tekst kan ook een verwijzing zijn naar je website, een bladzijde op je website, of naar een foto of filmpje van een gebeurtenis in je kerk, verenging of bij je thuis. Dat laatste –thuis- zou ik nooit doen, overigens.

De kracht van Twitter is bijvoorbeeld bewezen in het Midden Oosten waar protestbewegingen ontstonden omdat mensen via Twitter hun idealen en plannen deelden, ook zonder elkaar vooraf te kennen. Ook instellingen in de Openbare Orde en nieuwsredacties volgen twitter als belangrijke bron van informatie.

Twitter is tekst. Twitter is “nu”. Meer dan Facebook, waarop berichten veel langer op blijven staan, is Twitter een moment opname. Het komt en het gaat. Twitter is dus geschikt ook voor gebruik in de communicatie tijdens een bepaalde gebeurtenis, zoals een kerkdienst. Ook personen en groepen die niet fysiek aanwezig zijn, kunnen op dat moment mee communiceren. Anderzijds heb ik ook goede ervaring met een kerkdienst waarin Facebook het toegevoegde medium is. In een dienst die simultaan in Utrecht en in Accra-Ghana gehouden werd, bleek Facebook geschikt, alleen al omdat voor en na de dienst de contacten via Facebook doorgingen. Ook maanden later blijkt er via Facebook nog medeleven en communicatie te zien, die gestart is in die dienst. Bij twitter zul je dat minder snel zien.

Bijzonder bij het gebruik van twitter is nog het gebruik van hashtags. Hashtags zijn woorden met een hekje (#) ervoor. Zo’n gemerkt woord kan iedereen in een tweet opnemen die over datzelfde onderwerp of over diezelfde gebeurtenis wil communiceren. In november is er een landelijke dag voor kerken en social media, en daarvoor is nu al #kerk2012 de hashtag. Met dat woord kun je op twitter eenvoudig alle berichten terugvinden die daarover gaan.

Hyves?

Hyves is ook een interessant social medium. Maar ik zou het niet als eerste aanbevelen. Hyves is uitsluitend Nederlands. Het is een soort facebook voor nederlandse tieners. Het wordt immers vooral door jonge tieners gebruikt. Als je dus als kerk of vereniging specifiek met jonge tieners wilt communiceren, dan kun je goed terecht op hyves. Beter vaak dan met email of sms. Maar hyves is  nogal doelgroep-specifiek.

Let even op Pinterest
Pinterest is één van de nieuwste loten aan de social media boom. Pinterest is een soort foto plakboek. Je zet er herinneringen, foto’s, interessante platjes en artikelen op. Zeer visueel gericht. Gericht op inspiratie doorgeven, en het delen van inkijkjes in wat je aan het doen bent.  Ook bij interest is het weer vooral interessant om het te laten verwijzen naar je website. Websites krijgen meer bezoek van een pin op Pinterest dan van een tweet. Pinterest toont foto’s. Dat is leuk om te zien voor anderen. Een leuke foto wordt al snel ge-repinned. Als je aan je foto een fragment van een tekst of website zet, dan gaan mensen dat graag lezen, en delen met anderen. Of Pinterest een blijvend medium is, moet nog blijken. Maar dat geldt voor de andere media ook.

Niet vergeten: Google + en LinkedIn

Zelf vind ik Google+ het interessantste en makkelijkste social medium van dit moment. Maar het heeft één groot nadeel: er zijn te weinig gebruikers, in verhouding tot Facebook en Twitter. Dus ik beveel een beginner niet aan om in Google+ te stappen. Dat geldt ook voor Linkedin, maar om een andere reden. Linkedin is eenvoudig in te richten. Maar het is voorla gericht op professioneel gebruik. Het is geschikt om zakelijke contacten te leggen, je netwerk uit te breiden of om werk te zoeken of vacatures te  plaatsen. Het is minder sociaal, en meer op de zakelijke kant toegespitst. Interessant zeker voor de gevorderde. Maar een beginnende kerk of vereniging of vrijwilliger of predikant beveel ik het niet bij voorbaat aan. Misschien zit je al wel op Linkedin. Dan moet je daar natuurlijk vooral mee doorgaan. Mijn voorstel zou dan zijn om ook op twitter te gaan en je tweets op je linkedin account te laten verschijnen.

De moed kwijt?

Raak de moed vooral niet kwijt. Je hoeft het hele internet niet te veroveren. Je begint gewoon en probeert op een prettige en positieve manier wat aanhang op te bouwen. Wees daarbij vooral positief: tel je zegeningen, tweet ze één voor één. Volg ook anderen. De goede ideeën en successen en mislukkingen van anderen zijn erg goed om zelf van te leren. Stuur berichten van anderen ook door.

Bedenk vooraf wel of je hier plezier in kunt gaan krijgen. Want alle tijd erin steken, om dan na een paar maanden geen berichten meer te maken of bij te houden, dat is jammer van je tijd. Besteed aandacht aan opmerkingen over jouw site, of over je Facebook pagina. Want die interactie is de manier om een netwerk op te bouwen! Aan de techniek, aan de strategieën en vooral aan de interactie besteden we aandacht op 3 november: kerk2012.

Kerken moeten missionair zijn, vinden veel kerken en instanties. Daar is wel wat voor te zeggen, maar het is lang niet zo geweest. Op dit moment wordt er van kerken verwacht dat ze doen aan contact, PR, uitstraling, communicatie met de buitenwereld. Prima zaak natuurlijk. Want zonder dat is het al gauw wat duf en stoffig. Maar het is lang anders geweest.

Zendingsgenootschappen en zendingsordes hebben het grote zendingswerk gedaan. Wereldwijd. En in Utrecht bijvoorbeeld had je in de vorige eeuw de Stadszending. Dat was een uitgebreid netwerk van evangelisten, inloophuizen, activiteiten voor contact over geloof. Dat gebeurde allemaal buiten de kerk. Heel bewust. Het doel van de stadszending was om niet-christenen én de kerken tot geloof te brengen. Op een gegeven moment werd de financiering en de structuur van de Stadzending wat wankel. Maar men heeft zich tot het uiterste verzet tegen opname in de kerkelijke structuur. Men wist dat het missioniaire elan zou verschrompelen als men onderdeel van de kerk zou worden. En zo is het gegaan. In het voortreffelijke “80 jaar stadszending te Utrecht” van G.Siebert en J.Zeilstra wordt hierover verteld.

Moeten kerken nu missionair zijn? Er zit een vreemde knoop in die gedachte, immers, hoe kun je missionair zijn en tegelijk zelf al je structuur en aanpak klaar hebben liggen? Hebben de mensen die je bereikt daar dan zelf geen stem in? Paulus deed dat beslist anders. Hij scrheef een brief aan de mensen in Rome. in die brief vroeg hij niet of zij even missionair wilden gaan doen. Nee, hij vroeg of ze hem wilden steunen om door te reizen naar Spanje. Hij vertelde, waar hij maar kwam, over geloof. De gemeenten die daaruit ontstonden vonden zelf uit in welke structuur en aanpak ze verder gingen.

Die oude tijden herleven met Social Media. Eén van de effecten van oprukkend Social Media gebruik is dat vaste structuren en centrale leiding onderuit gaan. Ervoor in de plaats komt een diffuus soort lidmaatschap, dat meer een netwerk karakter heeft, dan een vaste organisatie. Klanten, leveranciers, leidingegevenden, passanten en meewerkers staan communicatief op hetzelfde niveau. Als je als kerk werkelijk social media integreert dan vindt missionair werk plaats door wie dat maar oppakt, maar niet door de organisatie of het instituut. Want persoonlijke stijl, authenticiteit, doorzichtigheid van aanpak, en helderheid van boodschap en bedoelingen  kenmerken de communicatie via Social Media. Het instituut doet een stap terug. De gedrevenheid van personen doet een staop naar voren. Kerken kunnen zo haarden van missionair verzet zijn tegen secularisatie zijn, maar geen missionaire instituten als zodanig.

Welkom Facebook, voor een nieuw hoofdstuk in de zendingsgeschiedenis.

Op 3 november komt er een landelijke dag voor kerken, over Social Media. In Utrecht. Deels in het hoofdkantoor van de PKN. Én  in het gebouw van een plaatselijke wijkkerk. Want Social Media is overal én lokaal, voor iedereen te volgen én persoonlijk, een communicatiemiddel én een pastoraal medium.

Een landelijke dag dus over Social Media. Werktitel: Kerk 2012, Social Media, missionaire buitenkans of drukte om niets.

Voor wie? We hebben meerdere routes.

Voor beginners zijn er workshops over wat je als persoon of kerk wilt, kunt en kiest. Je wordt echt geholpen bij het maken van een keuze, en je gaat met een werkend account de dag uit, in contact met een enthousiaste jongere, die je -via een sociaal medium- helpdesk zal zijn.

Verder zijn er speciale workshops voor voorgangers en predikanten, voor gemeenteadviseurs, voor  jongerenwerkers, voor regionale groepen, voor websiteredacties van kerken of parochies of gemeenten.

Ook voor gevorderden is er een route. Keuze uit workshops waarin doorgedacht wordt over gevolgen voor de structuur van je kerk, voor de inhoud van je boodschap, voor vormen van vieren.

Er is uitwisseling en informatie. De nadruk ligt op de missionaire kant van Social Media. Het is dé manier om nieuwe groepen te bereiken, met flexibele en bewegende mensen mee te bewegen, en om community op te bouwen.

Heb je ideeën?

Heb je vragen?

Reageer!

Stuur dit door.

Laat je horen?

Wil je meedoen?

Heb je vragen?

Post it!

Tweet it!

Pin it!

Want dat is Social Media: niet meer één afgesloten groep die alles bepaalt, maar openheid en transparantie en continu feedback.

Doe je mee aan kerk 2012?

De nieuwste snufjes op kerkelijk erf. :

“Aflopen vrijdag en zaterdag vond in de Jaarbeurs in Utrecht de tweejaarlijkse Kerk & Gemeente-beurs plaats. Hier worden de nieuwste snufjes op het kerkelijk erf gepresenteerd. Dit jaar waren dat volgens het ND: een opklapbare kerkbank met remsysteem, software voor een twitterkerkdienst en liturgische stropdassen. Maar hiermee gaan we kerksluitingen natuurlijk niet voorkomen. Nee, de innovaties moeten nog exotischer, bizarder, extremer en satirischer! Daarom schrijven we een prijsvraag uit:

Wie bedenkt de meest exotische, bizarre, extreme of satirische innovatie voor de bestaande kerk?

Je kunt je ideeën als reactie plaatsen op

http://goedgelovig.wordpress.com/2012/04/03/de-nieuwste-snufjes-op-kerkelijk-erf/ . De winnaar ontvangt de satirische novelle Chrisneyland van Otto de Bruijne.”

 

De tijd van uniforme, machtige kerken is voorbij in West Europa. Hier en daar zijn er nog wel die er op lijken. Maar pluriformiteit is een kenmerk van het leven van mensen in deze tijd. Zeker in een stad. Het is geen probleem van kerken alleen. Inherent aan individualisme en een nadruk op persoonlijke authenticiteit is pluriformiteit. Als kerk bewust aan pluriformiteit werken is een vorm van het serieus nemen van de authentieke geloofsbeleving van mensen van nu. Maar hoe doe je dat als kerk? Hoe werk je aan pluriformiteit?

Ik stel de paradox voor als model. Kan het zinnig zijn om als kerk of gemeente paradoxaal te willen zijn? Het is een verdienste van de postmoderniteit dat een organisatie niet meer gedomineerd hoeft te worden door één idee, of één eensluidende belijdenis. Pluriformiteit kan dan nog iets passiefs hebben: verschillen worden getolereerd. Maar paradoxaal kerk-zijn houdt mijns inziens in dat bewust verschillen worden gezocht en bij elkaar geplaatst. Zowel in de inrichting van de vieringen, als in groepswerk en pastoraat, houdt de paradox de spanning en daarmee het religieus gesprek en daarmee de actualiteit in het kerkelijke spel.

In een stad is dit so wie so een basisgegeven: pluriformiteit is één van de definities die een stad tot stad maakt.[i] Een kerk in een stad hoeft daar uiteraard niet aan mee te doen. Er zijn kerken in de stad die bewust kiezen voor uniformiteit. Mijn stelling is echter: een kerk die haar roeping serieus neemt en mensen wil dienen in onze/hun/de toekomst met God door Jezus Christus, zal bewust pluriformiteit als gegeven hanteren, en wel door als paradoxale kerk bij, door en voor de mensen uit de directe omgeving te zijn.

Paradoxaal kerk-zijn houdt niet in dat alles dan maar moet kunnen. Want natuurlijk mag een kerk ook de pretentie hebben ‘hoeder’ van traditie te zijn. Maar het is oppassen daarmee. Want helaas blijkt deze rol in de praktijk vaak eerder te zijn dat gewoontes en nestgeur angstvallig bewaakt worden, dan dat de ‘hoeder’ blijmoedig en vertrouwend voortbouwt aan de traditie. Traditie is nooit een eindpunt, maar altijd een tussentijd, gegeven om op verder te gaan. Wie met de God van Israël leeft, blijft nooit op het zelfde punt. Zoals een kudde met een herder ook op weg blijft. Of een volk in de woestijn. Of een adelaar in de lucht. Ik vind daarom dat het begrip “identiteit” zowel een leeg midden mag omvatten[ii], maar misschien nog wel meer dat het paradoxale spanning in zich heeft. Dit is een complex onderwerp, waar ik hier niet dieper op inga. Maar praktisch gezien doet een kerk er goed aan om in haar besef van identiteit zowel de kooi als de weidse heide(nen) op te nemen, zowel haar belijden, als ook alles wat met dat belijden in samenklank en tegenstem kan bestaan. Dus laat een kerk vooral kiezen voor het centraal stellen van Bijbel vanuit een degelijke en onderbouwde christelijke Godsleer, én daarbij ruimte bieden aan allen die in deze tijd religieus zeggen te zijn, of areligieus. Juist in die spanning ontstaat geloof dat leeft omdat het tegenspraak oproept en biedt.

Het is ook de realiteit van veel gezinnen: één of enkelen geloven, vaak zonder het eens te zijn met elkaar. Een religieuze groep moet dat niet tot probleem maar tot kracht als uitgangspunt nemen.

De samenkomst of kerk of gemeenschap of groep sluit bij dat gegeven aan. Paradoxaal kerk-zijn houdt in dat bijvoorbeeld een viering een vast, maar open patroon vertoont, met een minimum én een paradox als identiteit. Dus: vieren volgens een vaste en doordachte opvolging van elementen en stemmingen, met een doordachte plek voor Bijbel en Godsleer, maar met bewust ruimte voor verschillende groepen in en rond en buiten de gemeente, en met altijd een paradoxaal element. Dat laatste kan zijn dat er gebruik wordt gemaakt van verschillende stijlen liederen, maar ook dat de ene zondagmorgendienst een geheel andere benadering kiest dan de andere zondagmorgendienst. Identiteit immers is niet eenvormig maar in een globaliserende en door conflict bedreigde wereld per definitie pluriform[iii]. Paradoxaal is het bijvoorbeeld door in een viering zowel wezenlijk Christocentrisch te zijn, als ook ruimte te geven aan meer breed-spirituele uitingen van individuele leden. Niet vooraf en rationeel moet identiteit vastgelegd zijn in “hoe we de dingen hier nu eenmaal doen”, maar identiteit kan juist een open begrip zijn dat ontstaat via experiment, ontmoeting en betrokkenheid op de inhoud.

Paradoxaal kerk zijn houdt dan per definitie ook een grote nadruk op pastoraat in. Zonder ontmoeting waarin plaats is voor zorg voor de ander en de vraag “en God dan?”, zakt een open identiteit weg in vormloosheid, of in de machtgreep van enkelen of een verleden. Nadruk op pastoraat dus, op nieuwe vormen van pastoraat, op de ondersteuning van hen die pastoraat doen, in combinatie met een groter openheid naar veelvormige groepen en vormen van vieren. Dit betekent niet dat alles op zondagmorgen anders moet, wel dat er meer ruimte komt voor groepen en personen, die vanuit hun religieuze praktijk inbreng hebben in het vieren van het geheel van de gemeente.

Dit kan ondersteund worden door de bestaande groepen consequent ook meer te laten “vieren”. Niet alleen de zondagmorgen is liturgische tijd, maar ook gespreksgroepen of actiegroepen of werkgroepen kunnen vierend samenkomen. Liturgie dan in de zin van een min of meer gestructureerde vorm van niet door de ratio bestuurde aandacht met symbolische en verwijzende elementen, gericht op het concreet en deelbaar maken van religieus besef en religieuze realiteit.

Paradoxaliteit houdt tot slot in dat meer groepen ontstaan in en rond een kerk. In die groepen hebben religie, christendom, in veelvoud en veelvormigheid plaats. Het groepsaanbod is tot op heden vooral gericht op gesprek en leren en gebed. Maar waarom zouden er niet bewuster meer groepen komen op het gebied van vieren en dienen en inkeer en expressie? Recente ontwikkelingen laten groepen zien die terugkeren naar de monnikstradities. Eeuwenoude liturgische vormen worden opgepakt, afgestoft hertaald en hergebruikt. Dit wordt gecombineerd met een op eenvoud, en milieubehoud gerichte levensstijl.[iv] Een avond over vasten blijkt bij een jongere generatie goed aan te spreken. Ook zijn er veelvouden aan migrantenkerken of –ministries. Ieder met eigen stijlen van vieren en handelen. Churchplant is gaande, ook in Utrecht. In Engeland is er ervaring met Fresh Expressions, waarbij kunstenaars en creativiteit worden ingezet bij vieringen op onverwachte plaatsen, vanuit de Engelse kerk! In Amerika zijn de megakerken als Willow Creek en Saddleback bezig zich door te ontwikkelen naar Multi-site-kerken. Kerken dus, met meerdere plekken, die ieder een eigen stijl en aanpak hebben. Ook vanuit Amerika zijn concepten als Deepchurch en Organic Church in ontwikkeling. Via internet is het eenvoudig om met theorieën, maar ook met groepen en individuele deelnemers van dit soort vernieuwingen contact te onderhouden. Kunnen ze ons helpen, als kerk in de stad? De PGU zou er goed aan doen om beleidsmatig bewust aan sociale networks deel te nemen rond die onderwerpen. Ik sta daar positief en vol vertrouwen in, en pleit ervoor dat we doelbewust in die lijn nieuwe (en soms dus opgerakelde oeroude) vormen van vieren introduceren voor kleinere groepen.

De mogelijkheden om via sociale netwerken op internet met geïnteresseerden in contact te komen en/of te blijven zijn zeker niet onuitputtelijk, maar even zeker nog grotendeels onontgonnen door kerken. Het is dé communicatievorm bij uitstek die past bij paradoxale religieuze groepen. Je ziet dat ook: religie leeft op het web, ook zonder de kerken. Facebook en Hyves vragen naar je religieuze identiteit[v]. Via Twitter zijn er de meest interessante groepen te vinden op het gebied van de ontwikkeling van theologie, kerk en liturgie[vi]. Volgens sommigen is Twitter spiritueel[vii]. Er was een aantal Linkedin-diensten in Amsterdam. elders waren Twitter-diensten. Lokaal was er recent een Facebook dienst. Interessante ontwikkelingen, die nog verdere ontwikkeling nodig hebben. Uitnodigingen voor gespreksgroepen verspreiden zich prima via Facebook of Hyves. De vele sociale netwerken zijn voor de actieve gebruiker uitstekend aan elkaar te koppelen, waardoor met een minimum aan inspanning een maximum aan contact te bereiken is. En niet alleen contact. Ook moet het mogelijk zijn om via die netwerken invloed uit te oefenen op aanbod en vormgeving van groepen en vieringen in een kerk. Mensen moeten in staat zijn om via de netwerken invloed uit te oefenen op hoe een kerk zich ontwikkelt. Op het aanbod. Dat kan heel concreet bij de voorbereiding van diensten. Maar ook tussen twee avonden in. Een gespreksonderwerp kan circuleren en voorzien worden van commentaar voordat het ‘live’ ter sprake komt. Er zijn genoeg mensen in de wijkgemeente te vinden met hart voor de kerk en de deskundigheid om netwerksites als deze te beheren. Mijn concrete voorstel is om hier een pastoraal ambtsdrager voor te zoeken. Want het gaat hier of het moet hier in wezen gaan om een pastorale inzet. Het communicatiemiddel is redelijk nieuw als middel, maar als kerk doen we al eeuwen aan religieuze communicatie. En kerkelijke communicatie moet gelegenheid geven aan ontmoeting waarin de vraag “en God dan?” gesteld kan worden. Consequentie van dt alles is dat bestaande vormen van lidmaatschap en betrokkenheid op de helling gaan. Niet-leden zijn door social media evenzeer aanwezig in een kerk al leden. En niet-leden hebben dan dus evenzeer toegang tot de kerkelijke beslissingen als leden. En wat is lidmaatschap feitelijk, als ik in mijn kaartenbak kijk? Ik zie 3500 leden, waarvan er zo’n 500 aanspreekbaar zijn op hun lidmaatschap. Daarnaast zijn er misschien zo’n 50 medewerkenden en bezoekers van gespreksgroepen, en van diensten, die niet lid zijn. Betrokkenhed telt meer dan formele stroomlijning, in een paradoxale kerk.


[i]  (Kamp 2003) p.230 definieert de stad als gekenmerkt door massaliteit, mobiliteit en complexiteit, en heterogeniteit. Op het onderscheid tussen heterogeniteit en pluriformiteit als termen en kenmerken ga ik hier niet in.

[ii] Zoals doordacht en wijs voorgesteld door (Witvliet 2003)

[iii] Het gaat misschien te ver om hierbij te verwijzen naar het werk van de duitse filosoof Peter Sloterdijk. Niettemin vind ik zijn kritische observaties over de betekenis van de globalisering voor de monotheïstische godsdiensten steekhoudend met het oog op de veranderde voorwaarden voor vrede. (Sloterdijk 2003)

[iv]  (Gibbs 2005) behandelt één element van deze ontwikkeling, namelijk die van de Emerging Churches. Deze term omvat een veelvoud aan kerkachtige initiatieven in de westerse wereld.

[v] Meld je maar aan op http://www.facebook.com en vul je profiel in. En ga eens naar “Pniel Utrecht” of via mijn account naar “Triumfator Utrecht”

[vi] De Twitteraar “@liturgy”meldt: “De belangstelling voor liturgie en spiritualiteit op twitter groeit. Meer dan 18,000 mensen volgen @liturgie, en maken mijn twitter profiel nummer zes van de meest gevolgde Kiwitwitters! … Twitter is ideaal om een deel van de liturgie, een bijbel citaat, of een positieve verstandige tekst door te geven, naast ook het verspreiden van handige koppelingen naar websites, gebeurtenissen en programma’s.”

[vii] De Twitteraar “@Liturgy” meldt: “25 redenen waarom Twitter een vorm van spiritualiteit is”. Daaruit enkele: “1.) Twitter daagt uit om aandacht te besteden aan wat wij doen, om wakker en zeer alert te blijven. 2.) Twitter vraagt ons om ons te richten op dit moment, en te beseffen wat we zijn op dit moment. 3.) Twitter biedt mogelijkheden in de hele wereld met anderen verbinding maken zodat we beseffen hoe we zelf en de wereld zijn gekoppeld in steeds groter wordende verbanden. […] 24.) Twitter leert ons, net als koans, mantras en korte gebeden, dat de beknoptheid een pad van rijke zegen kan zijn.”

Soms ga ik uit vissen op de zee van berichten. Vandaag vond ik dit in mijn net:

http://www.missionalchallenge.com/2011/02/12-thoughts-for-church-planters-how-not.html?m=0

Hierin staan inzichten die te denken geve, ook vor de situatie van kerken in Utrecht.

“Recently, I asked Pen Cook (Paradox) to consider how he was going to prevent the acquiring of a building for their church plant from consuming all the energy, resources, activity, and focus of his new church. He became quite animated as we discussed this concern. He recognized how easily having a building of their own could result in “every single night or day I could do something at the church.”
As his coach, I felt that it was critical for Pen to consider how they would address the situation before they found a building for their own use. I hope you’ll consider how these might influence you in your  church planting context:

12 Practical Ways to Keep a
Church Building from Consuming a Church Plant

1. Be absolutely clear on what your church is about!      Know God’s mission. Align with that mission! The mission is to make disciples who make disciples. Talk about it often. Do it well. Keep the main thing the main thing. Evaluate everything you do by how it helps you to fulfill the mission of Jesus.
2. Fight against Consumer Christianity and for Missional Christianity.      Be anti-consumer. Consider how your church ministries and programs are catering to the needs, wants and desires of Christians. Stop doing that! Instead, equip everyone to engage those in the culture around with the gospel together in community.
3. Use the building less frequently by being “the church” in local neighborhoods.      It is so easy when you lease or purchase a building to move all activity that previously happened throughout your mission field in homes and public spaces to now take place in the “church building.” This often hinders mission by extracting believers away from contact with unbelievers.
4. Let groups and organizations in your community use your building – for free!      The church has been blessed to be a blessing. Allowing people and groups to benefit from using your building will increase good will and may open opportunities to partner together. Creatively explore ways to offer your building to others.
5. Watch carefully that your financial resources are not consumed by building expenses.      Like owning a home, once you acquire a space to meet there is a tendency to spend more and more on furnishing, decorating and improving the space: sound equipment, lighting, video projectors and screens, chairs, etc. It all adds up! And it’s quite easy to borrow money to accomplish all of this – restricting budget dollars for years to come.
6. Use language that prevents the building from becoming known as the church.      According to the New Testament, the “church” is the missionary people of God – not a physical structure or building. Reserve “church” to describe God’s people and refer to the building as the campus, meeting place, or other culturally appropriate term.
7. Create a multi-use feel to the space so that no one identifies it for exclusive groups or purposes.      Expand your building’s functionality. It’s natural to “brand” your space and quickly identify the space as only suitable for certain spiritual activities. This often results in a building that is unused most of the week. That’s not good stewardship. Be intentional about designing a multi-purpose building that is utilized for various gatherings and functions.
8. Teach everyone that the Church is the “people of God” and the building is a tool.      Make this a frequent topic of teaching from sermons to membership classes, from small groups to newsletters, and any other opportunities. We are the Church; the building is not the church. (I Peter 2:9, 10)
9. Be the visible presence of Christ’s Church in your community.      Look for ways for your church to serve others in your community. Seeks ways to meet genuine needs in each neighborhood. Visibly demonstrate and declare the gospel in tangible ways all over your town or city.
10. Sponsor community events in your building.      Use the building for the good of others! Whether it’s opening your doors to host a community concert, seminar or benefit OR offering Celebrate Recovery, Alpha courses, or other outreach focused activities. Open the doors. Invite others to come in often – and not just to come on Sundays to worship with believers.
11. Don’t use the building for Bible studies, small groups, or missional communities.      Keep your “church” gathering in off-campus locations. Don’t assume that because you have a building – everything needs to happen in the building. (That’s stupid!) Keep the church gathering in neighborhoods (homes and public places) that are easily accessible to neighbors, friends and co-workers.
12. Don’t make everything about the “Sunday Show.”      It’s common to emphasize the Sunday worship gathering of believers as the primary activity of your church. However, this is only one way that the Church fulfills its mission. (And although it’s really important – it’s not the most important thing that Christians do). Believers will worship God for eternity; we don’t get to make disciples who make disciples eternally. Overemphasizing what happens when we worship in the “church building” can hinder the commitment of church members to live a life of worship and witness all week long.
Which of these twelve practical ways resonates with you?”

Joan Franka gaat voor Nederland naar het Songfestival. In indianenoutfit gestoken zong ze “You and me”. Ze bleek de winnares! Dat is mooi. Nu op naar het Songfestival. Misschien wint ze daar ook?

Dat ze het festival wint is maar een heel klein kansje. Want wat zie je dan? Oost Europese landen stemmen op Oost Europese zangers. En West Europese stemmen op andere vrienden.

De winnaar is wie de meeste vriendjes heeft.

Eén van onze kerken, in Kanaleneiland, heet Triumfatorkerk. Dat betekent dus “Kerk van de Overwinnaar”. Zijn we winnaars? Nee, want we hebben niet de meeste vriendjes hier. De meeste mensen in de wijk gaan niet naar een kerk. We hebben bovendien meer betrokken leden die zorg behoeven in de ouderenhuizen, dan er op zondagmorgen in de kerk komen. Toch bruist deze kerk van de activiteiten. En de plannen nemen alleen maar toe. We zijn hier nu een totaal nieuw project aan het starten. We gaan veel meer met jongeren en de wijk aan de slag. De zorg voor ouderen houden we hoog. Maar we vinden het gewoon niet goed dat deze wijk zonder actieve, betrokken, christelijke gemeenschap zou zitten. We geloven niet dat deze wijk een verloren zaak is voor Jezus, of voor zijn gemeente.

We zijn dus niet overwinnaar door het hebben van de meeste vriendjes. Ook niet door in een indianenpak de meeste aandacht te trekken. We overwinnen alleen de gedachte dat een wijk verloren is. Overwinning dus, door geloof in Jezus’ bedoeling met ook deze wijk. We overwinnen de grenzen tussen arm en rijk, jong en oud, gelovig en ongelovig, moslim en christen. Dus eigenlijk past de titel van het liedje “You and me” wel heel goed bij deze kerk die Triumfatorkerk heet. Het liedje is alleen nostalgisch: het gaat over een jeugdliefde van vroeger. Als gemeente hebben we het over liefde nu. “En de winnaar is….Gods liefde voor mensen als you and me”.