Pers

In een landelijk dagblad verscheen recent een artikel over de interim predikant. Het artikel werd me toegestuurd. Ik geef het hieronder weer:

Moet de kerk aan de hotspot drill-down-analyse?

Door: Koen Gerling • theoloog, freelance-journalist

De taal der managers is in alle geledingen van de samenleving doorgedrongen. Corporale brain disorders, headcounts, powermeetings, en showstoppers. Wellicht likken insiders hun vingers hierbij af, maar voor Jan met de pet is dit wartaal. Allerlei maatschappelijke sectoren zijn meer of minder doordrenkt geraakt van dergelijke terminologie. Niet alleen het bankwezen en het bedrijfsleven, maar ook de zorg en het onderwijs, de sport, de politiek en de media. En de kerk? Is daar de managerstaai inmiddels net zo hard doorgedrongen?

Onlangs verscheen mede onder redactie van theoloog Rein Brouwer de bundel Voorganger als voorbijganger. Het interim-predikantschap van de toekomst. Aanleiding voor het schrijven van het boek was de opkomst van tijdelijke voorgangers binnen de Protestantse Kerk in Nederland, zogenaamde interimpredikanten. Sinds enkele jaren kunnen gemeenten dit soort predikanten voor bepaalde (korte) tijd inhuren vanuit de landelijke kerk. Uit het boek: ‘Een interim-predikant is nodig in een situatie waarin de kerkelijke gemeente in een transitiefase verkeert: er is iets voorbij en er moet iets nieuws komen, maar wat dat is of hoe dat bereikt kan worden, is nog onduidelijk. […] Interimmers zijn de vleesgeworden voorbijgangers. Interimmers beginnen al met loslaten als ze nog maar net binnen zijn.’ Zo begeleidt deze tijdelijke voorganger gedurende een afgebakende periode veranderingen en processen die een gemeente doormaakt. Hij of zij is bijvoorbeeld inzetbaar om de komst van een nieuwe predikant voor te bereiden, bij conflictbemiddeling in crisissituaties, om koerswijzigingen in het profiel van de gemeente te ondersteunen of om beleid te ontwikkelen. Noem maar op. In 2012 telde de PKN al acht interimmers. De verwachting is dat het aantal de komende jaren groeien zal.

Deze manier van werken en bijbehorende benadering van het ambt is niet nieuw. In de Verenigde Staten is men al langere tijd bekend met het verschijnsel. Rond 1978 heeft men een training ontwikkeld en sindsdien blijkt ‘Interim Pastor Ministrie’ aan de orde van de dag. Nederland heeft kennis gemaakt met het interimpredi-kantschap via de ervaringen van dominee Helen Dekker-Keiler. Als ‘interim minister’ is zij in Amerika werkzaam geweest en heeft vervolgens haar enthousiasme hierover gedeeld met ‘kopstukken’ uit de PKN. Na veel beraad is deze vorm van predikantschap ook kerkorde-lijk verankerd geraakt.

Niets mis mee, zo lijkt het. Heel overtuigend allemaal. Natuurlijk hebben kerkenraden bij tijd en wijle hulp van buitenaf nodig. Soms moet men van een ander leren

zichzelf (weer) te verstaan. Om zo nieuw perspectief te creëren, hoop voor de toekomst. ‘Vreemde’ predikanten kunnen een verhelderend licht werpen op bestaande groepsculturen en vastgeroeste verhoudingen. Maar dieper doordenkend op de aard van het interim-predikantschap krijg ik toch mijn bedenkingen. Nogmaals uit de Voorganger als voorbijganger, ‘de inzet van interimpredikanten geschiedt niet in de eerste plaats op basis van modaliteit, maar op basis van professionaliteit.’ En: ‘Het onderscheid tussen een interim-manager in het seculiere werkveld en een interim-predikant is niet zo groot. Dat komt doordat de meeste praktijksituaties waarin interimmers aan het werk gaan, vragen om vergelijkbare competenties.’

Ik moet een paar keer slikken als ik zoiets lees. Ik wil niet meedoen aan de gewoonte om managers te demoniseren. Alsof in die wereld slechts ‘zakkenvullers’ leven. Dat zou goedkoop zijn en onterecht. Alleen vind ik het iets te ver gaan om van de predikant, vergeef me als ik het zeg, een manager-in-toga te maken. Het ambt wordt mij daarmee te klinisch, zakelijk, formeel. In een lezing liet Brouwer zich enige jaren geleden nog kritisch uit over ‘de verzakelijking, professionalisering, flexibilisering van het ambt van predikant’. Volgens hem ging hierin ‘het gevaar schuil van corrosie, het verroesten van het karakter van het ambt’. Inmiddels denkt hij er

Het gaat me iets te ver om van de predikant een

manager-in-toga te maken.

anders over. Hij blijkt overtuigd geraakt van de waarde van het interim-predikantschap voor kerk en ambt.

Ik schuif Voorganger als voorbijganger terzijde en neem iets anders ter hand. De dagboeken van de hervormde theoloog prof. dr. K.H. Miskotte (1894-1976). Zijn denken over geloof en religie, kunst en cultuur heeft het Nederlands protestantisme van na de Tweede Wereldoorlog diepgaand beïnvloed. Ook aan het wezen van het predikantschap heeft Miskotte vele woorden gewijd. Als jonge jongen ervoer hij een sterke roeping tot het ambt van ‘herder en leraar’. Voor hem haast een mystieke belevenis. Eenmaal predikant viel Miskotte ten prooi aan aanvechting, strijd en twijfel. Voor hem was het ambt geen vanzelfsprekendheid. ‘Zo stijg ik weer op deze kansel en beef in onwetendheid: heb ik mijn leven verdaan door dominee te worden of heb ik mezelf daardoor voor de ondergang bewaard.’ Toch schuilt in het ambt voor hem een priesterlijke opdracht, haast verheven boven het woelen der wereld. ‘Met gesloten ogen liggende, weet ik mij als een oeroude steen, verworpen en de helling der jaren afrollende naar eigen zwaarte, naar eigen wet, maar bij God uitverkoren en dierbaar. […] Dit is mijn priestergeheim, Gods ambtsgeheim.’ Maar ook: ‘De pastorale daadkracht ligt allereerst in een priesterlijk zijn.’

Wellicht wat archaïsch voor onze oren. Tijden veranderen nu eenmaal, zeggen we. Dat is waar. En ook weer niet. Wil dat immers zeggen dat het predikantschap maar de grillige contouren van onze tijd moet aannemen? Mag het ambt en het denken daarover niet een andere dimensie aannemen? Valt het ambt als priesterschap nog te herkennen bij de interim? Vermoedelijk zou Miskotte zijn wenkbrauwen enigszins fronsen.

Opnieuw Voorganger als voorbijganger. Interimpredikant Reintje Joke Stomphorst signaleert in haar bijdrage aan het boek het volgende: ‘In veel kerkenraden wordt de agenda beheerst door grote zorgen. […] Het gesprek over de wezenlijke vragen naar oorsprong, doel en zin van de gemeente schuiven daardoor op, terwijl het een bron van inspiratie kan zijn bij al het werk. […] Ik constateer echter dat men in gemeenten waarin sprake is van een grote diversiteit, geneigd is het gesprek te ontlopen door formuleringen te kiezen waarin eenieder zich kan vinden. Lief zijn voor elkaar en goed doen voor de wereld zijn daarbij belangrijke pijlers. Roeping of zelfs God ontbreekt nog wel eens.’ Opmerkelijk, want de verzakelijkte taal van het compromis dient slechts de lieve vrede. Is het nu de gemeente die beheerst wordt door angst om op religieuze tenen te trappen? Staan voorgangers in kwestie met de theologische mond vol tanden? Ik ben bang dat het laatste niet zelden het geval is. Naar mijn mening hebben kerken in onze dagen dan ook geen behoefte aan predikanten die als managers orde op zaken komen stellen, maar aan dominees die de gemeente authentiek en priesterlijk voorgaan. Die niet ‘gedetacheerd’ zijn, maar ‘geroepen’. Die de inhoud boven het proces stellen.

Ambtstaal en managerstaal staan niet op één lijn. De predikant spreekt in eerste instantie verticaal, de manager horizontaal. De een is iemand van gebed en overgave, de ander van efficiency en targets. De een laat zich leiden door een priesterlijke mentaliteit, de ander door een zakelijke geest. Ambtstaai en managerstaai zijn niet inwisselbaar. Dat is niet erg. Jezus was tenslotte geen sales engineer.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s