Post Tagged ‘geloof’

In een kerk wordt een kindje gedoopt. De naam van het kindje wordt genoemd. De ouders noemen die naam en doen een belofte. Maar wie het kindje later zal zijn, dat weet niemand. Toch wordt het gedoopt. In het lied “The good life” van Anouk, zie ik waarom. De doop geeft je een overschot aan licht en liefde mee. In het filmpje van Anouk zie je hoe een jongen dat overschot aanspreekt: zijn doop! Het leven kan tegenvallen. Je kunt je soms enorm in de nesten werken. Maar terugkijken, naar wat je meekreeg, dat opent je ogen voor “The good life”. De jongen vlucht uit de handen van criminelen. En passant citeert Anouk nog Prediker 3. Maar de film eindigt anders dan de song zelf. De film laat de vraag open: is het echt, of een droom? De film en dit lied vragen: waarin geloof jij? Noodlot of bevrijding? Wat is echt voor jou?

Advertenties

http://fitformissions.wordpress.com/2013/05/01/stamhoofd/

Je kunt ook op z’n Afrikaans naar koningen en kroningen kijken: Nederland heeft een nieuw stamhoofd.

Koninginnedag is voorbij. Alles is goed verlopen. Er waren nauwelijks incidenten, geen rampen, geen grote missers.

De laatste koning?

De laatste koning?

Het enige dat miste was religie. Hoewel, het ontbrak niet helemaal.  Twee rabbijnen kwamen in beeld: gasten bij de plechtigheid namens de joodse gemeenschap. God werd genoemd in couplet 6 van het Wilhelmus. God werd genoemd bij de eed. Dat was het. In zijn toespraak had Willem-Alexander het over zijn taak en betekenis voor het land. Bij de tocht over het IJ was het allemaal mooi en creatief. Maar geen religie, geen geloof, geen kerk, moskee of synagoge.

Het is terecht. De koning heeft als hoogste ideaal dit land te verbinden en te versterken. Hij gaat zijn functie uitoefenen om dat te regelen. Hij gaat dat goed doen, belooft hij. Geloof kan er dan inderdaad maar beter buiten blijven.

Maar voor het koningschap  is het riskant. Erfelijk koningschap bestaat nu eenmaal op grond van het besef van bestemd zijn door een lot, of geroepen zijn door Iets of Iemand, of deze taak opgelegd kríjgen. Het is principieel verbonden met religie: met het accepteren namelijk van een hoger of groter iets. Met (een) God dus. Als je religie weg laat, houd je een functie over die in principe door iedereen kan worden uitgeoefend. Hoe lang is het land enthousiast over Willem-Alexander? Waarom kiest men na hem niet een leukere koning? Iemand die de functie beter en goedkoper kan uitoefenen? Ik zie het al voor me: een verkiezing via het programma The King Factor! Leuk toch? Nu nog sprookjesachtiger!

Niets is wispelturiger dan de volkswil. Dus als je alleen daar je koningschap op bouwt, zou Willem-Alexander wel eens de laatste koning van Nederland kunnen zijn. We zullen zien.

Een goed spreekwoord luidt: beter goed gejat dan slecht bedacht. Op die manier kwam ik aan het onderstaande verhaal. Maar een beter gezegde luidt: “Kill your darlings.” En dus sneuvelde dit verhaal, en zal het zondag niet door mij verteld worden. De kroning, Bram Moszkowicz en de terreurdreiging in Leiden krijgen voorrang. En bovenal natuuurlijk de lokale geloofsgemeenschap, deze week lieve mensen van de Maranathakerk in Ermelo, die op een schitterende manier hun weg zoeken met God.   

Het verhaal over de blustrommel. Een boer uit Polen, 18e eeuw, was altijd in zijn ene dorpje geweest. Hij was er geboren, hij was er opgegroeid, en hij werkte en leefde er. Op een dag moet hij naar Wenen, naar de rechter, voor een erfenis kwestie. Enfin, hij loopt door de grote stad. En opeens beginnen er mensen te hollen. En ook hoort hij trommelslagen. In verwarring vraagt hij wat die trommels betekenen. “Weet je dat dan niet”, antwoordt de man, “als er brand uitbreekt, dan slaan we hier op trommels, zodat het vuur snel geblust kan worden.” De boer vond dit een grandioze uitvinding. Voor hij naar huis terugkeerde, kocht hij een trommel. Hij was nog niet lang thuis, of er brak brand uit. In zijn eigen huis. Snel zocht hij zijn trommel op en begon er krachtig op te slaan. Hij trommelde als een bezetene zonder ook maar iets te ondernemen om de brand te blussen. Het vuur doofde pas toen zijn huis in de as was gelegd en de boer uitgeput van het trommelen op de grond lag. 

Een tijd later kwam er een handelaar uit Wenen voorbij. De boer vertelde hem zijn verhaal. Toen moest de handelaar lachen: “Dacht je nou echt dat de brand alleen door trommelslagen geblust kan worden? Het is slechts een signaal, voor mensen om water te gaan halen en het vuur te doven!”

Rabbi Mendel, die dit verhaal vertelde, was even stil. Toen zei hij: “Het vuur, mijn kinderen, is de zonde, het lijden van deze wereld. De trommel is onze eredienst, waar de oproep tot omkeer en heiliging van uitgaat. Onze toewijding aan de Eeuwige die op deze oproep volgt, is als het water waardoor het vuur geblust wordt.”blustrommel

wounded church

Een kerk kan gewond raken.

Bij een fusie ontstaat een conflict over kerkgebouwen. Tot bij de rechter vechten ze het uit. Dat slaat diepe wonden. Persoonlijk tast het mensen aan. Maar ook zo’n kerk raakt gewond. Want er komt twijfel aan de geloofwaardigheid van dit geloof. Sommigen  vragen zich af, wat vergeving of de liefde van Christus nog betekenen in zo’n kerk.

Of als een geestelijke of leider seksueel misbruik pleegt. Ook dat slaat wonden. In de eerste plaats bij de slachtoffers. Is er oprechte zorg voor slachtoffers? Is er passende aanpak en begeleiding van de dader? Ook de betreffende kerk is gewond. Ook bij hen die niets met het misbruik te maken hebben is het vertrouwen in kerk en geloof beschadigd.

Soms kan een interim predikant in zo’n situatie werken aan genezing. Juist als buitenstaander. Hoe gaat dat?

Het begint en eindigt met integriteit. Dat is secuur werk. Het gaat eenvoudig om betrouwbaarheid in afspraken. Om dagelijkse toewijding in aandacht voor mensen. Om helderheid in procedures. Om correcte communicatie. Want kleine fouten, zwakheden, of alledaagse tekortkomingen, die zouden worden aanvaard in een omgeving van vertrouwen, roepen noodsignalen en zelfs pijn op in een gewonde kerk. Hoge doelen of strategische overwegingen helpen een gewonde kerk niet verder.

Die integriteit haalt een interim predikant niet alleen uit zichzelf. Het kan alleen gebaseerd zijn op een integer geloofsleven. Voor mijzelf staat hierin het geloof in Jezus Christus centraal, die na zijn lijden en na zijn dood, opgewekt wordt uit de dood en zegt: vrede zij met jullie. Die vrede kan de interimpredikant inspireren tot integriteit. Eén van de valkuilen waar een interim predikant in kan vallen is het problematiseren van een kerk, of van het overreageren of de gevoeligheden in een gewonde kerk. Een houding van niet-angstige betrokkenheid, van vrede dus, is geboden. De vrede die Christus belichaamt.

Op die manier is integriteit de lange weg van het herstel van geloofwaardigheid in een gewonde kerk. Dit herstel kan leiden tot een versterking van een kerk. Genezing kan immers groei van geloofwaardigheid betekenen. Juist wie vanuit integriteit de verwondingen doorstaat, laat zien hoe genezend het geloof kan zijn in de opgestane Heer.

Pieter van Winden

John Mayer zingt: “Love ain’t a thing, love is a verb”. Liefde is niet een ding. Je kunt liefde niet beetpakken. Liefde is een werkwoord.

Het liedje klinkt dichtbij, alsof hij het in je oor fluistert. Goed gedaan, John! Want er is veel dat je van een afstand kunt bekijken. Je kunt van een afstand kijken naar wat je eet, naar apparaten, naar mensen en zelfs naar God. Van een afstand kun je daar dan afstandelijke dingen over zeggen. Dat het eten gezond is of niet, bijvoorbeeld. Of dat je die ene telefoon beter vindt dan de andere. Of dat God bestaat of niet.

Maar liefde is een werkwoord, en dat komt dus dichtbij. Als je kunt ook met liefde omgaan met eten, met apparaten, met mensen of met God. Dan gebeurt er iets anders. Dan kom je niet met algemene uitspraken. Dan vertel je hoe je genoten hebt van eten, of wat er voor bijzonders aan is. Dan ga je voorzichtig om met je telefoon, en behandel je die met respect, en zorg je aan het einde van het functioneren voor recycling. En als je met liefde omgaat met God, dan volsta je niet met “bestaat” of “bestaat niet”. Dan is het eerder: “ik zoek”, of “ik ben blij”, of “ik ben teleurgesteld”.

Liefde is een werkwoord. Dat is waar. Als je met liefde in het leven staat, dan gebeurt er iets, met jou, en met alles waarmee je in aanraking komt. Dan is er geen eindconclusie van een afstand. Nee, dan is er beweging en toekomst.

Waarom zou je dat doen? Waarom is er liefde? Volgens iemand in de bijbel krijg je liefde. Je hoeft het niet te bedenken. Het wordt je gegeven. De vraag is alleen of je dat oppakt. Maak je van liefde een werkwoord? Als je dat doet, dan volgt de rest vanzelf. Eén van de eerste christenen zei: “Ons kennen schiet te kort. Maar straks zal ik volledig kennen zoals ik zelf gekend ben. Ons resten dan geloof, hoop en liefde. Maar de grootste daarvan is de liefde.”

De nieuwe James Bond is in aantocht: “Skyfall”. De titelsong is al uit. Een schitterende, bombastische song. Vakvrouw Adele heeft er iets moois van gemaakt. Op internet staat:

Skyfall is een krachtige en betoverende ballad die Adele zingt als de hemel! “Skyfall” is ongetwijfeld voorbestemd om over heel de wereld een tophit te worden. 

Een wereldhit dus. Dat is inderdaad waarschijnlijk. De song gaat over niets minder dan het einde van de wereld. De diepste menselijke angst: dat de zon dooft, de hemel instort en alles over is. Soms maken mensen dingen mee waarvan ze zeggen: “Het was alsof mijn wereld instortte”. Dat dus. Skyfall. Maar de song gaat ook over het hoogste, wereldwijde verlangen: dat er iemand is die je beschermt. Sterke armen die je dragen als alles instort. In de song klinkt het zo:

For this is the end
I’ve drowned and dreamed this moment
So overdue, I owe them
Swept away, I’m stolen

Let the sky fall, when it crumbles
We will stand tall
Face it all together

Dat lijkt sprekend op een stuk uit de bijbel. In Matteüs 24 zegt Jezus: meteen na de verschrikkingen van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan geen licht meer geven, de sterren zullen uit de hemel vallen en de hemelse machten zullen wankelen. Hijzelf troost je als je dat gevoel van angst herkent. Want hij belooft dat hij zijn engelen dan stuurt, en die zullen zijn mensen uit de vier windstreken bijeenbrengen, van het ene uiteinde van de hemelkoepel tot het andere.

Skyfall zegt niets over Jezus. Het is gewoon Adele die een dagdroom zingt. Ze scoort er een wereldhit mee, die over een paar jaar weer vergeten is. Maar je zou dit lied ook als een  religieus lied kunnen meezingen.  Het sluit naadloos aan bij de beloften van Jezus. Voor Hem is het geen dagdroom. Hij kent de angst. Hij kent de dood. Hij belooft dat Hij er voor je is, als je het gevoel hebt dat de wereld instort. Skyfall dus, maar dan écht.

Mario Draghi

Dear sir M.Draghi,

with great admiration I read about your governance of ECB. A highly responsible task in these turbulent times. One of your main tasks seems to me to fight the economic crisis in Europe. The wisdom of your policy is beyond doubt.

Nevertheless, I would like to point out that economics as a science originates from moral philosophy. Exactly morality or moral considerations, I miss within the approach that we apply in Europe. Our fight for more and more consumerism as basics for recovery has something desperate. Consumption itself cannot possibly be a basis for more consumption. Because of the lack of a basis of trust and faith the financial markets show, like many citizens, a frantic and erratic behavior. This behavior needs a more solid foundation.

Based on the Christian-humanistic tradition which we share as Europeans, I want a text from the Bible to present. It is a phrase of the apostle Paul. In his letter to the church in Philippi in chapter 4 verse 19 he writes: “My God will supply every need of yours according to his riches in glory in Christ Jesus.”

Do you see opportunities from the faith and confidence that is expressed herein, to work towards increasing confidence among the inhabitants of our continent? Would it not be beneficial for us Europeans when we would work on trust and faith?

As a pastor in Utrecht, one of the major cities in the Netherlands, I try to live with the trust and faith that are expressed in Paul’s text. It is a testimony of the economy of grace, and points to a future that doesn’t need te be fought for, but will be given.

With the greatest esteem,   Rev.Pieter van Winden

Op zaterdag 3 november is de landelijke dag voor Social Media en kerken: de missionaire (on)mogelijkheden van Social Media. De deelnemers aan die dag kunnen kiezen uit meerdere “routes”: voor de sceptische beginner is er veel te vinden, maar ook voor de gevorderde gebruiker en ieder daar tussenin. Voor de diverse niveau’s is er praktische informatie, ontmoeitng met technici, met mensen van je eigen niveau, en nieuwe toepassingen over gebruik en strategische aanpak.  

Maar Kerk2012 is er zeker ook voor beginners. Daarover gaat deze blog. Als je beginner bent, en je wilt heel misschien wat met Social Media, waar begin je dan? Lees eens door, en laat me weten of je hiermee verder komt.

Het logo van 3 november: kom je ook?Social Media zijn veel in het nieuws. De namen komen voorbij in kranten, op TV en op internet: Twitter, Facebook, Myspace, Hyves enzovoorts. Is dat iets voor professionals en freaks? Of kan een eenvoudige kerk of verenging er ook wat mee? Dit artikel gaat daarover: je bent betrokken bij een non profit organisaties als een kerk. Of een vereniging. Wat kun je dan met Social Media bereiken? En waar begin je?

Zelf ben ik sinds een paar jaar gebruiker van Social Media. Als predikant van een gemeente in Utrecht heb ik het leren kennen. Het kost in het begin veel tijd. Maar het levert mij zoveel op, dat het me tijd bespaart. Hoe dat kan, en hoe je als vrijwilliger of predikant of internetenthousiasteling met social media start, leg ik je graag uit.

Wat kun je ermee bereiken?

Social media kun je goed inzetten bij de opbouw van een gemeenschap, bij het communiceren van je missie, en bij het betrekken van geïnteresseerden bij je werk. In de praktijk betekent dat voor mij dat ik contact houd met mensen die ik ken maar die ik niet vaak zie. Als part time predikant in twee stedelijke kerken ontmoet ik veel mensen op verschillende plekken. Het werkt voor mij goed om van hen te horen wat er in hun persoonlijke of werkzame leven gebeurt. Maar hoe vaak kom je elkaar tegen? En hoeveel bezoeken kan ik afleggen? Social Media ondersteunen het contact met honderden mensen die ik ken. Als we elkaar dan weer “live” tegen komen, dan kan ik er als pastor op aansluiten. Of ik neem tussentijds contact op. In een dorp zul je hier misschien niet veel behoefte aan hebben, omdat de gemeenschap van zichzelf al hecht is. In een stad maken social media van de wereld een dorp. Maar het werkt ook andersom. Via social media kan ik mensen laten delen in mijn werkzaamheden. Mijn privé leven zet ik er nooit op. Maar wat ik als predikant doe, daarin laat ik ieder die geïnteresseerd is graag delen. Het is voor velen schimmig wat een predikant feitelijk doet. Veel mensen denken dat je op zondag wat staat te preken, en dat dat het wel zo’n beetje is. Door op social media te delen waar ik mee bezig ben, vergroot ik kennis van wat er in een kerk speelt, betrokkenheid en bereidheid om mee te doen. Ik kan via social media ook mensen op elkaars pad brengen. Mensen leren elkaar kennen via social media, en kunnen dat live verder uitbouwen. Dat is bijvoorbeeld effectief bij de samenstelling van commissies of werkgroepen. Ook laat ik mensen soms meedenken over een dienst die ik aan het voorbereiden ben, of over een jaarthema of bepaalde activiteit. De input die dan komt is eigenlijk altijd erg goed, en vergroot ook de betrokkenheid.

Ik heb meegemaakt dat een pop concert in de wijkkerk –altijd lastig om te communiceren- 100 mensen trok, puur en alleen door bekendmaking ervan via social media door twee gemeenteleden. Want de één die het interessant vindt, deelt het met anderen van wie hij of zij denkt dat het interessant is, en al snel bereikt je bericht veel mensen wereldwijd.

Dat “wereldwijd” zet ik er express bij. Niet om social media belangrijker te maken dan het is. Maar social media hebben geen geografische grens. De voertaal kan beperkend werken. Maar in geen geval zijn er grenzen naar denominatie, lidmaatschap van kerk of vereniging, woonplaats, regio en dergelijke. Iedereen kan meelezen, tenzij je bewust bepaalde berichten afschermt.

Iemand stelde eens: een bericht op social media moet je zien als een billboard langs de snelweg. Dat vind ik herkenbaar. Beangstigend voor de één misschien? Maar als je weet wat je wilt, en wat je te bieden hebt, dan is dat toch een fantastische kans, dat je een billboard langs de snelweg tot je beschikking hebt! Zorg alleen voor een afslag en een goed parkeerterrein waar je te vinden bent, en je kunt je bereik enorm vergroten.

Wat is nodig?

Wat je nodig hebt is een computer en een internetverbinding. Een telefoon met internetverbinding is erg handig, maar niet noodzakelijk.

Wat je ook nodig hebt is een positieve instelling. Want met een negatieve of klagerige mentaliteit stoot je alleen maar mensen af. Tenzij je een protestbeweging wilt starten.
Tot slot heb je tijd nodig voor gewoon één op één contact met mensen. Want social media zijn zoals de naam als zegt sociaal. Het gaat niet om Hyves of Facebook op zich. Het gaat ook niet om een snelle internetverbinding. Het gaat bij non-profit-gebruik uiteindelijk om het gebruik van de techniek in combinatie met het ontmoeten van mensen.

Waar begin je?

Begin met een eigen website. Die heb je misschien al. Of je kerk of vereniging heeft die al. Mijn tip: doe het met WordPress. Dat is niet een vereiste. Maar via wordpress.com kun je je website op een ideale manier combineren met het gebruik van social media. Je hoeft geen kennis te hebben van computertalen. Je kunt met wat proberen gratis een prima interactieve en dynamische website maken.

Vervolgens zorg je ervoor dat die website te vinden is via Google.  Dat doe je onder andere door je berichten te voorzien van steekwoorden, “tags”.

En probeer geregeld iets nieuws op je website te zetten. Dat zorgt ervoor dat mensen terug komen op je site. Vertel wat er lukt. Laat horen hoeveel geld je binnen hebt gekregen. Zet eens een vrijwilliger in het zonnetje. Bedenk een thema waarover je af en toe een bericht schrijft. Er zijn voorbeelden van predikanten die elke week een uittreksel van hun preek plaatsen. Dat is een methode. Een andere gemeente heeft per dag een thema, variërend van een cartoon, tot een popsong of een diaconaal bericht. Je doet waar je als persoon, kerk of vereniging goed in bent. Wat kun je aan? Het gaat niet om veel tekst. Liever niet! Liever weinig tekst (300 woorden per bericht) en een plaatje. Denk visueel. Dan is je website de plek waar vanuit je met social media gaat werken.

En dus naar Facebook?
Facebook is bekend. Bijna een miljard mensen maakt er gebruik van. Zij zijn naar www.facebook.com gegaan en hebben hun gegevens ingetypt. Veel aanmelders hebben het daarbij gelaten. Maar de meeste aanmelders doen meer.  Want inderdaad is Facebook een interessant social medium, juist ook voor kerken en verenigingen. Van de social media die er momenteel zijn, zou ik deze al eerste aanbevelen.

Een account maken op Facebook is eenvoudig. Zorg vooraf dat je wat foto’s op je computer hebt, die je op je Facebook account plaatst. Zonder foto’s werkt het niet. En bedenk vooraf goed hoe je jezelf presenteert. Ga je als persoon op Facebook je organisatie vertegenwoordigen? Of zet je de organisatie voorop? De beslissing daarover neem je op grond van de praktijk. Een kerk die een team van meerdere mensen heeft, die het account gaan bijhouden, kan zich goed als kerk aanmelden. Alle leden van het Facebook team kunnen bijvoorbeeld zonder onderscheid des persoons berichten plaatsen. Maar een vereniging met één persoon die het hele internet gebeuren “doet”, zou ik aanbevelen om het persoonlijk te houden. Die ene persoon kan zichzelf bekend maken als het gezicht van de vereniging, ook op de naam van de vereniging, maar met zijn of haar eigen foto en naam erbij.

Facebook is goed geschikt om je berichten op je website te delen. Je kunt eenvoudig een link van je website naar je Facebook-account maken. En andersom. Degenen die zich aanmelden op jouw account krijgen dan vanzelf de nieuwe inhoud van je website te zien. En misschien geven ze het door aan anderen. Kijk, en dan wordt het interessant. Of, ook interessant, ze geven commentaar en tips. Daar kun je altijd je voordeel mee doen!

Ook nog Twitter?
Zelf vind ik Twitter een erg prettig social medium. Maar je moet er mee om, weten te gaan. Tieners doen er niet veel mee. Het is iets voor volwassenen, blijkt in de praktijk. Ik heb zelf mijn Twitter account zo ingericht dat wat ik op Twitter zet, dat dat automatisch op mijn Facebook account komt. Dus “ook nog Twitter” is niet aan de orde. Het verwijst allemaal naar elkaar, als je dat wilt. Je kunt van social media gebruik één vorm van communiceren maken, die alle media bestrijkt.

Ik vind zelf Twitter echt iets voor personen. En niet echt iets voor organisaties. Dit is niet helemaal waar, maar zoek zelf maar: in de non profit sector kom je weinig organisaties, maar vooral veel personen tegen die een groot bereik hebben met hun Twitter berichten.

Twitter houdt in dat je berichten van maximaal 140 tekens op je account zet. Als je eraan begint zorg er dan voor dat je met regelmaat berichten twittert. Je krijgt vanzelf mensen die je gaan volgen, zeker als je zelf ook anderen gaat volgen.  Bij twitter gaat het niet in de eerste plaats om plaatjes, maar om tekst. Die tekst kan ook een verwijzing zijn naar je website, een bladzijde op je website, of naar een foto of filmpje van een gebeurtenis in je kerk, verenging of bij je thuis. Dat laatste –thuis- zou ik nooit doen, overigens.

De kracht van Twitter is bijvoorbeeld bewezen in het Midden Oosten waar protestbewegingen ontstonden omdat mensen via Twitter hun idealen en plannen deelden, ook zonder elkaar vooraf te kennen. Ook instellingen in de Openbare Orde en nieuwsredacties volgen twitter als belangrijke bron van informatie.

Twitter is tekst. Twitter is “nu”. Meer dan Facebook, waarop berichten veel langer op blijven staan, is Twitter een moment opname. Het komt en het gaat. Twitter is dus geschikt ook voor gebruik in de communicatie tijdens een bepaalde gebeurtenis, zoals een kerkdienst. Ook personen en groepen die niet fysiek aanwezig zijn, kunnen op dat moment mee communiceren. Anderzijds heb ik ook goede ervaring met een kerkdienst waarin Facebook het toegevoegde medium is. In een dienst die simultaan in Utrecht en in Accra-Ghana gehouden werd, bleek Facebook geschikt, alleen al omdat voor en na de dienst de contacten via Facebook doorgingen. Ook maanden later blijkt er via Facebook nog medeleven en communicatie te zien, die gestart is in die dienst. Bij twitter zul je dat minder snel zien.

Bijzonder bij het gebruik van twitter is nog het gebruik van hashtags. Hashtags zijn woorden met een hekje (#) ervoor. Zo’n gemerkt woord kan iedereen in een tweet opnemen die over datzelfde onderwerp of over diezelfde gebeurtenis wil communiceren. In november is er een landelijke dag voor kerken en social media, en daarvoor is nu al #kerk2012 de hashtag. Met dat woord kun je op twitter eenvoudig alle berichten terugvinden die daarover gaan.

Hyves?

Hyves is ook een interessant social medium. Maar ik zou het niet als eerste aanbevelen. Hyves is uitsluitend Nederlands. Het is een soort facebook voor nederlandse tieners. Het wordt immers vooral door jonge tieners gebruikt. Als je dus als kerk of vereniging specifiek met jonge tieners wilt communiceren, dan kun je goed terecht op hyves. Beter vaak dan met email of sms. Maar hyves is  nogal doelgroep-specifiek.

Let even op Pinterest
Pinterest is één van de nieuwste loten aan de social media boom. Pinterest is een soort foto plakboek. Je zet er herinneringen, foto’s, interessante platjes en artikelen op. Zeer visueel gericht. Gericht op inspiratie doorgeven, en het delen van inkijkjes in wat je aan het doen bent.  Ook bij interest is het weer vooral interessant om het te laten verwijzen naar je website. Websites krijgen meer bezoek van een pin op Pinterest dan van een tweet. Pinterest toont foto’s. Dat is leuk om te zien voor anderen. Een leuke foto wordt al snel ge-repinned. Als je aan je foto een fragment van een tekst of website zet, dan gaan mensen dat graag lezen, en delen met anderen. Of Pinterest een blijvend medium is, moet nog blijken. Maar dat geldt voor de andere media ook.

Niet vergeten: Google + en LinkedIn

Zelf vind ik Google+ het interessantste en makkelijkste social medium van dit moment. Maar het heeft één groot nadeel: er zijn te weinig gebruikers, in verhouding tot Facebook en Twitter. Dus ik beveel een beginner niet aan om in Google+ te stappen. Dat geldt ook voor Linkedin, maar om een andere reden. Linkedin is eenvoudig in te richten. Maar het is voorla gericht op professioneel gebruik. Het is geschikt om zakelijke contacten te leggen, je netwerk uit te breiden of om werk te zoeken of vacatures te  plaatsen. Het is minder sociaal, en meer op de zakelijke kant toegespitst. Interessant zeker voor de gevorderde. Maar een beginnende kerk of vereniging of vrijwilliger of predikant beveel ik het niet bij voorbaat aan. Misschien zit je al wel op Linkedin. Dan moet je daar natuurlijk vooral mee doorgaan. Mijn voorstel zou dan zijn om ook op twitter te gaan en je tweets op je linkedin account te laten verschijnen.

De moed kwijt?

Raak de moed vooral niet kwijt. Je hoeft het hele internet niet te veroveren. Je begint gewoon en probeert op een prettige en positieve manier wat aanhang op te bouwen. Wees daarbij vooral positief: tel je zegeningen, tweet ze één voor één. Volg ook anderen. De goede ideeën en successen en mislukkingen van anderen zijn erg goed om zelf van te leren. Stuur berichten van anderen ook door.

Bedenk vooraf wel of je hier plezier in kunt gaan krijgen. Want alle tijd erin steken, om dan na een paar maanden geen berichten meer te maken of bij te houden, dat is jammer van je tijd. Besteed aandacht aan opmerkingen over jouw site, of over je Facebook pagina. Want die interactie is de manier om een netwerk op te bouwen! Aan de techniek, aan de strategieën en vooral aan de interactie besteden we aandacht op 3 november: kerk2012.

“God weet wat er wordt verborgen in die zwakke en diepliggende ogen. Een vurige menigte van stomme engelen, die liefde geven en niets terug krijgen.” Dat zingt Birdy in haar top 40- song. Ze zingt het met gevoelige uithalen: People help the people. Het is een simpel liedje van dertien in een dozijn. En toch. Toch blijft de melodie hangen. En: het is weer zo’n song met spirituele lading. Birdy zingt over redding. Over eenzaamheid. Over God die weet. Over engelen, als metafoor voor goedbedoelende mensen. En over mensen die helpen. Het zijn stuk voor stuk spirituele categorieën. Omdat God weet: “God weet wat er wordt verborgen in de zwakke en dronken harten. Ik denk dat de eenzaamheid komt aankloppen. Niemand hoeft alleen te zijn, oh red me. Mensen helpen mensen.” Ik vind het niet raar om hierbij aan Handelingen 15:8 te denken: “God, die weet wat er in de mensen omgaat, heeft blijk gegeven van zijn vertrouwen in de heidenen door hun de heilige Geest te schenken”. Vind ik dit niet raar? Ja vind ik dit wel raar. Want het is raar in deze tijd dat iemand aan een bijbeltekst denkt bij een top 40 liedje. Dat krijg je in een tijd dat bijbelkennis verdwenen. Maar als ik Birdy beluister vermoed ik de Heilige Geest die via Youtube spirituele waarden in de harten van mensen blaast. God weet immers? Birdy zingt het zelf! Mensen helpen mensen.