Post Tagged ‘geloof’

Kerken moeten missionair zijn, vinden veel kerken en instanties. Daar is wel wat voor te zeggen, maar het is lang niet zo geweest. Op dit moment wordt er van kerken verwacht dat ze doen aan contact, PR, uitstraling, communicatie met de buitenwereld. Prima zaak natuurlijk. Want zonder dat is het al gauw wat duf en stoffig. Maar het is lang anders geweest.

Zendingsgenootschappen en zendingsordes hebben het grote zendingswerk gedaan. Wereldwijd. En in Utrecht bijvoorbeeld had je in de vorige eeuw de Stadszending. Dat was een uitgebreid netwerk van evangelisten, inloophuizen, activiteiten voor contact over geloof. Dat gebeurde allemaal buiten de kerk. Heel bewust. Het doel van de stadszending was om niet-christenen én de kerken tot geloof te brengen. Op een gegeven moment werd de financiering en de structuur van de Stadzending wat wankel. Maar men heeft zich tot het uiterste verzet tegen opname in de kerkelijke structuur. Men wist dat het missioniaire elan zou verschrompelen als men onderdeel van de kerk zou worden. En zo is het gegaan. In het voortreffelijke “80 jaar stadszending te Utrecht” van G.Siebert en J.Zeilstra wordt hierover verteld.

Moeten kerken nu missionair zijn? Er zit een vreemde knoop in die gedachte, immers, hoe kun je missionair zijn en tegelijk zelf al je structuur en aanpak klaar hebben liggen? Hebben de mensen die je bereikt daar dan zelf geen stem in? Paulus deed dat beslist anders. Hij scrheef een brief aan de mensen in Rome. in die brief vroeg hij niet of zij even missionair wilden gaan doen. Nee, hij vroeg of ze hem wilden steunen om door te reizen naar Spanje. Hij vertelde, waar hij maar kwam, over geloof. De gemeenten die daaruit ontstonden vonden zelf uit in welke structuur en aanpak ze verder gingen.

Die oude tijden herleven met Social Media. Eén van de effecten van oprukkend Social Media gebruik is dat vaste structuren en centrale leiding onderuit gaan. Ervoor in de plaats komt een diffuus soort lidmaatschap, dat meer een netwerk karakter heeft, dan een vaste organisatie. Klanten, leveranciers, leidingegevenden, passanten en meewerkers staan communicatief op hetzelfde niveau. Als je als kerk werkelijk social media integreert dan vindt missionair werk plaats door wie dat maar oppakt, maar niet door de organisatie of het instituut. Want persoonlijke stijl, authenticiteit, doorzichtigheid van aanpak, en helderheid van boodschap en bedoelingen  kenmerken de communicatie via Social Media. Het instituut doet een stap terug. De gedrevenheid van personen doet een staop naar voren. Kerken kunnen zo haarden van missionair verzet zijn tegen secularisatie zijn, maar geen missionaire instituten als zodanig.

Welkom Facebook, voor een nieuw hoofdstuk in de zendingsgeschiedenis.

image

Op 3 november komt er een landelijke dag voor kerken, over Social Media. In Utrecht. Deels in het hoofdkantoor van de PKN. Én  in het gebouw van een plaatselijke wijkkerk. Want Social Media is overal én lokaal, voor iedereen te volgen én persoonlijk, een communicatiemiddel én een pastoraal medium.

Een landelijke dag dus over Social Media. Werktitel: Kerk 2012, Social Media, missionaire buitenkans of drukte om niets.

Voor wie? We hebben meerdere routes.

Voor beginners zijn er workshops over wat je als persoon of kerk wilt, kunt en kiest. Je wordt echt geholpen bij het maken van een keuze, en je gaat met een werkend account de dag uit, in contact met een enthousiaste jongere, die je -via een sociaal medium- helpdesk zal zijn.

Verder zijn er speciale workshops voor voorgangers en predikanten, voor gemeenteadviseurs, voor  jongerenwerkers, voor regionale groepen, voor websiteredacties van kerken of parochies of gemeenten.

Ook voor gevorderden is er een route. Keuze uit workshops waarin doorgedacht wordt over gevolgen voor de structuur van je kerk, voor de inhoud van je boodschap, voor vormen van vieren.

Er is uitwisseling en informatie. De nadruk ligt op de missionaire kant van Social Media. Het is dé manier om nieuwe groepen te bereiken, met flexibele en bewegende mensen mee te bewegen, en om community op te bouwen.

Heb je ideeën?

Heb je vragen?

Reageer!

Stuur dit door.

Laat je horen?

Wil je meedoen?

Heb je vragen?

Post it!

Tweet it!

Pin it!

Want dat is Social Media: niet meer één afgesloten groep die alles bepaalt, maar openheid en transparantie en continu feedback.

Doe je mee aan kerk 2012?

Sociaal Evangelie

Geplaatst: 3 april 2012 in Uncategorized
Tags:, , ,

De beweging is al lang gaande: het grote verhaal is weg, steeds meer mensen leven met hun image

eigen waarheid. Verenigingen en instituten verliezen aanhang. Want identiteit knutselt ieder zelf in elkaar.
In die beweging komen de sociaal media op en winnen in hoog tempo aantallen gebruikers, en daarmee ook invloed.
ook
Ook kerken doen er goed aan social media als communicatie middel in te zetten. Als je wilt zijn waar de mensen zijn, dan zul je wel moeten.
Zonder gevolgen voor de kerk zelf is het gebruik echter niet. Hoe succesvoller een kerk social media inzet, hoe sterker de invloed zal zijn. Social media ondersteunen het contact met mensen in de genoemde beweging: het legt contact met de religieuze doe-het-zelvers en faciliteert hun inbreng in de koers van de kerk.
Dit geeft op den duur versterkende gevolgen. Het succesvol gebruik van social media dwingt kerken om open en meegaand te zijn op een persoonlijk niveau. Alleen een op de persoon gericht leiderschap, met een authentiek, doorleefd geloof dat dicht bij de identiteit van de kerk als gemeenschap staat, zal in start zijn om als intermediair te fungeren tussen een functionerende geloofsgemeenschap en de knutselende individuen. Tegelijk ligt daar ook de kans voor kerken. Namelijk om ingang te zijn in de geatomiseerde wereld voor de ene Heer, die met velen een eigen band opbouwt.
Een verdien model is hier lastig in aan te geven. Een kerk model met in hoofdzaak academisch geschoolde beroepskrachten lijkt met dit alles moeilijk te combineren. Netwerk verbanden, persoonlijke contacten, en incidentele massabijeenkomsten, en nadruk op gratis gebruik zijn voorlopig moeilijk te rijmen met een stabiele, dure religieuze organisatie.

Klik hier voor de film over Kanaleneiland

Of probeer het via deze link: http://sargasso.nl/archief/2012/03/23/film-de-perken-te-buiten/

Over wonen op Kanaleneiland is al heel wat afgeschreven, -vergaderd en -besloten. Dit filmpje brengt het allemaal haarscherp in beeld. De mensen, de regenten, het welzijnswerk. Duidelijk wordt dat een levende, actieve “civil society” de meest gemiste schakel is in het hele verhaal. Er zijn genoeg goedwillende individuen. Er zijn capabele politici. Er zijn welzijnsinstellingen bij de vleet. Maar waar zijn de locale kerken, moskeeën, verenigingen die samen staan voor hun buurt?

Voor mij is dit filmpje het zoveelste bewijs dat op de buurt gerichte samenwerking tussen kerken en moskeeën goed is. De religieuze waarheidsvraag vind ik erg interessant. Multiculturele problemen zie ik ook. Maar als je je bekommert om mensen is samenwerking het enige dat gedaan moet worden. Juist door locale verbanden, als een kerk en een moskee en een vereniging.

Een gebouw waarin een of meer kerken en een moskee gevestigd zijn. Dat zou een interessant begin zijn.

Een middelbare scholiere moet een werkstuk maken voor het vak Godsdienst. Ze moet iets doen over protestantisme. Ze vindt mijn naam via internet en vraagt of ze wat vragen mag stellen. Altijd goed, natuurlijk! Ik ken haar verder niet, dus wat moet je schrijven? Dus nu is mijn vraag aan mijn lezers: wat vind jij van deze vragen en antwoorden? Kan dit beter? Hoe zou jij dit doen?

Hieronder de letterlijke tekst.

“Oké, dit zijn mijn vragen:

1. Wat zijn de drie basiselementen van het protestantisme?

Zijn het er drie? Ik zie de volgende:

–       Als je wilt weten wie God is, dan ontdek je dat compleet door te doen en te geloven zoals Jezus dat doet. Hij is de weg de waarheid en het leven. De bijbel geeft over Hem een compleet beeld, en met je geloof en gebed en manier van leven maak je daar wat van.

–       Ieder mens is voor God gelijk, en Hij houdt van alle mensen evenveel. Zelfs als je denkt dat je een loser bent, geeft God je zijn kracht en liefde. En als je denkt dat je de baas bent over anderen, dan zal Hij je een toontje lager laten zingen, op zo’n manier dat je dat beslist merkt.

–       God heeft een plan met deze wereld. De wereld mag best wel mooier worden dan die nu is, vind je niet? God is bezig met een betere wereld. Hij heeft jou daarbij nodig. En andersom: mensen hebben God (en dus Jezus) erbij nodig en zonder Hem gaat dat echt niet lukken (anders was dat toch allang gebeurd?).   

2. Wat zijn de knelpunten in de huidige tijd van het protestantisme?

Ik vind het vooral heel erg, dat er zoveel mensen zijn die pijn hebben, ziek zijn, lijden onder onrecht en gebrek. We komen in onze wijk veel mensen tegen die geen paspoort hebben. Ze bestaan dus niet, volgens de regering. Maar ze zijn wel ziek en hebben trek en willen werken. Daar doen we als kerk iets aan, maar het is nooit genoeg. Dat is een knelpunt, en dat wordt alleen maar erger.

3. Waarom wilde u dominee worden?

Omdat God dat wilde.

4. Wat spreekt u in de bijbel het meeste aan?

In de bijbel lees ik hoe mensen met God leven, op een ontroerende manier. Ik las laats iets, dat ik opeens zo ontzettend mooi vond, dat ik er de rillingen van kreeg. Dat ging dan over Jezus die zijn leven geeft voor de mensen, gewoon uit liefde. Dan denk ik: wow wat is dat mooi! Het is radicaal. Het is intens goed. Het geeft me spirit en energie!

5. Hoe zorgt u ervoor dat u de mensen aanspreekt?

Ik wil vooral naar anderen luisteren, en met hen bekijken waar God bezig is met hen. Want daar wordt iedereen beter van, en de wereld ook. Vaak zijn mensen hoop kwijt. Ze leven dan op de automatische piloot en willen vooral geen moeilijke vragen stellen. Dan eten ze te veel of roken en zuipen. Ik denk dat je dan niet gelukkig bent, ook al weet je dan niet waarom. Ik wil met mensen zoeken naar een levensstijl die goed is voor jezelf, en die ook iets goeds betekent voor anderen. God helpt daar bij.

6. Bent u tegen andere religies dan het protestantisme

Ik heb een diep respect voor ieder mens. Ik heb de mensen toch niet gemaakt? Dat heeft God gedaan. Dus Hij zal ook wel de verschillende geloven hebben gegeven. En hun geloof vind ik dan ook prima. Ik wil iedereen helpen om zo te geloven dat ie er zelf en dat de anderen om hem of haar heen er allemaal een beetje gelukkiger van worden. Maar voor mij kan dat niet zonder Jezus.  

7. Wat voor gevoel krijgt u wanneer u een kerkdienst geeft?

Ik krijg een soort rust en energie tegelijk. Ontzettend leuk dat er zoveel mensen zijn die zomaar hun tijd en aandacht geven om samen met elkaar en met God een goed uur te hebben.

8. Heeft u het gevoel dat u een speciale band met God heeft?

Nee, niet speciaal. Dat zou trouwens ook niet erg protestants zijn, om dat te vinden J

Ik denk dat er mensen zijn die een veel specialere band met God hebben. Daarom luister ik ook zo graag naar andere mensen, en naar wat zij vertellen over wat ze met God meemaken. Daar leer ik altijd enorm veel van.  Superinteressant.

9. Wat voor gevoel krijgt u wanneer u een kerkdienst geeft?

Zie vraag 7!

 

Leuke vragen! Sterkte en veel plezier met je school, en maak er wat moois van!

Hartelijke groeten.

 

Afbeelding

Hij is in rouw, want zijn moeder is net overleden. Toen ze in het hospice lag is er iets bijzonders gebeurd: “Ik was bij haar. Ze kon niet meer praten. Maar aan haar ogen zag ik dat ze alles nog meemaakte. Toen heb ik met haar gebeden. Ik geloof helemaal niet meer. Maar ik was daar en heb een gebed met haar uitgesproken. Dat doet je toch wel wat. Ik zal het nooit vergeten.” En dus? “Het is gebeurd. Ik verteld dat verder aan niemand. Want wat moet je ermee? Ze zien me al aankomen! Nee.”

Er is een soort angst om te geloven. Het mag niet. Het is negatief in de ogen van de buitenwereld. En dus laat je het maar. Ik kom dat geregeld tegen.

Zij heeft een strakke baan, met een strakke auto en ik denk ook een strak salaris. Hoog opgeleid. Denkt goed over de dingen na. “Op mijn werk kun je alleen over investeren en bezuinigen praten. Daar zijn we heel goed in. Ik denk niet dat ik nog meetel als ik zou vertellen dat ik met iets van geloof bezig ben. Bovendien weet ik dat ook helemaal niet zeker. Want wat weet je nou feitelijk over God? Maar als je goed over het leven nadenkt, dan geef ik je wel gelijk, dan zijn er van die teksten in de bijbel die een diepe waarheid bevatten.”

Een echtpaar krijgt een babietje en is verwonderd, verbaasd, dankbaar. Ontroerend, zo’n klein schepseltje. “Ik heb wel zachtjes “dank u wel” gezegd, toen ze zo gaaf en mooi ter wereld kwam. En ik denk aan die vele kinderen die in gebrekkige omstandigheden ter wereld komen. Wij voelen ons bevoorrecht. Je zou haast in een God gaan geloven. Maar, in mijn familie zouden ze daar wel heel raar van staan te kijken, denk je niet?”  

Geloven mag niet. Er rust een maatschappelijk taboe op. Iedereen moet strak binnen de lijnen blijven. Je moet in onze samenleving keurig in het gelid lopen, anders slinken je kansen, knakt je carrière of krijg je het sociaal moeilijk. En op dit oment is geloof geen factor van sociaal succes. Ondertussen projecteren mensen hun deze dwang en kleinering op de kerk. De maatschappelijke druk tegen geloof, wordt neergelegd bij de kerk. De kerk wordt dan gewantrouwd omdat die dwingend, achterhaald, niet-authentiek zou zijn. De kerk is een bedreiging, omdat het geloof dat er vrij en open beleefd en beleden wordt, de vinger legt op de zere plek: onze westerse cultuur lijkt vrij, maar is dwingender, beperkender en minder authentiek dan ooit. 

Het is moeilijk om door die angst heen te komen. Het enige tegengif dat ik bedenken kan, is om als kerk ieder die bang is de sleutel te geven: ga je gang, wees welkom, dit huis is jouw huis. Wij geloven hier in Christus, dat weet je. Daar nemen we ook geen millimeter van terug. Maar neem een taak of verantwoordelijkheid op je, neem de leiding over een groep of activiteit, en zeg, doe, denk, geloof wat je wilt. En laten we daarna eens verder praten.

Het is makkelijk gezegd, “een kerk moet missionair zijn”. In de praktijk betekent het niet minder dan wat er staat in Filippenzen: “laat onder jullie de gezindheid heersen die Christus Jezus had. Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf.”

De tijd van uniforme, machtige kerken is voorbij in West Europa. Hier en daar zijn er nog wel die er op lijken. Maar pluriformiteit is een kenmerk van het leven van mensen in deze tijd. Zeker in een stad. Het is geen probleem van kerken alleen. Inherent aan individualisme en een nadruk op persoonlijke authenticiteit is pluriformiteit. Als kerk bewust aan pluriformiteit werken is een vorm van het serieus nemen van de authentieke geloofsbeleving van mensen van nu. Maar hoe doe je dat als kerk? Hoe werk je aan pluriformiteit?

Ik stel de paradox voor als model. Kan het zinnig zijn om als kerk of gemeente paradoxaal te willen zijn? Het is een verdienste van de postmoderniteit dat een organisatie niet meer gedomineerd hoeft te worden door één idee, of één eensluidende belijdenis. Pluriformiteit kan dan nog iets passiefs hebben: verschillen worden getolereerd. Maar paradoxaal kerk-zijn houdt mijns inziens in dat bewust verschillen worden gezocht en bij elkaar geplaatst. Zowel in de inrichting van de vieringen, als in groepswerk en pastoraat, houdt de paradox de spanning en daarmee het religieus gesprek en daarmee de actualiteit in het kerkelijke spel.

In een stad is dit so wie so een basisgegeven: pluriformiteit is één van de definities die een stad tot stad maakt.[i] Een kerk in een stad hoeft daar uiteraard niet aan mee te doen. Er zijn kerken in de stad die bewust kiezen voor uniformiteit. Mijn stelling is echter: een kerk die haar roeping serieus neemt en mensen wil dienen in onze/hun/de toekomst met God door Jezus Christus, zal bewust pluriformiteit als gegeven hanteren, en wel door als paradoxale kerk bij, door en voor de mensen uit de directe omgeving te zijn.

Paradoxaal kerk-zijn houdt niet in dat alles dan maar moet kunnen. Want natuurlijk mag een kerk ook de pretentie hebben ‘hoeder’ van traditie te zijn. Maar het is oppassen daarmee. Want helaas blijkt deze rol in de praktijk vaak eerder te zijn dat gewoontes en nestgeur angstvallig bewaakt worden, dan dat de ‘hoeder’ blijmoedig en vertrouwend voortbouwt aan de traditie. Traditie is nooit een eindpunt, maar altijd een tussentijd, gegeven om op verder te gaan. Wie met de God van Israël leeft, blijft nooit op het zelfde punt. Zoals een kudde met een herder ook op weg blijft. Of een volk in de woestijn. Of een adelaar in de lucht. Ik vind daarom dat het begrip “identiteit” zowel een leeg midden mag omvatten[ii], maar misschien nog wel meer dat het paradoxale spanning in zich heeft. Dit is een complex onderwerp, waar ik hier niet dieper op inga. Maar praktisch gezien doet een kerk er goed aan om in haar besef van identiteit zowel de kooi als de weidse heide(nen) op te nemen, zowel haar belijden, als ook alles wat met dat belijden in samenklank en tegenstem kan bestaan. Dus laat een kerk vooral kiezen voor het centraal stellen van Bijbel vanuit een degelijke en onderbouwde christelijke Godsleer, én daarbij ruimte bieden aan allen die in deze tijd religieus zeggen te zijn, of areligieus. Juist in die spanning ontstaat geloof dat leeft omdat het tegenspraak oproept en biedt.

Het is ook de realiteit van veel gezinnen: één of enkelen geloven, vaak zonder het eens te zijn met elkaar. Een religieuze groep moet dat niet tot probleem maar tot kracht als uitgangspunt nemen.

De samenkomst of kerk of gemeenschap of groep sluit bij dat gegeven aan. Paradoxaal kerk-zijn houdt in dat bijvoorbeeld een viering een vast, maar open patroon vertoont, met een minimum én een paradox als identiteit. Dus: vieren volgens een vaste en doordachte opvolging van elementen en stemmingen, met een doordachte plek voor Bijbel en Godsleer, maar met bewust ruimte voor verschillende groepen in en rond en buiten de gemeente, en met altijd een paradoxaal element. Dat laatste kan zijn dat er gebruik wordt gemaakt van verschillende stijlen liederen, maar ook dat de ene zondagmorgendienst een geheel andere benadering kiest dan de andere zondagmorgendienst. Identiteit immers is niet eenvormig maar in een globaliserende en door conflict bedreigde wereld per definitie pluriform[iii]. Paradoxaal is het bijvoorbeeld door in een viering zowel wezenlijk Christocentrisch te zijn, als ook ruimte te geven aan meer breed-spirituele uitingen van individuele leden. Niet vooraf en rationeel moet identiteit vastgelegd zijn in “hoe we de dingen hier nu eenmaal doen”, maar identiteit kan juist een open begrip zijn dat ontstaat via experiment, ontmoeting en betrokkenheid op de inhoud.

Paradoxaal kerk zijn houdt dan per definitie ook een grote nadruk op pastoraat in. Zonder ontmoeting waarin plaats is voor zorg voor de ander en de vraag “en God dan?”, zakt een open identiteit weg in vormloosheid, of in de machtgreep van enkelen of een verleden. Nadruk op pastoraat dus, op nieuwe vormen van pastoraat, op de ondersteuning van hen die pastoraat doen, in combinatie met een groter openheid naar veelvormige groepen en vormen van vieren. Dit betekent niet dat alles op zondagmorgen anders moet, wel dat er meer ruimte komt voor groepen en personen, die vanuit hun religieuze praktijk inbreng hebben in het vieren van het geheel van de gemeente.

Dit kan ondersteund worden door de bestaande groepen consequent ook meer te laten “vieren”. Niet alleen de zondagmorgen is liturgische tijd, maar ook gespreksgroepen of actiegroepen of werkgroepen kunnen vierend samenkomen. Liturgie dan in de zin van een min of meer gestructureerde vorm van niet door de ratio bestuurde aandacht met symbolische en verwijzende elementen, gericht op het concreet en deelbaar maken van religieus besef en religieuze realiteit.

Paradoxaliteit houdt tot slot in dat meer groepen ontstaan in en rond een kerk. In die groepen hebben religie, christendom, in veelvoud en veelvormigheid plaats. Het groepsaanbod is tot op heden vooral gericht op gesprek en leren en gebed. Maar waarom zouden er niet bewuster meer groepen komen op het gebied van vieren en dienen en inkeer en expressie? Recente ontwikkelingen laten groepen zien die terugkeren naar de monnikstradities. Eeuwenoude liturgische vormen worden opgepakt, afgestoft hertaald en hergebruikt. Dit wordt gecombineerd met een op eenvoud, en milieubehoud gerichte levensstijl.[iv] Een avond over vasten blijkt bij een jongere generatie goed aan te spreken. Ook zijn er veelvouden aan migrantenkerken of –ministries. Ieder met eigen stijlen van vieren en handelen. Churchplant is gaande, ook in Utrecht. In Engeland is er ervaring met Fresh Expressions, waarbij kunstenaars en creativiteit worden ingezet bij vieringen op onverwachte plaatsen, vanuit de Engelse kerk! In Amerika zijn de megakerken als Willow Creek en Saddleback bezig zich door te ontwikkelen naar Multi-site-kerken. Kerken dus, met meerdere plekken, die ieder een eigen stijl en aanpak hebben. Ook vanuit Amerika zijn concepten als Deepchurch en Organic Church in ontwikkeling. Via internet is het eenvoudig om met theorieën, maar ook met groepen en individuele deelnemers van dit soort vernieuwingen contact te onderhouden. Kunnen ze ons helpen, als kerk in de stad? De PGU zou er goed aan doen om beleidsmatig bewust aan sociale networks deel te nemen rond die onderwerpen. Ik sta daar positief en vol vertrouwen in, en pleit ervoor dat we doelbewust in die lijn nieuwe (en soms dus opgerakelde oeroude) vormen van vieren introduceren voor kleinere groepen.

De mogelijkheden om via sociale netwerken op internet met geïnteresseerden in contact te komen en/of te blijven zijn zeker niet onuitputtelijk, maar even zeker nog grotendeels onontgonnen door kerken. Het is dé communicatievorm bij uitstek die past bij paradoxale religieuze groepen. Je ziet dat ook: religie leeft op het web, ook zonder de kerken. Facebook en Hyves vragen naar je religieuze identiteit[v]. Via Twitter zijn er de meest interessante groepen te vinden op het gebied van de ontwikkeling van theologie, kerk en liturgie[vi]. Volgens sommigen is Twitter spiritueel[vii]. Er was een aantal Linkedin-diensten in Amsterdam. elders waren Twitter-diensten. Lokaal was er recent een Facebook dienst. Interessante ontwikkelingen, die nog verdere ontwikkeling nodig hebben. Uitnodigingen voor gespreksgroepen verspreiden zich prima via Facebook of Hyves. De vele sociale netwerken zijn voor de actieve gebruiker uitstekend aan elkaar te koppelen, waardoor met een minimum aan inspanning een maximum aan contact te bereiken is. En niet alleen contact. Ook moet het mogelijk zijn om via die netwerken invloed uit te oefenen op aanbod en vormgeving van groepen en vieringen in een kerk. Mensen moeten in staat zijn om via de netwerken invloed uit te oefenen op hoe een kerk zich ontwikkelt. Op het aanbod. Dat kan heel concreet bij de voorbereiding van diensten. Maar ook tussen twee avonden in. Een gespreksonderwerp kan circuleren en voorzien worden van commentaar voordat het ‘live’ ter sprake komt. Er zijn genoeg mensen in de wijkgemeente te vinden met hart voor de kerk en de deskundigheid om netwerksites als deze te beheren. Mijn concrete voorstel is om hier een pastoraal ambtsdrager voor te zoeken. Want het gaat hier of het moet hier in wezen gaan om een pastorale inzet. Het communicatiemiddel is redelijk nieuw als middel, maar als kerk doen we al eeuwen aan religieuze communicatie. En kerkelijke communicatie moet gelegenheid geven aan ontmoeting waarin de vraag “en God dan?” gesteld kan worden. Consequentie van dt alles is dat bestaande vormen van lidmaatschap en betrokkenheid op de helling gaan. Niet-leden zijn door social media evenzeer aanwezig in een kerk al leden. En niet-leden hebben dan dus evenzeer toegang tot de kerkelijke beslissingen als leden. En wat is lidmaatschap feitelijk, als ik in mijn kaartenbak kijk? Ik zie 3500 leden, waarvan er zo’n 500 aanspreekbaar zijn op hun lidmaatschap. Daarnaast zijn er misschien zo’n 50 medewerkenden en bezoekers van gespreksgroepen, en van diensten, die niet lid zijn. Betrokkenhed telt meer dan formele stroomlijning, in een paradoxale kerk.


[i]  (Kamp 2003) p.230 definieert de stad als gekenmerkt door massaliteit, mobiliteit en complexiteit, en heterogeniteit. Op het onderscheid tussen heterogeniteit en pluriformiteit als termen en kenmerken ga ik hier niet in.

[ii] Zoals doordacht en wijs voorgesteld door (Witvliet 2003)

[iii] Het gaat misschien te ver om hierbij te verwijzen naar het werk van de duitse filosoof Peter Sloterdijk. Niettemin vind ik zijn kritische observaties over de betekenis van de globalisering voor de monotheïstische godsdiensten steekhoudend met het oog op de veranderde voorwaarden voor vrede. (Sloterdijk 2003)

[iv]  (Gibbs 2005) behandelt één element van deze ontwikkeling, namelijk die van de Emerging Churches. Deze term omvat een veelvoud aan kerkachtige initiatieven in de westerse wereld.

[v] Meld je maar aan op http://www.facebook.com en vul je profiel in. En ga eens naar “Pniel Utrecht” of via mijn account naar “Triumfator Utrecht”

[vi] De Twitteraar “@liturgy”meldt: “De belangstelling voor liturgie en spiritualiteit op twitter groeit. Meer dan 18,000 mensen volgen @liturgie, en maken mijn twitter profiel nummer zes van de meest gevolgde Kiwitwitters! … Twitter is ideaal om een deel van de liturgie, een bijbel citaat, of een positieve verstandige tekst door te geven, naast ook het verspreiden van handige koppelingen naar websites, gebeurtenissen en programma’s.”

[vii] De Twitteraar “@Liturgy” meldt: “25 redenen waarom Twitter een vorm van spiritualiteit is”. Daaruit enkele: “1.) Twitter daagt uit om aandacht te besteden aan wat wij doen, om wakker en zeer alert te blijven. 2.) Twitter vraagt ons om ons te richten op dit moment, en te beseffen wat we zijn op dit moment. 3.) Twitter biedt mogelijkheden in de hele wereld met anderen verbinding maken zodat we beseffen hoe we zelf en de wereld zijn gekoppeld in steeds groter wordende verbanden. […] 24.) Twitter leert ons, net als koans, mantras en korte gebeden, dat de beknoptheid een pad van rijke zegen kan zijn.”

Soms ga ik uit vissen op de zee van berichten. Vandaag vond ik dit in mijn net:

http://www.missionalchallenge.com/2011/02/12-thoughts-for-church-planters-how-not.html?m=0

Hierin staan inzichten die te denken geve, ook vor de situatie van kerken in Utrecht.

“Recently, I asked Pen Cook (Paradox) to consider how he was going to prevent the acquiring of a building for their church plant from consuming all the energy, resources, activity, and focus of his new church. He became quite animated as we discussed this concern. He recognized how easily having a building of their own could result in “every single night or day I could do something at the church.”
As his coach, I felt that it was critical for Pen to consider how they would address the situation before they found a building for their own use. I hope you’ll consider how these might influence you in your  church planting context:

12 Practical Ways to Keep a
Church Building from Consuming a Church Plant

1. Be absolutely clear on what your church is about!      Know God’s mission. Align with that mission! The mission is to make disciples who make disciples. Talk about it often. Do it well. Keep the main thing the main thing. Evaluate everything you do by how it helps you to fulfill the mission of Jesus.
2. Fight against Consumer Christianity and for Missional Christianity.      Be anti-consumer. Consider how your church ministries and programs are catering to the needs, wants and desires of Christians. Stop doing that! Instead, equip everyone to engage those in the culture around with the gospel together in community.
3. Use the building less frequently by being “the church” in local neighborhoods.      It is so easy when you lease or purchase a building to move all activity that previously happened throughout your mission field in homes and public spaces to now take place in the “church building.” This often hinders mission by extracting believers away from contact with unbelievers.
4. Let groups and organizations in your community use your building – for free!      The church has been blessed to be a blessing. Allowing people and groups to benefit from using your building will increase good will and may open opportunities to partner together. Creatively explore ways to offer your building to others.
5. Watch carefully that your financial resources are not consumed by building expenses.      Like owning a home, once you acquire a space to meet there is a tendency to spend more and more on furnishing, decorating and improving the space: sound equipment, lighting, video projectors and screens, chairs, etc. It all adds up! And it’s quite easy to borrow money to accomplish all of this – restricting budget dollars for years to come.
6. Use language that prevents the building from becoming known as the church.      According to the New Testament, the “church” is the missionary people of God – not a physical structure or building. Reserve “church” to describe God’s people and refer to the building as the campus, meeting place, or other culturally appropriate term.
7. Create a multi-use feel to the space so that no one identifies it for exclusive groups or purposes.      Expand your building’s functionality. It’s natural to “brand” your space and quickly identify the space as only suitable for certain spiritual activities. This often results in a building that is unused most of the week. That’s not good stewardship. Be intentional about designing a multi-purpose building that is utilized for various gatherings and functions.
8. Teach everyone that the Church is the “people of God” and the building is a tool.      Make this a frequent topic of teaching from sermons to membership classes, from small groups to newsletters, and any other opportunities. We are the Church; the building is not the church. (I Peter 2:9, 10)
9. Be the visible presence of Christ’s Church in your community.      Look for ways for your church to serve others in your community. Seeks ways to meet genuine needs in each neighborhood. Visibly demonstrate and declare the gospel in tangible ways all over your town or city.
10. Sponsor community events in your building.      Use the building for the good of others! Whether it’s opening your doors to host a community concert, seminar or benefit OR offering Celebrate Recovery, Alpha courses, or other outreach focused activities. Open the doors. Invite others to come in often – and not just to come on Sundays to worship with believers.
11. Don’t use the building for Bible studies, small groups, or missional communities.      Keep your “church” gathering in off-campus locations. Don’t assume that because you have a building – everything needs to happen in the building. (That’s stupid!) Keep the church gathering in neighborhoods (homes and public places) that are easily accessible to neighbors, friends and co-workers.
12. Don’t make everything about the “Sunday Show.”      It’s common to emphasize the Sunday worship gathering of believers as the primary activity of your church. However, this is only one way that the Church fulfills its mission. (And although it’s really important – it’s not the most important thing that Christians do). Believers will worship God for eternity; we don’t get to make disciples who make disciples eternally. Overemphasizing what happens when we worship in the “church building” can hinder the commitment of church members to live a life of worship and witness all week long.
Which of these twelve practical ways resonates with you?”

Geknipt en geplakt uit: http://m.relevantmagazine.com/god/deeper-walk/blog/28423-the-forgotten-half-of-fasting

“In the family that is spiritual disciplines, fasting plays the role of quirky second cousin. Unlike its more consistent counterparts—prayer, worship, Scripture reading, church participation and so forth—fasting has a way of showing up sporadically, and then often it arrives obnoxiously, dressed like a fad diet. The other disciplines have their obvious functions and significance: they focus our attention on God, they help us commune with Him, they imprint His story in our hearts, they unite us with other believers. But what does fasting do, anyway?

Fasting belongs—if we’ve missed seeing this, it’s because we’ve seen only half of what the discipline is. There’s the obvious part, which is the denying of self and the giving-up of things. This is fasting from, as in, “What are you fasting from for Lent this year?” But the second half of fasting is where the meaning happens. This is fasting to—it’s a purpose, an opportunity. “To” is a space reserved so God can use and fill it, and the miracle of fasting is that He does. In the process, He transforms our simple discipline into something not only spiritual but deeply desirable too.

How can you experience this? Try these simple tips for fasting to something this Lenten season:

To Meet Your Weakness: A basic principle of the Gospel is that we are made righteous only by Christ’s righteousness and strong only in Christ’s strength. Fasting provides a tangible picture of this reality. Abstain from a regular part of your life for a while, and you’ll likely feel meager and inept in no time. Let this be a reminder of your need for God and a celebration of His total availability to you.

To Give Away: Some friends of mine once spent a month cleaning out their cupboards by giving up food purchases. Wherever possible, they cooked meals using pantry items they had on hand. At the end of the month, they calculated the difference in their grocery budget and donated that amount, a couple hundred dollars, to a local food kitchen. The process kept them aware of how self-focused they could be, and it converted that focus into something selfless—a great thing to fast to.

To Strain Culture from Faith: The big problem with our culture is that it’s ours: the one so pervasive and subtle and obvious around us that we often participate in it without noticing the ramifications. For instance, have you settled for cyber church in place of belonging to an actual, local body of believing people? Do you give too much weight to what fans and followers might think of you? Are your most meaningful conversations limited to 140 characters or less? You’d probably find out if you spent a few weeks away from mindless Internet surfing, Facebook or Twitter.

To Connect with Community: You’re just one part of the body of Christ, reliant on the rest of the members to accomplish or become anything meaningful. But do you believe that? If you have a habit of emphasizing independence or tend to go rogue, it’s a valuable practice to tie yourself to others by participating in something shared. Fasting gives this opportunity especially during Lent, when Christians the world over practice fasting together. It’s a valuable thing, being linked with them.

To Let God Surprise You: A few years ago, during a time of spiritual bitterness, I was allured by Bible references that say God is sweet like honey (Psalm 119:103, among others). I didn’t know how to believe them, but since honey is food, I figured fasting might give me a decent shot. So for six months I cut out sweets, with zero ideas about what if anything might result. Half a year later, God had begun showing me the depth of my sinfulness—not at all what I would’ve expected, but it made His love and grace newly captivating—sweet like honey. Could God have taught me that without the fast? Absolutely. Would I have been paying attention enough to taste the sweetness so distinctly? Likely not.

To Better Focus Time: Most fasts involve an elimination of sorts: pausing an activity, changing a habit, temporarily getting rid of something in your life. So most fasts also free up a few spare hours in the week, and there are plenty of ways to reallocate the time: a little more solitude, a little more prayer, a little more sleep. Read a novel. Organize your closet. Host a dinner. Make some art. Go outside and stay there for a while. Study a less-familiar book of the Bible. Call your folks.

To Learn Liturgy: There are ebbs and flows in every walk of faith, and we learn different ways of relating to God in different seasons. The traditional Church calendar highlights particular rhythms of faith each year on a regular schedule. Lent, for instance, is set aside as a time for being mindful of Christ’s death and remembering the deadness of our sin. Fasting during Lent is a physical expression of this: We carry in our bodies a palpable reminder of our need for redemption.

To Break the Fast: A family I know kicks off Easter by eating all the foods they’ve been fasting from over Lent. For the kids, the promise of that decadence is a primary motivator for going 40 days without candy, for instance, or soda or pizza. They know their parents will encourage them, one day out of the year, to have a plate full of junk food when they wake up. This underlines a central part of fasting: the break-fast. Difficulties to be found in the discipline are lit always by a celebration that is to come. Denying ourselves something helps us better appreciate that in Christ we have already been given everything.

Lisa Velthouse”