Post Tagged ‘irrationeel’

Afbeelding

Hij is in rouw, want zijn moeder is net overleden. Toen ze in het hospice lag is er iets bijzonders gebeurd: “Ik was bij haar. Ze kon niet meer praten. Maar aan haar ogen zag ik dat ze alles nog meemaakte. Toen heb ik met haar gebeden. Ik geloof helemaal niet meer. Maar ik was daar en heb een gebed met haar uitgesproken. Dat doet je toch wel wat. Ik zal het nooit vergeten.” En dus? “Het is gebeurd. Ik verteld dat verder aan niemand. Want wat moet je ermee? Ze zien me al aankomen! Nee.”

Er is een soort angst om te geloven. Het mag niet. Het is negatief in de ogen van de buitenwereld. En dus laat je het maar. Ik kom dat geregeld tegen.

Zij heeft een strakke baan, met een strakke auto en ik denk ook een strak salaris. Hoog opgeleid. Denkt goed over de dingen na. “Op mijn werk kun je alleen over investeren en bezuinigen praten. Daar zijn we heel goed in. Ik denk niet dat ik nog meetel als ik zou vertellen dat ik met iets van geloof bezig ben. Bovendien weet ik dat ook helemaal niet zeker. Want wat weet je nou feitelijk over God? Maar als je goed over het leven nadenkt, dan geef ik je wel gelijk, dan zijn er van die teksten in de bijbel die een diepe waarheid bevatten.”

Een echtpaar krijgt een babietje en is verwonderd, verbaasd, dankbaar. Ontroerend, zo’n klein schepseltje. “Ik heb wel zachtjes “dank u wel” gezegd, toen ze zo gaaf en mooi ter wereld kwam. En ik denk aan die vele kinderen die in gebrekkige omstandigheden ter wereld komen. Wij voelen ons bevoorrecht. Je zou haast in een God gaan geloven. Maar, in mijn familie zouden ze daar wel heel raar van staan te kijken, denk je niet?”  

Geloven mag niet. Er rust een maatschappelijk taboe op. Iedereen moet strak binnen de lijnen blijven. Je moet in onze samenleving keurig in het gelid lopen, anders slinken je kansen, knakt je carrière of krijg je het sociaal moeilijk. En op dit oment is geloof geen factor van sociaal succes. Ondertussen projecteren mensen hun deze dwang en kleinering op de kerk. De maatschappelijke druk tegen geloof, wordt neergelegd bij de kerk. De kerk wordt dan gewantrouwd omdat die dwingend, achterhaald, niet-authentiek zou zijn. De kerk is een bedreiging, omdat het geloof dat er vrij en open beleefd en beleden wordt, de vinger legt op de zere plek: onze westerse cultuur lijkt vrij, maar is dwingender, beperkender en minder authentiek dan ooit. 

Het is moeilijk om door die angst heen te komen. Het enige tegengif dat ik bedenken kan, is om als kerk ieder die bang is de sleutel te geven: ga je gang, wees welkom, dit huis is jouw huis. Wij geloven hier in Christus, dat weet je. Daar nemen we ook geen millimeter van terug. Maar neem een taak of verantwoordelijkheid op je, neem de leiding over een groep of activiteit, en zeg, doe, denk, geloof wat je wilt. En laten we daarna eens verder praten.

Het is makkelijk gezegd, “een kerk moet missionair zijn”. In de praktijk betekent het niet minder dan wat er staat in Filippenzen: “laat onder jullie de gezindheid heersen die Christus Jezus had. Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf.”