Post Tagged ‘kerk’

De tijd van uniforme, machtige kerken is voorbij in West Europa. Hier en daar zijn er nog wel die er op lijken. Maar pluriformiteit is een kenmerk van het leven van mensen in deze tijd. Zeker in een stad. Het is geen probleem van kerken alleen. Inherent aan individualisme en een nadruk op persoonlijke authenticiteit is pluriformiteit. Als kerk bewust aan pluriformiteit werken is een vorm van het serieus nemen van de authentieke geloofsbeleving van mensen van nu. Maar hoe doe je dat als kerk? Hoe werk je aan pluriformiteit?

Ik stel de paradox voor als model. Kan het zinnig zijn om als kerk of gemeente paradoxaal te willen zijn? Het is een verdienste van de postmoderniteit dat een organisatie niet meer gedomineerd hoeft te worden door één idee, of één eensluidende belijdenis. Pluriformiteit kan dan nog iets passiefs hebben: verschillen worden getolereerd. Maar paradoxaal kerk-zijn houdt mijns inziens in dat bewust verschillen worden gezocht en bij elkaar geplaatst. Zowel in de inrichting van de vieringen, als in groepswerk en pastoraat, houdt de paradox de spanning en daarmee het religieus gesprek en daarmee de actualiteit in het kerkelijke spel.

In een stad is dit so wie so een basisgegeven: pluriformiteit is één van de definities die een stad tot stad maakt.[i] Een kerk in een stad hoeft daar uiteraard niet aan mee te doen. Er zijn kerken in de stad die bewust kiezen voor uniformiteit. Mijn stelling is echter: een kerk die haar roeping serieus neemt en mensen wil dienen in onze/hun/de toekomst met God door Jezus Christus, zal bewust pluriformiteit als gegeven hanteren, en wel door als paradoxale kerk bij, door en voor de mensen uit de directe omgeving te zijn.

Paradoxaal kerk-zijn houdt niet in dat alles dan maar moet kunnen. Want natuurlijk mag een kerk ook de pretentie hebben ‘hoeder’ van traditie te zijn. Maar het is oppassen daarmee. Want helaas blijkt deze rol in de praktijk vaak eerder te zijn dat gewoontes en nestgeur angstvallig bewaakt worden, dan dat de ‘hoeder’ blijmoedig en vertrouwend voortbouwt aan de traditie. Traditie is nooit een eindpunt, maar altijd een tussentijd, gegeven om op verder te gaan. Wie met de God van Israël leeft, blijft nooit op het zelfde punt. Zoals een kudde met een herder ook op weg blijft. Of een volk in de woestijn. Of een adelaar in de lucht. Ik vind daarom dat het begrip “identiteit” zowel een leeg midden mag omvatten[ii], maar misschien nog wel meer dat het paradoxale spanning in zich heeft. Dit is een complex onderwerp, waar ik hier niet dieper op inga. Maar praktisch gezien doet een kerk er goed aan om in haar besef van identiteit zowel de kooi als de weidse heide(nen) op te nemen, zowel haar belijden, als ook alles wat met dat belijden in samenklank en tegenstem kan bestaan. Dus laat een kerk vooral kiezen voor het centraal stellen van Bijbel vanuit een degelijke en onderbouwde christelijke Godsleer, én daarbij ruimte bieden aan allen die in deze tijd religieus zeggen te zijn, of areligieus. Juist in die spanning ontstaat geloof dat leeft omdat het tegenspraak oproept en biedt.

Het is ook de realiteit van veel gezinnen: één of enkelen geloven, vaak zonder het eens te zijn met elkaar. Een religieuze groep moet dat niet tot probleem maar tot kracht als uitgangspunt nemen.

De samenkomst of kerk of gemeenschap of groep sluit bij dat gegeven aan. Paradoxaal kerk-zijn houdt in dat bijvoorbeeld een viering een vast, maar open patroon vertoont, met een minimum én een paradox als identiteit. Dus: vieren volgens een vaste en doordachte opvolging van elementen en stemmingen, met een doordachte plek voor Bijbel en Godsleer, maar met bewust ruimte voor verschillende groepen in en rond en buiten de gemeente, en met altijd een paradoxaal element. Dat laatste kan zijn dat er gebruik wordt gemaakt van verschillende stijlen liederen, maar ook dat de ene zondagmorgendienst een geheel andere benadering kiest dan de andere zondagmorgendienst. Identiteit immers is niet eenvormig maar in een globaliserende en door conflict bedreigde wereld per definitie pluriform[iii]. Paradoxaal is het bijvoorbeeld door in een viering zowel wezenlijk Christocentrisch te zijn, als ook ruimte te geven aan meer breed-spirituele uitingen van individuele leden. Niet vooraf en rationeel moet identiteit vastgelegd zijn in “hoe we de dingen hier nu eenmaal doen”, maar identiteit kan juist een open begrip zijn dat ontstaat via experiment, ontmoeting en betrokkenheid op de inhoud.

Paradoxaal kerk zijn houdt dan per definitie ook een grote nadruk op pastoraat in. Zonder ontmoeting waarin plaats is voor zorg voor de ander en de vraag “en God dan?”, zakt een open identiteit weg in vormloosheid, of in de machtgreep van enkelen of een verleden. Nadruk op pastoraat dus, op nieuwe vormen van pastoraat, op de ondersteuning van hen die pastoraat doen, in combinatie met een groter openheid naar veelvormige groepen en vormen van vieren. Dit betekent niet dat alles op zondagmorgen anders moet, wel dat er meer ruimte komt voor groepen en personen, die vanuit hun religieuze praktijk inbreng hebben in het vieren van het geheel van de gemeente.

Dit kan ondersteund worden door de bestaande groepen consequent ook meer te laten “vieren”. Niet alleen de zondagmorgen is liturgische tijd, maar ook gespreksgroepen of actiegroepen of werkgroepen kunnen vierend samenkomen. Liturgie dan in de zin van een min of meer gestructureerde vorm van niet door de ratio bestuurde aandacht met symbolische en verwijzende elementen, gericht op het concreet en deelbaar maken van religieus besef en religieuze realiteit.

Paradoxaliteit houdt tot slot in dat meer groepen ontstaan in en rond een kerk. In die groepen hebben religie, christendom, in veelvoud en veelvormigheid plaats. Het groepsaanbod is tot op heden vooral gericht op gesprek en leren en gebed. Maar waarom zouden er niet bewuster meer groepen komen op het gebied van vieren en dienen en inkeer en expressie? Recente ontwikkelingen laten groepen zien die terugkeren naar de monnikstradities. Eeuwenoude liturgische vormen worden opgepakt, afgestoft hertaald en hergebruikt. Dit wordt gecombineerd met een op eenvoud, en milieubehoud gerichte levensstijl.[iv] Een avond over vasten blijkt bij een jongere generatie goed aan te spreken. Ook zijn er veelvouden aan migrantenkerken of –ministries. Ieder met eigen stijlen van vieren en handelen. Churchplant is gaande, ook in Utrecht. In Engeland is er ervaring met Fresh Expressions, waarbij kunstenaars en creativiteit worden ingezet bij vieringen op onverwachte plaatsen, vanuit de Engelse kerk! In Amerika zijn de megakerken als Willow Creek en Saddleback bezig zich door te ontwikkelen naar Multi-site-kerken. Kerken dus, met meerdere plekken, die ieder een eigen stijl en aanpak hebben. Ook vanuit Amerika zijn concepten als Deepchurch en Organic Church in ontwikkeling. Via internet is het eenvoudig om met theorieën, maar ook met groepen en individuele deelnemers van dit soort vernieuwingen contact te onderhouden. Kunnen ze ons helpen, als kerk in de stad? De PGU zou er goed aan doen om beleidsmatig bewust aan sociale networks deel te nemen rond die onderwerpen. Ik sta daar positief en vol vertrouwen in, en pleit ervoor dat we doelbewust in die lijn nieuwe (en soms dus opgerakelde oeroude) vormen van vieren introduceren voor kleinere groepen.

De mogelijkheden om via sociale netwerken op internet met geïnteresseerden in contact te komen en/of te blijven zijn zeker niet onuitputtelijk, maar even zeker nog grotendeels onontgonnen door kerken. Het is dé communicatievorm bij uitstek die past bij paradoxale religieuze groepen. Je ziet dat ook: religie leeft op het web, ook zonder de kerken. Facebook en Hyves vragen naar je religieuze identiteit[v]. Via Twitter zijn er de meest interessante groepen te vinden op het gebied van de ontwikkeling van theologie, kerk en liturgie[vi]. Volgens sommigen is Twitter spiritueel[vii]. Er was een aantal Linkedin-diensten in Amsterdam. elders waren Twitter-diensten. Lokaal was er recent een Facebook dienst. Interessante ontwikkelingen, die nog verdere ontwikkeling nodig hebben. Uitnodigingen voor gespreksgroepen verspreiden zich prima via Facebook of Hyves. De vele sociale netwerken zijn voor de actieve gebruiker uitstekend aan elkaar te koppelen, waardoor met een minimum aan inspanning een maximum aan contact te bereiken is. En niet alleen contact. Ook moet het mogelijk zijn om via die netwerken invloed uit te oefenen op aanbod en vormgeving van groepen en vieringen in een kerk. Mensen moeten in staat zijn om via de netwerken invloed uit te oefenen op hoe een kerk zich ontwikkelt. Op het aanbod. Dat kan heel concreet bij de voorbereiding van diensten. Maar ook tussen twee avonden in. Een gespreksonderwerp kan circuleren en voorzien worden van commentaar voordat het ‘live’ ter sprake komt. Er zijn genoeg mensen in de wijkgemeente te vinden met hart voor de kerk en de deskundigheid om netwerksites als deze te beheren. Mijn concrete voorstel is om hier een pastoraal ambtsdrager voor te zoeken. Want het gaat hier of het moet hier in wezen gaan om een pastorale inzet. Het communicatiemiddel is redelijk nieuw als middel, maar als kerk doen we al eeuwen aan religieuze communicatie. En kerkelijke communicatie moet gelegenheid geven aan ontmoeting waarin de vraag “en God dan?” gesteld kan worden. Consequentie van dt alles is dat bestaande vormen van lidmaatschap en betrokkenheid op de helling gaan. Niet-leden zijn door social media evenzeer aanwezig in een kerk al leden. En niet-leden hebben dan dus evenzeer toegang tot de kerkelijke beslissingen als leden. En wat is lidmaatschap feitelijk, als ik in mijn kaartenbak kijk? Ik zie 3500 leden, waarvan er zo’n 500 aanspreekbaar zijn op hun lidmaatschap. Daarnaast zijn er misschien zo’n 50 medewerkenden en bezoekers van gespreksgroepen, en van diensten, die niet lid zijn. Betrokkenhed telt meer dan formele stroomlijning, in een paradoxale kerk.


[i]  (Kamp 2003) p.230 definieert de stad als gekenmerkt door massaliteit, mobiliteit en complexiteit, en heterogeniteit. Op het onderscheid tussen heterogeniteit en pluriformiteit als termen en kenmerken ga ik hier niet in.

[ii] Zoals doordacht en wijs voorgesteld door (Witvliet 2003)

[iii] Het gaat misschien te ver om hierbij te verwijzen naar het werk van de duitse filosoof Peter Sloterdijk. Niettemin vind ik zijn kritische observaties over de betekenis van de globalisering voor de monotheïstische godsdiensten steekhoudend met het oog op de veranderde voorwaarden voor vrede. (Sloterdijk 2003)

[iv]  (Gibbs 2005) behandelt één element van deze ontwikkeling, namelijk die van de Emerging Churches. Deze term omvat een veelvoud aan kerkachtige initiatieven in de westerse wereld.

[v] Meld je maar aan op http://www.facebook.com en vul je profiel in. En ga eens naar “Pniel Utrecht” of via mijn account naar “Triumfator Utrecht”

[vi] De Twitteraar “@liturgy”meldt: “De belangstelling voor liturgie en spiritualiteit op twitter groeit. Meer dan 18,000 mensen volgen @liturgie, en maken mijn twitter profiel nummer zes van de meest gevolgde Kiwitwitters! … Twitter is ideaal om een deel van de liturgie, een bijbel citaat, of een positieve verstandige tekst door te geven, naast ook het verspreiden van handige koppelingen naar websites, gebeurtenissen en programma’s.”

[vii] De Twitteraar “@Liturgy” meldt: “25 redenen waarom Twitter een vorm van spiritualiteit is”. Daaruit enkele: “1.) Twitter daagt uit om aandacht te besteden aan wat wij doen, om wakker en zeer alert te blijven. 2.) Twitter vraagt ons om ons te richten op dit moment, en te beseffen wat we zijn op dit moment. 3.) Twitter biedt mogelijkheden in de hele wereld met anderen verbinding maken zodat we beseffen hoe we zelf en de wereld zijn gekoppeld in steeds groter wordende verbanden. […] 24.) Twitter leert ons, net als koans, mantras en korte gebeden, dat de beknoptheid een pad van rijke zegen kan zijn.”

Soms ga ik uit vissen op de zee van berichten. Vandaag vond ik dit in mijn net:

http://www.missionalchallenge.com/2011/02/12-thoughts-for-church-planters-how-not.html?m=0

Hierin staan inzichten die te denken geve, ook vor de situatie van kerken in Utrecht.

“Recently, I asked Pen Cook (Paradox) to consider how he was going to prevent the acquiring of a building for their church plant from consuming all the energy, resources, activity, and focus of his new church. He became quite animated as we discussed this concern. He recognized how easily having a building of their own could result in “every single night or day I could do something at the church.”
As his coach, I felt that it was critical for Pen to consider how they would address the situation before they found a building for their own use. I hope you’ll consider how these might influence you in your  church planting context:

12 Practical Ways to Keep a
Church Building from Consuming a Church Plant

1. Be absolutely clear on what your church is about!      Know God’s mission. Align with that mission! The mission is to make disciples who make disciples. Talk about it often. Do it well. Keep the main thing the main thing. Evaluate everything you do by how it helps you to fulfill the mission of Jesus.
2. Fight against Consumer Christianity and for Missional Christianity.      Be anti-consumer. Consider how your church ministries and programs are catering to the needs, wants and desires of Christians. Stop doing that! Instead, equip everyone to engage those in the culture around with the gospel together in community.
3. Use the building less frequently by being “the church” in local neighborhoods.      It is so easy when you lease or purchase a building to move all activity that previously happened throughout your mission field in homes and public spaces to now take place in the “church building.” This often hinders mission by extracting believers away from contact with unbelievers.
4. Let groups and organizations in your community use your building – for free!      The church has been blessed to be a blessing. Allowing people and groups to benefit from using your building will increase good will and may open opportunities to partner together. Creatively explore ways to offer your building to others.
5. Watch carefully that your financial resources are not consumed by building expenses.      Like owning a home, once you acquire a space to meet there is a tendency to spend more and more on furnishing, decorating and improving the space: sound equipment, lighting, video projectors and screens, chairs, etc. It all adds up! And it’s quite easy to borrow money to accomplish all of this – restricting budget dollars for years to come.
6. Use language that prevents the building from becoming known as the church.      According to the New Testament, the “church” is the missionary people of God – not a physical structure or building. Reserve “church” to describe God’s people and refer to the building as the campus, meeting place, or other culturally appropriate term.
7. Create a multi-use feel to the space so that no one identifies it for exclusive groups or purposes.      Expand your building’s functionality. It’s natural to “brand” your space and quickly identify the space as only suitable for certain spiritual activities. This often results in a building that is unused most of the week. That’s not good stewardship. Be intentional about designing a multi-purpose building that is utilized for various gatherings and functions.
8. Teach everyone that the Church is the “people of God” and the building is a tool.      Make this a frequent topic of teaching from sermons to membership classes, from small groups to newsletters, and any other opportunities. We are the Church; the building is not the church. (I Peter 2:9, 10)
9. Be the visible presence of Christ’s Church in your community.      Look for ways for your church to serve others in your community. Seeks ways to meet genuine needs in each neighborhood. Visibly demonstrate and declare the gospel in tangible ways all over your town or city.
10. Sponsor community events in your building.      Use the building for the good of others! Whether it’s opening your doors to host a community concert, seminar or benefit OR offering Celebrate Recovery, Alpha courses, or other outreach focused activities. Open the doors. Invite others to come in often – and not just to come on Sundays to worship with believers.
11. Don’t use the building for Bible studies, small groups, or missional communities.      Keep your “church” gathering in off-campus locations. Don’t assume that because you have a building – everything needs to happen in the building. (That’s stupid!) Keep the church gathering in neighborhoods (homes and public places) that are easily accessible to neighbors, friends and co-workers.
12. Don’t make everything about the “Sunday Show.”      It’s common to emphasize the Sunday worship gathering of believers as the primary activity of your church. However, this is only one way that the Church fulfills its mission. (And although it’s really important – it’s not the most important thing that Christians do). Believers will worship God for eternity; we don’t get to make disciples who make disciples eternally. Overemphasizing what happens when we worship in the “church building” can hinder the commitment of church members to live a life of worship and witness all week long.
Which of these twelve practical ways resonates with you?”

“Allemaal van harte welkom in mijn nieuwe huis. Ik houd een housewarming. Fijn als je komt.” Nog niet iedere lamp hangt en nog niet elke schroef is in de muur. Maar je woont op het nieuwe adres. Jouw adres. Het voelt goed. Heerlijk! Iedereen moet dat komen zien. Dan weten ze gelijk de weg, de volgende keer. En de nieuwe buren kun je dan ook gelijk leren kennen. Een house warminig!
In de kerk is belijdenis doen zo’n house warming. Je hebt allerlei geloof-stukjes meegekregen. En echt nog niet alle stukjes hebben precies hun definitieve plek. Maar je geloof is bewoonbaar. Het heeft een plek in je leven. Het voelt goed. Het wordt dan tijd om het te vieren. Vrienden, familie, de gemeente-buren/leden, allemaal zijn ze welkom om dit te vieren. Je zit niet tijdelijk ergens. Maar je bent te vinden op dit adres, je gelooft, op jouw manier.
In de bijbel is het Pinksterfeest zo’n housewarming. Mensen die Jezus hadden gekend zitten hij elkaar in een huis. Tot op een moment dat ze begrijpen dat dit het is. Dit “wij hebben Jezus gekend” is hun geloof. Ze krijgen het warm van die ontdekking: vuur op hun hoofden.
Ze gooien de deuren van het huis open, en nodigen iedereen uit om het met hen te vieren. Want zo gaat dat met vuur: als je het deelt wordt het meer. Zo gaat het ook met geloof: als je het deelt, wordt het meer. En zo gaat het met een huis: als je iedereen uitnodigt in je huis, wordt het meer jouw huis.
Dat is belijdenis doen.
In de Pniëlkerk doen mensen op 27 mei, Pinksterfeest, belijdenis. Welkom op hun house warming. Of heb jij ook wat te vieren? Laat maar van je horen.
Aan een house warming doe ik altijd mee!