Post Tagged ‘missionair’

kerk als netwerk500 deelnemers gaven zich op voor het landelijk missionair festival in Utrecht. Knap georganiseerd! De deelnemers zoeken hun weg in een stortvloed aan interessante workshops. De powerpoint die ik gebruik vind je hier: CONCREET & HAALBAAR Het wordt werken, werkvormen, interactie en creativiteit in drie kwartier. Is dit nou missionair? Het is zenden én ontvangen. Van verkondigen naar netwerken. Enkele gemeentes zijn gevraagd om deze aanpak te testen en erop te reageren. Zij doen mee in de workshops en laten hun reactie horen in de presentatie. Zo wordt het een mix van kritische noten, praktische tips, hoopgevende ideeën, en realistische checks. Op weg naar een social-media-vaardige kerk.

Advertenties

Op zaterdag 3 november is de landelijke dag voor Social Media en kerken: de missionaire (on)mogelijkheden van Social Media. De deelnemers aan die dag kunnen kiezen uit meerdere “routes”: voor de sceptische beginner is er veel te vinden, maar ook voor de gevorderde gebruiker en ieder daar tussenin. Voor de diverse niveau’s is er praktische informatie, ontmoeitng met technici, met mensen van je eigen niveau, en nieuwe toepassingen over gebruik en strategische aanpak.  

Maar Kerk2012 is er zeker ook voor beginners. Daarover gaat deze blog. Als je beginner bent, en je wilt heel misschien wat met Social Media, waar begin je dan? Lees eens door, en laat me weten of je hiermee verder komt.

Het logo van 3 november: kom je ook?Social Media zijn veel in het nieuws. De namen komen voorbij in kranten, op TV en op internet: Twitter, Facebook, Myspace, Hyves enzovoorts. Is dat iets voor professionals en freaks? Of kan een eenvoudige kerk of verenging er ook wat mee? Dit artikel gaat daarover: je bent betrokken bij een non profit organisaties als een kerk. Of een vereniging. Wat kun je dan met Social Media bereiken? En waar begin je?

Zelf ben ik sinds een paar jaar gebruiker van Social Media. Als predikant van een gemeente in Utrecht heb ik het leren kennen. Het kost in het begin veel tijd. Maar het levert mij zoveel op, dat het me tijd bespaart. Hoe dat kan, en hoe je als vrijwilliger of predikant of internetenthousiasteling met social media start, leg ik je graag uit.

Wat kun je ermee bereiken?

Social media kun je goed inzetten bij de opbouw van een gemeenschap, bij het communiceren van je missie, en bij het betrekken van geïnteresseerden bij je werk. In de praktijk betekent dat voor mij dat ik contact houd met mensen die ik ken maar die ik niet vaak zie. Als part time predikant in twee stedelijke kerken ontmoet ik veel mensen op verschillende plekken. Het werkt voor mij goed om van hen te horen wat er in hun persoonlijke of werkzame leven gebeurt. Maar hoe vaak kom je elkaar tegen? En hoeveel bezoeken kan ik afleggen? Social Media ondersteunen het contact met honderden mensen die ik ken. Als we elkaar dan weer “live” tegen komen, dan kan ik er als pastor op aansluiten. Of ik neem tussentijds contact op. In een dorp zul je hier misschien niet veel behoefte aan hebben, omdat de gemeenschap van zichzelf al hecht is. In een stad maken social media van de wereld een dorp. Maar het werkt ook andersom. Via social media kan ik mensen laten delen in mijn werkzaamheden. Mijn privé leven zet ik er nooit op. Maar wat ik als predikant doe, daarin laat ik ieder die geïnteresseerd is graag delen. Het is voor velen schimmig wat een predikant feitelijk doet. Veel mensen denken dat je op zondag wat staat te preken, en dat dat het wel zo’n beetje is. Door op social media te delen waar ik mee bezig ben, vergroot ik kennis van wat er in een kerk speelt, betrokkenheid en bereidheid om mee te doen. Ik kan via social media ook mensen op elkaars pad brengen. Mensen leren elkaar kennen via social media, en kunnen dat live verder uitbouwen. Dat is bijvoorbeeld effectief bij de samenstelling van commissies of werkgroepen. Ook laat ik mensen soms meedenken over een dienst die ik aan het voorbereiden ben, of over een jaarthema of bepaalde activiteit. De input die dan komt is eigenlijk altijd erg goed, en vergroot ook de betrokkenheid.

Ik heb meegemaakt dat een pop concert in de wijkkerk –altijd lastig om te communiceren- 100 mensen trok, puur en alleen door bekendmaking ervan via social media door twee gemeenteleden. Want de één die het interessant vindt, deelt het met anderen van wie hij of zij denkt dat het interessant is, en al snel bereikt je bericht veel mensen wereldwijd.

Dat “wereldwijd” zet ik er express bij. Niet om social media belangrijker te maken dan het is. Maar social media hebben geen geografische grens. De voertaal kan beperkend werken. Maar in geen geval zijn er grenzen naar denominatie, lidmaatschap van kerk of vereniging, woonplaats, regio en dergelijke. Iedereen kan meelezen, tenzij je bewust bepaalde berichten afschermt.

Iemand stelde eens: een bericht op social media moet je zien als een billboard langs de snelweg. Dat vind ik herkenbaar. Beangstigend voor de één misschien? Maar als je weet wat je wilt, en wat je te bieden hebt, dan is dat toch een fantastische kans, dat je een billboard langs de snelweg tot je beschikking hebt! Zorg alleen voor een afslag en een goed parkeerterrein waar je te vinden bent, en je kunt je bereik enorm vergroten.

Wat is nodig?

Wat je nodig hebt is een computer en een internetverbinding. Een telefoon met internetverbinding is erg handig, maar niet noodzakelijk.

Wat je ook nodig hebt is een positieve instelling. Want met een negatieve of klagerige mentaliteit stoot je alleen maar mensen af. Tenzij je een protestbeweging wilt starten.
Tot slot heb je tijd nodig voor gewoon één op één contact met mensen. Want social media zijn zoals de naam als zegt sociaal. Het gaat niet om Hyves of Facebook op zich. Het gaat ook niet om een snelle internetverbinding. Het gaat bij non-profit-gebruik uiteindelijk om het gebruik van de techniek in combinatie met het ontmoeten van mensen.

Waar begin je?

Begin met een eigen website. Die heb je misschien al. Of je kerk of vereniging heeft die al. Mijn tip: doe het met WordPress. Dat is niet een vereiste. Maar via wordpress.com kun je je website op een ideale manier combineren met het gebruik van social media. Je hoeft geen kennis te hebben van computertalen. Je kunt met wat proberen gratis een prima interactieve en dynamische website maken.

Vervolgens zorg je ervoor dat die website te vinden is via Google.  Dat doe je onder andere door je berichten te voorzien van steekwoorden, “tags”.

En probeer geregeld iets nieuws op je website te zetten. Dat zorgt ervoor dat mensen terug komen op je site. Vertel wat er lukt. Laat horen hoeveel geld je binnen hebt gekregen. Zet eens een vrijwilliger in het zonnetje. Bedenk een thema waarover je af en toe een bericht schrijft. Er zijn voorbeelden van predikanten die elke week een uittreksel van hun preek plaatsen. Dat is een methode. Een andere gemeente heeft per dag een thema, variërend van een cartoon, tot een popsong of een diaconaal bericht. Je doet waar je als persoon, kerk of vereniging goed in bent. Wat kun je aan? Het gaat niet om veel tekst. Liever niet! Liever weinig tekst (300 woorden per bericht) en een plaatje. Denk visueel. Dan is je website de plek waar vanuit je met social media gaat werken.

En dus naar Facebook?
Facebook is bekend. Bijna een miljard mensen maakt er gebruik van. Zij zijn naar www.facebook.com gegaan en hebben hun gegevens ingetypt. Veel aanmelders hebben het daarbij gelaten. Maar de meeste aanmelders doen meer.  Want inderdaad is Facebook een interessant social medium, juist ook voor kerken en verenigingen. Van de social media die er momenteel zijn, zou ik deze al eerste aanbevelen.

Een account maken op Facebook is eenvoudig. Zorg vooraf dat je wat foto’s op je computer hebt, die je op je Facebook account plaatst. Zonder foto’s werkt het niet. En bedenk vooraf goed hoe je jezelf presenteert. Ga je als persoon op Facebook je organisatie vertegenwoordigen? Of zet je de organisatie voorop? De beslissing daarover neem je op grond van de praktijk. Een kerk die een team van meerdere mensen heeft, die het account gaan bijhouden, kan zich goed als kerk aanmelden. Alle leden van het Facebook team kunnen bijvoorbeeld zonder onderscheid des persoons berichten plaatsen. Maar een vereniging met één persoon die het hele internet gebeuren “doet”, zou ik aanbevelen om het persoonlijk te houden. Die ene persoon kan zichzelf bekend maken als het gezicht van de vereniging, ook op de naam van de vereniging, maar met zijn of haar eigen foto en naam erbij.

Facebook is goed geschikt om je berichten op je website te delen. Je kunt eenvoudig een link van je website naar je Facebook-account maken. En andersom. Degenen die zich aanmelden op jouw account krijgen dan vanzelf de nieuwe inhoud van je website te zien. En misschien geven ze het door aan anderen. Kijk, en dan wordt het interessant. Of, ook interessant, ze geven commentaar en tips. Daar kun je altijd je voordeel mee doen!

Ook nog Twitter?
Zelf vind ik Twitter een erg prettig social medium. Maar je moet er mee om, weten te gaan. Tieners doen er niet veel mee. Het is iets voor volwassenen, blijkt in de praktijk. Ik heb zelf mijn Twitter account zo ingericht dat wat ik op Twitter zet, dat dat automatisch op mijn Facebook account komt. Dus “ook nog Twitter” is niet aan de orde. Het verwijst allemaal naar elkaar, als je dat wilt. Je kunt van social media gebruik één vorm van communiceren maken, die alle media bestrijkt.

Ik vind zelf Twitter echt iets voor personen. En niet echt iets voor organisaties. Dit is niet helemaal waar, maar zoek zelf maar: in de non profit sector kom je weinig organisaties, maar vooral veel personen tegen die een groot bereik hebben met hun Twitter berichten.

Twitter houdt in dat je berichten van maximaal 140 tekens op je account zet. Als je eraan begint zorg er dan voor dat je met regelmaat berichten twittert. Je krijgt vanzelf mensen die je gaan volgen, zeker als je zelf ook anderen gaat volgen.  Bij twitter gaat het niet in de eerste plaats om plaatjes, maar om tekst. Die tekst kan ook een verwijzing zijn naar je website, een bladzijde op je website, of naar een foto of filmpje van een gebeurtenis in je kerk, verenging of bij je thuis. Dat laatste –thuis- zou ik nooit doen, overigens.

De kracht van Twitter is bijvoorbeeld bewezen in het Midden Oosten waar protestbewegingen ontstonden omdat mensen via Twitter hun idealen en plannen deelden, ook zonder elkaar vooraf te kennen. Ook instellingen in de Openbare Orde en nieuwsredacties volgen twitter als belangrijke bron van informatie.

Twitter is tekst. Twitter is “nu”. Meer dan Facebook, waarop berichten veel langer op blijven staan, is Twitter een moment opname. Het komt en het gaat. Twitter is dus geschikt ook voor gebruik in de communicatie tijdens een bepaalde gebeurtenis, zoals een kerkdienst. Ook personen en groepen die niet fysiek aanwezig zijn, kunnen op dat moment mee communiceren. Anderzijds heb ik ook goede ervaring met een kerkdienst waarin Facebook het toegevoegde medium is. In een dienst die simultaan in Utrecht en in Accra-Ghana gehouden werd, bleek Facebook geschikt, alleen al omdat voor en na de dienst de contacten via Facebook doorgingen. Ook maanden later blijkt er via Facebook nog medeleven en communicatie te zien, die gestart is in die dienst. Bij twitter zul je dat minder snel zien.

Bijzonder bij het gebruik van twitter is nog het gebruik van hashtags. Hashtags zijn woorden met een hekje (#) ervoor. Zo’n gemerkt woord kan iedereen in een tweet opnemen die over datzelfde onderwerp of over diezelfde gebeurtenis wil communiceren. In november is er een landelijke dag voor kerken en social media, en daarvoor is nu al #kerk2012 de hashtag. Met dat woord kun je op twitter eenvoudig alle berichten terugvinden die daarover gaan.

Hyves?

Hyves is ook een interessant social medium. Maar ik zou het niet als eerste aanbevelen. Hyves is uitsluitend Nederlands. Het is een soort facebook voor nederlandse tieners. Het wordt immers vooral door jonge tieners gebruikt. Als je dus als kerk of vereniging specifiek met jonge tieners wilt communiceren, dan kun je goed terecht op hyves. Beter vaak dan met email of sms. Maar hyves is  nogal doelgroep-specifiek.

Let even op Pinterest
Pinterest is één van de nieuwste loten aan de social media boom. Pinterest is een soort foto plakboek. Je zet er herinneringen, foto’s, interessante platjes en artikelen op. Zeer visueel gericht. Gericht op inspiratie doorgeven, en het delen van inkijkjes in wat je aan het doen bent.  Ook bij interest is het weer vooral interessant om het te laten verwijzen naar je website. Websites krijgen meer bezoek van een pin op Pinterest dan van een tweet. Pinterest toont foto’s. Dat is leuk om te zien voor anderen. Een leuke foto wordt al snel ge-repinned. Als je aan je foto een fragment van een tekst of website zet, dan gaan mensen dat graag lezen, en delen met anderen. Of Pinterest een blijvend medium is, moet nog blijken. Maar dat geldt voor de andere media ook.

Niet vergeten: Google + en LinkedIn

Zelf vind ik Google+ het interessantste en makkelijkste social medium van dit moment. Maar het heeft één groot nadeel: er zijn te weinig gebruikers, in verhouding tot Facebook en Twitter. Dus ik beveel een beginner niet aan om in Google+ te stappen. Dat geldt ook voor Linkedin, maar om een andere reden. Linkedin is eenvoudig in te richten. Maar het is voorla gericht op professioneel gebruik. Het is geschikt om zakelijke contacten te leggen, je netwerk uit te breiden of om werk te zoeken of vacatures te  plaatsen. Het is minder sociaal, en meer op de zakelijke kant toegespitst. Interessant zeker voor de gevorderde. Maar een beginnende kerk of vereniging of vrijwilliger of predikant beveel ik het niet bij voorbaat aan. Misschien zit je al wel op Linkedin. Dan moet je daar natuurlijk vooral mee doorgaan. Mijn voorstel zou dan zijn om ook op twitter te gaan en je tweets op je linkedin account te laten verschijnen.

De moed kwijt?

Raak de moed vooral niet kwijt. Je hoeft het hele internet niet te veroveren. Je begint gewoon en probeert op een prettige en positieve manier wat aanhang op te bouwen. Wees daarbij vooral positief: tel je zegeningen, tweet ze één voor één. Volg ook anderen. De goede ideeën en successen en mislukkingen van anderen zijn erg goed om zelf van te leren. Stuur berichten van anderen ook door.

Bedenk vooraf wel of je hier plezier in kunt gaan krijgen. Want alle tijd erin steken, om dan na een paar maanden geen berichten meer te maken of bij te houden, dat is jammer van je tijd. Besteed aandacht aan opmerkingen over jouw site, of over je Facebook pagina. Want die interactie is de manier om een netwerk op te bouwen! Aan de techniek, aan de strategieën en vooral aan de interactie besteden we aandacht op 3 november: kerk2012.

Kerken moeten missionair zijn, vinden veel kerken en instanties. Daar is wel wat voor te zeggen, maar het is lang niet zo geweest. Op dit moment wordt er van kerken verwacht dat ze doen aan contact, PR, uitstraling, communicatie met de buitenwereld. Prima zaak natuurlijk. Want zonder dat is het al gauw wat duf en stoffig. Maar het is lang anders geweest.

Zendingsgenootschappen en zendingsordes hebben het grote zendingswerk gedaan. Wereldwijd. En in Utrecht bijvoorbeeld had je in de vorige eeuw de Stadszending. Dat was een uitgebreid netwerk van evangelisten, inloophuizen, activiteiten voor contact over geloof. Dat gebeurde allemaal buiten de kerk. Heel bewust. Het doel van de stadszending was om niet-christenen én de kerken tot geloof te brengen. Op een gegeven moment werd de financiering en de structuur van de Stadzending wat wankel. Maar men heeft zich tot het uiterste verzet tegen opname in de kerkelijke structuur. Men wist dat het missioniaire elan zou verschrompelen als men onderdeel van de kerk zou worden. En zo is het gegaan. In het voortreffelijke “80 jaar stadszending te Utrecht” van G.Siebert en J.Zeilstra wordt hierover verteld.

Moeten kerken nu missionair zijn? Er zit een vreemde knoop in die gedachte, immers, hoe kun je missionair zijn en tegelijk zelf al je structuur en aanpak klaar hebben liggen? Hebben de mensen die je bereikt daar dan zelf geen stem in? Paulus deed dat beslist anders. Hij scrheef een brief aan de mensen in Rome. in die brief vroeg hij niet of zij even missionair wilden gaan doen. Nee, hij vroeg of ze hem wilden steunen om door te reizen naar Spanje. Hij vertelde, waar hij maar kwam, over geloof. De gemeenten die daaruit ontstonden vonden zelf uit in welke structuur en aanpak ze verder gingen.

Die oude tijden herleven met Social Media. Eén van de effecten van oprukkend Social Media gebruik is dat vaste structuren en centrale leiding onderuit gaan. Ervoor in de plaats komt een diffuus soort lidmaatschap, dat meer een netwerk karakter heeft, dan een vaste organisatie. Klanten, leveranciers, leidingegevenden, passanten en meewerkers staan communicatief op hetzelfde niveau. Als je als kerk werkelijk social media integreert dan vindt missionair werk plaats door wie dat maar oppakt, maar niet door de organisatie of het instituut. Want persoonlijke stijl, authenticiteit, doorzichtigheid van aanpak, en helderheid van boodschap en bedoelingen  kenmerken de communicatie via Social Media. Het instituut doet een stap terug. De gedrevenheid van personen doet een staop naar voren. Kerken kunnen zo haarden van missionair verzet zijn tegen secularisatie zijn, maar geen missionaire instituten als zodanig.

Welkom Facebook, voor een nieuw hoofdstuk in de zendingsgeschiedenis.

Op 3 november komt er een landelijke dag voor kerken, over Social Media. In Utrecht. Deels in het hoofdkantoor van de PKN. Én  in het gebouw van een plaatselijke wijkkerk. Want Social Media is overal én lokaal, voor iedereen te volgen én persoonlijk, een communicatiemiddel én een pastoraal medium.

Een landelijke dag dus over Social Media. Werktitel: Kerk 2012, Social Media, missionaire buitenkans of drukte om niets.

Voor wie? We hebben meerdere routes.

Voor beginners zijn er workshops over wat je als persoon of kerk wilt, kunt en kiest. Je wordt echt geholpen bij het maken van een keuze, en je gaat met een werkend account de dag uit, in contact met een enthousiaste jongere, die je -via een sociaal medium- helpdesk zal zijn.

Verder zijn er speciale workshops voor voorgangers en predikanten, voor gemeenteadviseurs, voor  jongerenwerkers, voor regionale groepen, voor websiteredacties van kerken of parochies of gemeenten.

Ook voor gevorderden is er een route. Keuze uit workshops waarin doorgedacht wordt over gevolgen voor de structuur van je kerk, voor de inhoud van je boodschap, voor vormen van vieren.

Er is uitwisseling en informatie. De nadruk ligt op de missionaire kant van Social Media. Het is dé manier om nieuwe groepen te bereiken, met flexibele en bewegende mensen mee te bewegen, en om community op te bouwen.

Heb je ideeën?

Heb je vragen?

Reageer!

Stuur dit door.

Laat je horen?

Wil je meedoen?

Heb je vragen?

Post it!

Tweet it!

Pin it!

Want dat is Social Media: niet meer één afgesloten groep die alles bepaalt, maar openheid en transparantie en continu feedback.

Doe je mee aan kerk 2012?

Afbeelding

Hij is in rouw, want zijn moeder is net overleden. Toen ze in het hospice lag is er iets bijzonders gebeurd: “Ik was bij haar. Ze kon niet meer praten. Maar aan haar ogen zag ik dat ze alles nog meemaakte. Toen heb ik met haar gebeden. Ik geloof helemaal niet meer. Maar ik was daar en heb een gebed met haar uitgesproken. Dat doet je toch wel wat. Ik zal het nooit vergeten.” En dus? “Het is gebeurd. Ik verteld dat verder aan niemand. Want wat moet je ermee? Ze zien me al aankomen! Nee.”

Er is een soort angst om te geloven. Het mag niet. Het is negatief in de ogen van de buitenwereld. En dus laat je het maar. Ik kom dat geregeld tegen.

Zij heeft een strakke baan, met een strakke auto en ik denk ook een strak salaris. Hoog opgeleid. Denkt goed over de dingen na. “Op mijn werk kun je alleen over investeren en bezuinigen praten. Daar zijn we heel goed in. Ik denk niet dat ik nog meetel als ik zou vertellen dat ik met iets van geloof bezig ben. Bovendien weet ik dat ook helemaal niet zeker. Want wat weet je nou feitelijk over God? Maar als je goed over het leven nadenkt, dan geef ik je wel gelijk, dan zijn er van die teksten in de bijbel die een diepe waarheid bevatten.”

Een echtpaar krijgt een babietje en is verwonderd, verbaasd, dankbaar. Ontroerend, zo’n klein schepseltje. “Ik heb wel zachtjes “dank u wel” gezegd, toen ze zo gaaf en mooi ter wereld kwam. En ik denk aan die vele kinderen die in gebrekkige omstandigheden ter wereld komen. Wij voelen ons bevoorrecht. Je zou haast in een God gaan geloven. Maar, in mijn familie zouden ze daar wel heel raar van staan te kijken, denk je niet?”  

Geloven mag niet. Er rust een maatschappelijk taboe op. Iedereen moet strak binnen de lijnen blijven. Je moet in onze samenleving keurig in het gelid lopen, anders slinken je kansen, knakt je carrière of krijg je het sociaal moeilijk. En op dit oment is geloof geen factor van sociaal succes. Ondertussen projecteren mensen hun deze dwang en kleinering op de kerk. De maatschappelijke druk tegen geloof, wordt neergelegd bij de kerk. De kerk wordt dan gewantrouwd omdat die dwingend, achterhaald, niet-authentiek zou zijn. De kerk is een bedreiging, omdat het geloof dat er vrij en open beleefd en beleden wordt, de vinger legt op de zere plek: onze westerse cultuur lijkt vrij, maar is dwingender, beperkender en minder authentiek dan ooit. 

Het is moeilijk om door die angst heen te komen. Het enige tegengif dat ik bedenken kan, is om als kerk ieder die bang is de sleutel te geven: ga je gang, wees welkom, dit huis is jouw huis. Wij geloven hier in Christus, dat weet je. Daar nemen we ook geen millimeter van terug. Maar neem een taak of verantwoordelijkheid op je, neem de leiding over een groep of activiteit, en zeg, doe, denk, geloof wat je wilt. En laten we daarna eens verder praten.

Het is makkelijk gezegd, “een kerk moet missionair zijn”. In de praktijk betekent het niet minder dan wat er staat in Filippenzen: “laat onder jullie de gezindheid heersen die Christus Jezus had. Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf.”

Soms ga ik uit vissen op de zee van berichten. Vandaag vond ik dit in mijn net:

http://www.missionalchallenge.com/2011/02/12-thoughts-for-church-planters-how-not.html?m=0

Hierin staan inzichten die te denken geve, ook vor de situatie van kerken in Utrecht.

“Recently, I asked Pen Cook (Paradox) to consider how he was going to prevent the acquiring of a building for their church plant from consuming all the energy, resources, activity, and focus of his new church. He became quite animated as we discussed this concern. He recognized how easily having a building of their own could result in “every single night or day I could do something at the church.”
As his coach, I felt that it was critical for Pen to consider how they would address the situation before they found a building for their own use. I hope you’ll consider how these might influence you in your  church planting context:

12 Practical Ways to Keep a
Church Building from Consuming a Church Plant

1. Be absolutely clear on what your church is about!      Know God’s mission. Align with that mission! The mission is to make disciples who make disciples. Talk about it often. Do it well. Keep the main thing the main thing. Evaluate everything you do by how it helps you to fulfill the mission of Jesus.
2. Fight against Consumer Christianity and for Missional Christianity.      Be anti-consumer. Consider how your church ministries and programs are catering to the needs, wants and desires of Christians. Stop doing that! Instead, equip everyone to engage those in the culture around with the gospel together in community.
3. Use the building less frequently by being “the church” in local neighborhoods.      It is so easy when you lease or purchase a building to move all activity that previously happened throughout your mission field in homes and public spaces to now take place in the “church building.” This often hinders mission by extracting believers away from contact with unbelievers.
4. Let groups and organizations in your community use your building – for free!      The church has been blessed to be a blessing. Allowing people and groups to benefit from using your building will increase good will and may open opportunities to partner together. Creatively explore ways to offer your building to others.
5. Watch carefully that your financial resources are not consumed by building expenses.      Like owning a home, once you acquire a space to meet there is a tendency to spend more and more on furnishing, decorating and improving the space: sound equipment, lighting, video projectors and screens, chairs, etc. It all adds up! And it’s quite easy to borrow money to accomplish all of this – restricting budget dollars for years to come.
6. Use language that prevents the building from becoming known as the church.      According to the New Testament, the “church” is the missionary people of God – not a physical structure or building. Reserve “church” to describe God’s people and refer to the building as the campus, meeting place, or other culturally appropriate term.
7. Create a multi-use feel to the space so that no one identifies it for exclusive groups or purposes.      Expand your building’s functionality. It’s natural to “brand” your space and quickly identify the space as only suitable for certain spiritual activities. This often results in a building that is unused most of the week. That’s not good stewardship. Be intentional about designing a multi-purpose building that is utilized for various gatherings and functions.
8. Teach everyone that the Church is the “people of God” and the building is a tool.      Make this a frequent topic of teaching from sermons to membership classes, from small groups to newsletters, and any other opportunities. We are the Church; the building is not the church. (I Peter 2:9, 10)
9. Be the visible presence of Christ’s Church in your community.      Look for ways for your church to serve others in your community. Seeks ways to meet genuine needs in each neighborhood. Visibly demonstrate and declare the gospel in tangible ways all over your town or city.
10. Sponsor community events in your building.      Use the building for the good of others! Whether it’s opening your doors to host a community concert, seminar or benefit OR offering Celebrate Recovery, Alpha courses, or other outreach focused activities. Open the doors. Invite others to come in often – and not just to come on Sundays to worship with believers.
11. Don’t use the building for Bible studies, small groups, or missional communities.      Keep your “church” gathering in off-campus locations. Don’t assume that because you have a building – everything needs to happen in the building. (That’s stupid!) Keep the church gathering in neighborhoods (homes and public places) that are easily accessible to neighbors, friends and co-workers.
12. Don’t make everything about the “Sunday Show.”      It’s common to emphasize the Sunday worship gathering of believers as the primary activity of your church. However, this is only one way that the Church fulfills its mission. (And although it’s really important – it’s not the most important thing that Christians do). Believers will worship God for eternity; we don’t get to make disciples who make disciples eternally. Overemphasizing what happens when we worship in the “church building” can hinder the commitment of church members to live a life of worship and witness all week long.
Which of these twelve practical ways resonates with you?”